Over houvast: een jonge monnik in wording vertelt

INTERVIEW | 5 min. read

Je hoort niet vaak meer dat iemand het klooster ingaat. Nochtans is zoeken naar zichzelf en het leven geven aan een hoger doel iets van alle tijden. De zoektocht naar zingeving zit de laatste jaren in de lift. Ook meer en meer jonge mensen gaan op zoek. Het overaanbod aan mogelijkheden om zich aan te sluiten bij spirituele groeperingen, geloofsgemeenschappen of religies kunnen ervoor zorgen dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Naast de vele doemverhalen bij een sekte te zijn beland, komen er af en toe ook positieve ervaringen bovendrijven.

Dries Martens, geboren te Leuven en getogen in Asse (Vlaams-Brabant) werd afgelopen jaar dertig, een leeftijd waarbij de meesten zich settelen. Hij koos een heel ander pad en deelt een stukje van zijn weg en keuze om in een Zen boeddhistisch klooster in Frankrijk te gaan wonen.

©Foto Misflits – Dries Martens vertelt over zijn weg naar Zen,
een stroming binnen het boeddhisme

Je bent geboren in Leuven en dan naar Asse verhuisd, hoe heb je voor jezelf een leven kunnen uitbouwen?

“Ik ben geboren in Leuven en dan vrij snel naar Asse verhuisd, omdat mijn moeder daar werkte. Mijn ouders, die beiden arts waren, zijn gescheiden als ik anderhalf jaar was. Ik ben grotendeels door de vrouwen in mijn leven – moeder, grootmoeder – opgevoed en begeleid. Gescheiden ouders hebben is nu vrij standaard, maar dat was in de jaren ’90 nog niet het geval. Mijn moeder ging kangoeroewonen met mijn grootouders, wat ook een uitzondering in die tijd was. We hadden dus een vrij authentieke manier van leven. Als kind van gescheiden ouders was het voor mij belangrijk om structuur te hebben. Om die reden heb ik zelf altijd veel gehad aan leraars, zowel op school als daarbuiten. Ik was actief in een lokaal theatergezelschap en daarnaast ook in een schrijversgezelschap in Antwerpen. Wat me altijd heeft geprikkeld is hoe totaal verschillende facetten van iemand naast elkaar kunnen blijven bestaan. In mijn eigen leven heb ik die vele kanten van mezelf vaak ervaren, maar dat heeft me uiteindelijk versnipperd achtergelaten.”

Je had op jonge leeftijd de gedachte om priester te worden. Hoe is dat tot uiting gekomen?

“Ik voelde me al vrij vroeg aangetrokken tot het spirituele. Om het conflict van de versnippering die ik voelde op te lossen, dacht ik er rond mijn 17 jaar aan om priester te worden, ook omdat ik sterk gelovig was. In een kerk is het stil en hoef je je niet te bewijzen tegenover anderen. Maar ik had ook wel het gevoel dat die vorm niet helemaal paste bij mij. Ik voelde me ingesloten in een dogma dat wel veiligheid gaf, maar niet het antwoord op de actuele problemen van die tijd. Als priester kan je mensen samenbrengen – zonder dat het om jezelf draait, en dat voelde wel juist. Ook de stilte neemt dan een centrale plaats in je leven. Ik las in die periode ook het boek ‘De wereld van Sofie’, omdat ik wou weten wat de wereld dreef tot waar ze op dat moment stond. Ik graag mijn steentje bijdragen aan de fundamenten van een gezonder systeem. Poëzie was daar voor mij een natuurlijke expressievorm van, maar dieper voelde ik dat ik meer mensen wou helpen.

‘Er is een open bol, ik ben een mens en ik heb jou nodig om te overleven’

Welke leraars hebben jou het meest beïnvloed?

“Ik heb steeds het geluk gehad om leraars te ontmoeten met autoriteit zonder dat zij daar misbruik van maakten. Zo leerde ik dat het normaal is dat anderen sterker kunnen zijn dan je zelf bent. Volgens mij is er in deze tijd hoge nood aan betrouwbare autoriteitsfiguren, zowel mannen of vrouwen. Eén van mijn leraars op de August De Boeck Kunstenacademie in Asse was Lieve Van Mileghem. Voor mij betekende zij een veilige plaats waar ik mezelf kon zijn en me niet voortdurend hoefde te bewijzen. De professionele weg die zij bewandelde, heeft me geïnspireerd om haar voetsporen te volgen. Voorheen had ik filosofie gedaan, maar ik was dat moe. Ik ben dan samen met een vriend acteerlessen gaan volgen bij Herman Teirlinck, Hoger instituut voor Dramatische Kunst. Die intensieve opleiding heb ik met vallen en opstaan afgemaakt. Ik had echter niet het gevoel dat mijn ziel daar beter van werd.“

©Foto Samuel Austin Unsplash – Sky above.Earth Below. Peace within.

“In diezelfde periode had ik veel rebellie tegen al wat mannelijke autoriteit was. Ik had in feite alles, kende geen armoede, maar toch was ik niet gelukkig. Dit gevoel van ongelukkig zijn kwam grotendeels door het versnipperd gevoel binnenin. Ik had nood om een echte verbinding te voelen met andere mannen (leren vertrouwen, leren samenwerken, …). Ik denk dat heel wat jonge mannen vandaag ook nood hebben om zichzelf te ankeren en echt te leren van een figuur die sterker is dan zichzelf. Dit kan je doen door samen te zijn en te gaan werken met andere mannen en bijvoorbeeld een stiel met de handen aan te leren. Ik heb geluk gehad dat ik dat met mijn vader kon doen. Rond mijn twintigste voelde ik de noodzaak om dichter bij hem te zijn. Ik ben toen voor een tijd bij hem gaan wonen.”

Ik had in feite alles, kende ook geen armoede, maar toch was ik niet gelukkig.

Dries woont fulltime in het Kanshoji Zen Boeddhistisch klooster in Frankrijk (Dordogne). Kanshoji betekent letterlijk ‘de tempel van het licht van mededogen‘.

Het stereotiepe beeld van iemand die in het klooster gaat, is van een oude man of non. Jij bent net het tegenovergestelde – jong en dynamisch. Hoe kwam je ertoe om daarvoor te kiezen?

“Ik had oorspronkelijk het idee dat een monnik of priester een eenzame persoon was die veel alleen is en zich van alle geneugten van het leven ontbeert. Zo is dat binnen onze gemeenschap helemaal niet. Je kan bijvoorbeeld perfect trouwen en een gezin stichten, hoewel dat niet eenvoudig te versmelten is met het engagement dat je aangaat. Je streeft voortdurend bewust naar een evenwicht voor alle partijen. In een gezonde relatie kan er geen sprake zijn van egoïsme.”

Je bent in contact gekomen met de Zen stroming, waar je tot op vandaag actief bent en woont. Wat maakt dit anders dan een ‘sekte’?

“Het probleem bij gemeenschappen met sektarische kenmerken is dat dit vaak ‘geleid’ wordt door mensen die hun eigen plek niet vinden en zich machteloos voelen. Door leider of goeroe te worden, eigenen zij zich een machtspositie toe die ze makkelijk kunnen misbruiken. Vanuit die positie kunnen ze zich zekerder voelen en is een andere mens ondergeschikt. Als zoekende en kwetsbare persoon moet je goed uitkijken om niet uitgebuit te worden door zo iemand. De Kanshoji gemeenschap waar ik leef functioneert helemaal anders. Het is een plaats waar je als één gemeenschap samen met andere mensen op kan bouwen, omdat de leraars betrouwbaar zijn. Leraars blijven zelf ook leerling en staan zelf ook onder begeleiding van een leraar. Mijn meester is 77 jaar en zijn meester is op zijn beurt 95 jaar oud. Ook die man van 95 jaar heeft iemand die hem opvolgt. Er is dus niet één persoon die helemaal bovenaan staat en die geen verantwoording meer heeft af te leggen. Zolang er verantwoording afgelegd kan worden, kan machtsmisbruik moeilijker de bovenhand krijgen.”

©Foto Myôshin Roberto Di Giacomantonio -Kanshoji Zen Boeddhistisch Klooster
(Dries midden bovenaan)

“Ik was op zoek naar eenheid en een betrouwbare basis waar ik mijn leven op kon richten. In het begin van mijn studententijd ben ik een Dojo (een plek om samen zazen te zitten – de originele meditatie methode van Boeddha) tegengekomen. Ik heb toen geluk gehad. Bij Zen is er geen nood aan een regerend dogma waarin je moet geloven. Een leraar creëert condities zodat jij zelf leert zien. Er is niemand die jou gaat zeggen wat je moet doen of hoe je de dingen moet zien, maar je krijgt wel opmerkingen als je iets doet dat onaangenaam is voor de mensen rondom. Het essentiële werk dat je daar doet, is de blik naar binnen richten en van daaruit leren kijken. Iedereen kan Boeddha zijn, je hoeft daarvoor geen priester te zijn.”

Dries ervaart het niet altijd als aangenaam om daar te zijn, omdat het vaak confronterend is voor het ego. Het geeft wel de mogelijkheid om zichzelf voortdurend in vraag te stellen en hij leert elke dag bij over zichzelf en zijn omgeving.

“Ik word gedwongen om open te blijven, hetgeen voor mij een oncomfortabele positie is. Ik ben eigenlijk een persoon die van zekerheden houdt, maar één voor één leer ik die loslaten.”

Hoe (over)leven jullie financieel binnen deze gemeenschap?

“Het gebouw waar we wonen was een oud Jezuïetenklooster dat de afgelopen twintig jaar met de hand is gerenoveerd. De gemeenschap werkt op giften, maar dat geven gaat niet perse over geld – je geeft het beste van jezelf en wat je kan. In gemeenschap leven betekent dat we elkaar kunnen aanvullen in hetgeen waar we zelf goed in zijn. Ik ben 30 jaar en in een goede gezondheid, dus ik maak me op dit moment vooral nuttig met mijn fysieke kracht. De afgelopen vijf jaar heb ik vooral gebouwd, hout getransporteerd en fysiek zware taken op mij genomen. Iemand die ouder is heeft misschien wel meer centen, maar kan ook een ceremoniële functie innemen. Anders dan in de maatschappij, worden oudere mensen hier niet weggestopt in een aparte plaats, maar zijn zij een belangrijk onderdeel van de gemeenschap. Zij hebben vaak een zekere gratie en wijsheid. Dat is dan hun gift.”

“Mensen van overal kunnen er komen mediteren en degene die willen, kunnen daar voor hun verblijf betalen (zoals je voor een hotel zou doen). Dat zijn meestal mensen die meditatie een belangrijke plaats in hun leven hebben gegeven. Van de Franse staat moet ik elke maand 300 euro betalen voor mijn verblijf, maar vanuit de gemeenschap wordt dat niet verwacht.”

Ik ben vrij om te doen wat ik wil, maar ik wil daarmee geen lijden veroorzaken, niet bij mezelf en niet bij de ander. Meer genot voor mij betekent niet perse ook meer genot voor de ander.

Hoe leeft het aspect relaties en seksualiteit als Zen boeddhist?

“Zen en het dagelijkse leven zijn niet gescheiden, je neemt het mee in alles wat je doet. Je geeft al je aandacht aan waar je op dat moment mee bezig bent. Er is veel mogelijk, zolang je je er maar niet aan vasthecht. Dat wil zeggen dat je een avontuur kan beleven, maar dat je dat niet vastlegt voorheen en ook niet vasthoudt nadien. De belangrijkste wetten waar het boeddhisme naar leeft, zijn impermanentie en interafhankelijkheid. Alles gaat voorbij, maar je bent wel op elkaar aangewezen. Daarnaast zijn er een aantal basisvoorwaarden zoals niet liegen en niet aanzetten tot liegen, niet stelen, geen ongezonde seksualiteit, geen intoxicatie. In het boeddhisme wordt niet gezegd dat je geen seks mag hebben of dat het fout is. Het wordt wel als een mogelijke verslaving genoemd, wanneer het verlangen gevoed wordt en er voortdurend meer nodig is. De liefde ontdekken samen met een andere persoon kan perfect binnen deze gemeenschap, zolang je het niet als een vaststaand gegeven beschouwt. Ik kan dus bijvoorbeeld iemand heel graag zien en dan de volgende keer niet weten of dat ook nog zo zal zijn. Het wordt voortdurend afgetoetst: ‘Is het gezond voor beiden – ben ik niet enkel bezig mijn eigen pleziertjes te bevredigen, enz …’ Ik ben dus volledig vrij om te doen wat ik wil, maar zonder daarmee lijden te veroorzaken; niet bij de ander en ook niet bij mezelf. Mijn beeld op relaties is door deze zienswijze grondig veranderd.”

Veel mensen leven angstig en durven vaak ook niet loslaten, ook al voelen ze zich ergens niet helemaal goed bij. Is dat voor een Zen boeddhist dan makkelijker?

“Als je werkelijk de weg van Zen bewandelt, dan kan er niet veel meer op de planning staan. Of het nu gaat over werk, liefde, carrière of wat dan ook. Je moet heel wat innerlijk werk verrichten om makkelijker te kunnen loslaten, maar veel mensen zijn daar niet toe bereid. Verslaving en hechting nemen in de wereld nu zichtbaar een digitale proportie aan. Het lijkt alsof je moet vasthouden om niet ineen te storten, maar ineen storten is niet altijd verkeerd. We zouden ook kunnen leren om levend te sterven, elke dag opnieuw, en een betere versie worden van onszelf.”

“Ik heb een hele mooie positie achtergelaten in de academie. Ik deed dat omdat ik het gevoel had dat ik in de diepte niet echt anderen kon helpen. Ik voelde me niet vaardig genoeg als beoefenaar van wat ik aan het doen was. Ik heb mijn mijn schrijverscarrière losgelaten die ik aan het opbouwen was. Ik kon wel dingen zeggen die ik had gehoord of had geleerd van andere mensen, maar ik was die zelf niet aan het doen. Ik had het gevoel dat ik die positie niet eerbaar kon innemen en heb er toen afstand van gedaan. Ik had het gevoel dat ik bij Kanshoji  24 op 24 uur veel meer kon doen; hout draaien, schaaltjes maken, elektriciteit maken, mediteren, … . Ik heb nu alle vormen die ik maar kan zijn en daar voel ik me goed bij. Een monnik is iemand die belichaamt wat hij zegt en ik ben momenteel in opleiding daar naartoe.”

Zoals men zegt ‘Walk the talk’?

“Eerder walk without the talk … .Ik sta misschien nog niet zo ver in mijn realisatie. Maar ik heb wel het geluk dat ik in een gemeenschap leef waar iedereen kan inschatten waar hij of zij staat. Terwijl meditatie misschien eerder een soort hobby was, is dat nu meer vanuit een dieper gevoel. Mensen die echt op zoek zijn naar zichzelf kunnen op elk moment beslissen wat ze gaan doen met hun leven. Er is een grote nood aan diepgang, maar ik heb de indruk dat er niet zoveel kanalen zijn die beschikbaar zijn om daar echt een antwoord op te bieden en die ook zuiver blijven. Het is niet de bedoeling dat je naar een plek zoals hier toegaat om zelf spreker te worden om bijvoorbeeld voor een groot publiek een TED talk te organiseren en om meer beroemdheid te vergaren. Al te vaak zie je dat dat de motivatie is van mensen die naar dergelijk dingen op zoek zijn. Het leven van een monnik is eerder om te leren tevreden te zijn met weinig. We leven in een maatschappij waar bijna alles gekocht moet worden. We leven in een gigantische rijkdomsbubbel, hetgeen van ons niet noodzakelijk sterkere mensen maakt. De Millennial generatie wil graag een impact hebben en liefst direct, maar je moet bereid zijn jezelf daarin uit te wissen. Je eigen creatieve zelf zal wel zijn plekje hebben, maar los van jou, wat voor wereld wil je voor achterlaten? Kijk gewoon wat er nodig is en gebruik je gezond boerenverstand.”

Tips van Dries als je op zoek bent om je aan te sluiten bij een groepering – gemeenschap -organisatie:

1. Let op voor Charlatans, denk goed na voor je iemand, die een leraar claimt te zijn, vertrouwt.

2. Verifieer goed de organisatie – gemeenschap – groepering die jou interesseert VOOR je je engageert.

3. Check de structuur van de organisatie. Kan deze verder blijven bestaan als de leraar wegvalt? Check de tradities en waarop deze gebouwd zijn. Let op als die afhangt van één persoon (goeroe gevaar). De traditie moet sterker zijn dan één persoon.

4. Ga op zoek naar een levende link met de leraar die ook hen nog begeleidt en waaruit zij ook nog wijsheid kunnen blijven putten. Ook leraars blijven leerling!

5. Wanneer je wordt uitgenodigd om voor jezelf te denken en een vrij gevoel kan behouden, is dat een positief signaal. Ingesloten worden in dogmatisch denken kan een rode vlag zijn.

Dit artikel werd gemaakt zonder financiële steun.Vond je het interessant? Dan kan je dit artikel waarderen met een vrije donatie via crowdfunding.

Crowdfunding Koalect

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws uit de streek diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal

Doe mee aan ons tweedelig lezersonderzoek

Van wie je bent tot wat je verwacht van onafhankelijke media en waar jij samen met ons aan wil werken?