Waarom we soms liever niet weten

INTERVIEW | 4 min. read

Naar de website

Het interview vertrekt van een quote van Simone de Beauvoir, een Franse filosoof en feminist: ‘De grootste plaag van de mensheid is niet onwetendheid, maar de weigering om te weten.’(Origineel – Le principal fléau de l’humanité n’est pas l’ignorance, mais le refus de savoir ) en plaatsen we binnen de huidige tijdsgeest.

Waarom zijn we als mens zo hardleers en moet er eerst een bom ontploffen voor we enige voet uit onze comfortzone zetten om actie te ondernemen en empathie te kunnen voelen voor onze medemens? Waarom kiezen mensen ervoor om zich af te sluiten voor wat er zich voor hen afspeelt, terwijl er binnen de samenleving ook een grote dorst is naar waarheid en solidariteit. Is het vanuit een gebrek aan empathie, laksheid of een gevoel van onvermogen? Is er een logische verklaring voor liever niet te willen weten?

We vroegen het aan Larissa Steenhaut, master in de klinische psychologie en psychotherapeute met praktijkervaring in menselijk gedrag en trauma.

©Foto Oscar Keys UnsplashWoman covered with blindfold

Je bent klinisch psycholoog, maar ook traumatherapeute. Kan je dat even kaderen?

“Momenteel werk ik in een instelling waar ik jongeren met gedrags –en emotionele moeilijkheden ondersteun. Daar ben ik gekoppeld aan twee leefgroepen van meisjes tussen 12 en 18 jaar. Een groot deel van hen werd in deze instelling geplaatst door de jeugdrechter omwille van een verontrustende thuissituatie. Daarnaast werk ik als psychotherapeute en EMDR-therapeute in een privépraktijk voor zowel jongeren als volwassenen. In beide settings werk ik vooral rond trauma. Specifiek aan traumatherapie is dat dit uit drie fasen bestaat; de stabilisatiefase – brengt focus op het hier en nu, het versterken van de resources en het veiligheidsgevoel, de verwerkingsfase – confrontatie met het trauma, en de integratiefase – traumatische ervaringen een plaats geven binnen het dagelijkse leven.”

Komen er in deze tijd meer trauma’s bij?

“In de praktijk krijgen we in elk geval wel meer aanmeldingen. Mensen die een trauma hebben opgelopen, leven meestal voor een groot stuk in het verleden. Dit komt onder andere door flashbacks, nachtmerries en herbelevingen die zich blijven opdringen. Mensen die iets ergs hebben meegemaakt, gaan dit in eerste instantie zelf trachten een plaats te geven door zich te focussen op dingen die buiten henzelf liggen. Door de Corona crisis is er veel afleiding weggevallen, waardoor er heel wat problemen naar boven kunnen komen. Op het moment dat men het gevoel heeft dat men het niet meer alleen aankan, gaat men dus makkelijker een afspraak maken. Wat ik vooral in mijn praktijk ervaar, is intra-familiaal geweld; dat is geweld tussen volwassenen waarbij het kind of de jongere dan ook getuige of slachtoffer is. Childfocus heeft 125% meer dossiers opgestart, waarbij de seksuele integriteit van jonge kinderen aangetast werd. Ook dat is een probleem dat meer en meer voorkomt. ”

Komen problemen meer aan het licht doordat mensen gedwongen worden door de lockdown meer ‘naar binnen’ te gaan?

“Mensen worden prikkelbaarder en door de maatregelen wordt hen de controle afgenomen, hetgeen zorgt voor een groter gevoel van machteloosheid. Dat kan ook een voedingsbodem voor depressie zijn. We halen onze energie wel vaak uit sociale contacten en onze interesses of hobby’s. Veel mensen blijven ook gewoon goed verder doen, maar Corona heeft het iedereen zoveel moeilijker gemaakt. Toch merkte ik op dat er ook heel wat mensen met trauma zijn die eigenlijk wel tot rust kwamen toen alles stil viel. Dit heeft te maken met de sociale druk die wegviel om steeds te moeten meedoen. Hierdoor moesten ze naar de buitenwereld geen masker meer opzetten. Dit gegeven is vaak eerder een geruststelling, omdat ze dan minder geconfronteerd werden met de belemmerende effecten van het trauma. Terwijl er anders meer een gevoel van eenzaamheid en onbegrip leefde, valt dit sommigen minder zwaar, omdat iedereen het nu op zijn manier moeilijk heeft.”

© Quote van Simone de Beauvoir  –  Franse filosoof en feminist (1908-1986) 

De quote van Simone de Beauvoir is tijdloos. Mensen willen soms bepaalde dingen liever niet weten. Hoe zou dat komen volgens jou?

“Vaak willen mensen de waarheid niet onder ogen zien, omdat het te moeilijk of te zwaar is, of dat het teveel van hen vraagt. Er is angst dat deze waarheid hen zou kunnen schaden. Sommige mensen blokken het af, omdat ze bang zijn om in te storten. Het bewust dragen van oogkleppen laat negativiteit niet toe, op deze manier beschermen ze zichzelf. Als we als mens bang zijn dat er iets ergs zou kunnen gebeuren, gaan we situaties liever vermijden. Uit de praktijk zien we nochtans wel dat meer te weten komen over die angst eigenlijk net de spanningen kan doen zakken. Wanneer je dan de dingen zelf gaat invullen, wordt het op termijn vaak destructiever.”

“Als psychotherapeut en psycholoog werken we heel vaak rond angsten en trachten we cliënten zich zo veilig mogelijk te laten voelen. Ik merk in de praktijk wel dat wanneer je in de buurt komt van een moeilijkheid of trauma mensen zich makkelijk gaan afsluiten. Je ziet hen dan dissociëren (zichzelf psychisch gedeeltelijk afscheiden van wat er met hen of om hen heen gebeurt). Dat is iets wat ze tijdens het trauma of moeilijke situatie hebben moeten doen om te kunnen blijven functioneren. We pakken dit proces steeds heel geleidelijk en respectvol aan. Het geven van psycho-educatie over trauma,  het opbouwen van een vertrouwensrelatie en het installeren van veiligheid spelen hierbij een essentiële rol. Ik merk dat als mensen zich bewust worden dat hun reacties juist normale reacties zijn op abnormale gebeurtenissen, dit toch vaak rust kan brengen.”

Als je rondkijkt zie je meer en meer psychische problemen, welke leeftijdsgroep treft dit het meest?

“Ik merk dat er zich veel jongeren en tieners aanmelden die worstelen met depressiviteit, slecht slapen en zelfmoordgedachten. Het is ook normaal dat het vooral die leeftijdsgroep treft, omdat zij volop in ontwikkeling zijn en door de vele maatregelen worden belemmerd. Zonder connectie met bijvoorbeeld leeftijdsgenoten ervaren ze een leegte en het voortdurend veranderen van wat mag en niet mag heeft daar ook een belangrijke invloed op. Je merkt ook vaak chaos in hun hoofd. Hoewel de pandemie voor niemand een fijne ervaring is, zijn het vooral de jongere mensen die nog niet de manieren hebben gevonden om er mee om te gaan, volwassenen slagen hier meestal wat beter in. Jongeren zouden nu het meeste moeten kunnen terugvallen op hun gezin, maar waar de thuissituatie niet goed loopt door bijvoorbeeld agressie of misbruik, kan dit wel problematische gevolgen hebben. Die beschermende factor is hier heel belangrijk.”

Hoe komt het dat mensen zich toch liever isoleren en terugtrekken in de comfortzone dan zich solidair op te stellen om zelf een bijdrage te leveren. Is het gebrek aan empathie, laksheid of een gevoel van onvermogen?

“Het is moeilijker om na te denken over anderen, wanneer je je zelf niet goed in je vel voelt. Als je zelf het gevoel hebt dat je een slachtoffer bent, is het moeilijk om empathie te tonen voor anderen en iets te ondernemen. De media speelt daar een hele grote rol in. De angst die via dat kanaal verspreid wordt, werkt vaak verlammend. Het feit dat je geen controle hebt over heel de situatie, geeft het gevoel dat je niets kan doen en gewoon alles moet ondergaan. De media betrekt mensen vooral bij wat er niet wordt gedaan, maar de nadruk zou, volgens mij, meer moeten liggen op de goede zaken die kunnen voortkomen uit solidariteit. Maatregelen die steeds verstrengd worden, werken heel demotiverend en het wordt heel lastig als je voelt dat je meer geeft dan krijgt; mensen gaan zich er bijgevolg ook naar gedragen. Het samenwerken en iets bijdragen moet meer beloond worden en positief in de verf gezet worden. We mogen ook niet onderschatten wat angst doet met mensen. Het is bewezen dat angst de intellectuele capaciteit minimaliseert. Angst sluit hogere breinregio’s af (zoals plannen, creativiteit, het inschatten van lange termijn gevolgen), waardoor mensen ook niet meer kunnen redeneren op hun maximale capaciteit. Dus het feit dat mensen vooral binnen eigen huis, tuin en keuken gaan kijken, heeft hiermee te maken. Op deze manier kan men ook niet kijken naar wat goed is voor iedereen en gaat men zich minder solidair opstellen.”

‘We hebben nood aan een empathie-pandemie’

“Empathie is iets dat aan de basis ligt voor alles wat goed is in de maatschappij en deze laat functioneren; vertrouwen, altruïsme, liefde, goede doelen, hebben allemaal te maken met empathie. Het feit dat mensen minder empathisch worden ligt aan de basis van veel problemen; zoals sociale problemen, misdaad, racisme, kindermisbruik. Het is heel belangrijk om bij stil te staan en je ook eens te verplaatsen in de situatie van iemand anders. Niet makkelijk, want wat goed is voor de groep is niet altijd goed voor het individu. We moeten veel opofferen voor een ander, maar als mensen dan zien dat anderen zich daar niet aan houden, krijg je natuurlijk veel weerstand. Als we samenwerken komen we verder, momenteel is het jammer genoeg nog meer ieder voor zich. Empathie is nochtans noodzakelijk om te kunnen groeien als samenleving.”

Praktische tips van Larissa om makkelijker door deze periode heen te geraken:

 

1. Het is essentieel om een gevoel van controle te hebben over de kleine dingen en de focus te verleggen naar wat je wél kan doen en waar je wél controle over hebt, hoe klein die dingen ook zijn. Het gaat je helaas niet gelukkig maken als je enkel kijkt naar wat je wordt afgenomen, dat gaat het machteloze gevoel alleen maar vergroten.

2. Je kan overwegen om eens iets anders te gaan doen dan wat je gewend bent en zo je sleur doorbreken. Ook buiten komen is belangrijk en je niet opsluiten is essentieel. Buitenlucht en in de natuur gaan in tijden van lockdown kan wonderen doen.

3. Het DELEN van smart. In contact blijven met elkaar, maar dan niet op een oppervlakkige manier. Eens meer vragen ‘ hoe gaat het nu écht met jou?’ Mensen trekken zo snel conclusies over anderen zonder te kijken wat erachter zit. Dus regelmatig de ‘happy face’ eens afzetten en dit ook delen met mensen die je vertrouwt. Het kan weer een nieuwe connectie brengen wanneer je ook eens met elkaar deelt wat minder goed gaat. Het kan een opluchting zijn als je beseft dat ook anderen zich niet altijd goed voelen. Je veroordeelt jezelf daardoor dan minder streng en dan denk je minder dat er iets mis is met jou.

4. Een boekje aanleggen waarin je dagelijks 3 dingen opschrijft die goed zijn. Het vraagt een actie van de mens om zich te verzetten tegen negatief denken. Voor het slapen over die positieve dingen nadenken, kan de oogkleppen afdoen en een frisse blik geven.

5. BOEKTIP voor inspiratie: ‘Born for love’ van Bruce Perry en Maia Szalavits is een eye opener en aanrader voor deze tijdsgeest. Het verklaart veel over het gedrag van mensen en helpt om situaties op een andere manier te bekijken.

Wil je meer van dergelijke interviews lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning. Vond je het leuk en interessant, draag bij aan ons werk.

Naar de website

Is factchecken dweilen met de kraan open?

INTERVIEW | 4 min. read

Naar de website

Factchecking is IN. In tijden van grote onzekerheid proberen we houvast te zoeken tussen de grote toestroom aan informatie die via verschillende mediakanalen binnenkomt. Meer en meer mensen geven aan verward te zijn en gaan dan aan zelfonderzoek doen om feiten van misinformatie te onderscheiden. Toch stellen heel wat mensen zich vragen bij die factchecking. Waar moet je op letten, waar vind je betrouwbare bronnen en hoe kan je misinformatie herkennen?

We vroegen het aan onderzoeksjournalist, Brecht Castel, die factcheckt voor Knack.

©Foto Misflits – Research: Factchecking

Wat is jouw opleiding? Welke achtergrond moet een goede factchecker hebben?

“De meeste factcheckers zijn journalisten. Social netwerk sites werken voor dit soort werk vaak samen met onafhankelijke journalisten. Zelf heb ik politieke wetenschappen gestudeerd en dan geschiedenis, dan nog een Postgraduaat internationale onderzoeksjournalistiek. Van daaruit ben ik begonnen als freelance journalist. Sinds mei 2020 ben ik vast aan de slag bij Knack waarvoor ik zowel factcheck als andere artikels schrijf.”

Welke factchecks doe je precies? En hoe gaat dat in zijn werk?

“Facebook werkt sinds een aantal jaar internationaal samen met een aantal factcheckers om labels te plaatsen bij de misinformatie die circuleert op hun netwerk. De partners voor Vlaanderen zijn Knack, DPA (Deutsche Press – Agentur) en AFP (Agence France – Presse). Facebook plaatst niet zelf de labels bij bepaalde berichten. Ze vragen dit aan journalisten in verschillende landen over heel de wereld. Ze hebben mensen nodig die de lokale context kennen, zoals onder andere de taal en de politieke situatie. Facebook werkt niet zomaar met gelijk welk mediabedrijf samen. Zij moeten IFCN (International Fact Checking Network) proof zijn. Dat betekent dat je bepaalde richtlijnen moet volgen, zoals onder andere transparantie in je financiering, dat je bronnen moet plaatsen onder elke factcheck en dat er een evenwicht moet zijn in de keuze van onderwerpen.”

“Bij Knack doen wij minstens 15 checks per maand met twee personen. We worden, in tegenstelling tot wat mensen vaak denken, op geen enkele manier beïnvloed op wat we moeten checken en wat niet. We kiezen dus volledig zelf onze onderwerpen en waarover we schrijven en ook hoe we dat gaan schrijven. Transparantie is in alle gevallen vereist. Iedereen die wil kan ook factcheckers factchecken. Door onze transparante manier van werken kan iedereen ons onderzoek nadoen en zelf nagaan of wat we schrijven klopt.”

“Er is jaarlijks een doorlichting van het factchecken door IFCN. Voldoe je dan nog aan de richtlijnen, ontvang je een IFCN – goedkeuring. Facebook betaalt Roularta om die factchecks te maken, maar als een Facebookgebruiker een label tegenkomt en er is een doorverwijzing naar een artikel van Knack, zijn die voor iedereen toegankelijk en niet geblokkeerd achter een betaalmuur.”

Hoe begin je aan zo’n factcheck?

“We hebben een tool van Facebook waarin berichten worden aangeduid als er een vermoeden is van misinformatie en die veel gedeeld worden. Zo zijn er honderden berichten per dag waar wij er dan een paar uitpikken. We kunnen ook berichten, die niet worden opgepikt door algoritmes, toevoegen in deze tool.”

“Je stelt jezelf vragen zoals; wat lijkt er te kloppen, wat denk je zelf bij een bericht dat je leest. Dan ga je niet zozeer naar reeds verschenen artikels zoeken, maar ga je eerder naar primaire bronnen op zoek; oorspronkelijke documenten, overheidsbronnen. Je probeert dan ook de persoon die de claim doet te contacteren; we vragen hen dan wat of wie de bron is. Het lukt echter niet altijd om die te pakken te krijgen. Wanneer het om een anonieme persoon gaat, kunnen we dat natuurlijk niet verifiëren. Soms gaat dat bijvoorbeeld om een foto die uit de context is gehaald, waar dan een eigen tekst aan is gegeven. Soms zijn het verzonnen dingen. Vaker zijn het dingen waar wel enige waarheid in zit, maar die dan volledig verdraaid werden en bij elkaar zijn gezet, waardoor het dan toch niet klopt. Wij proberen dit dan zo helder mogelijk neer te schrijven en aan de hand van bronnen en interviews met experts de feiten te achterhalen.”

Het vertrouwen in de overheid is soms ver te zoeken bij mensen. Hoe betrouwbaar zijn overheidsbronnen in de context van factchecking?

“Overheidsbronnen kunnen een goede primaire bron zijn, maar ook die bekijken we kritisch door er experts naar te laten kijken. Je probeert steeds zover en zoveel mogelijk alles kritisch in vraag te stellen en vanuit verschillende oogpunten te belichten. Corruptie van de overheid bewijzen is natuurlijk moeilijk. Vaak gaat onze factchecking meer over evidentere dingen zoals de verschillende verhalen over de vaccins, waarin bijvoorbeeld verschillende beweringen naast elkaar worden gelegd. We gaan zoveel mogelijk wetenschappelijke experts aan het woord laten, die er echt iets van kennen, en hen laten uitleggen waarom iets al dan niet klopt.”

Welke andere tools gebruik jij zelf nog?

“Aan de hand van open source intelligence of reverse image search ga ik op zoek naar de originele herkomst van een video of foto. Ik gebruik voor mijn factchecking meestal een combinatie van verschillende tools, praten met experts, raadplegen van wetenschappelijke literatuur en de originele bron zoeken, waarmee ik dan achterhaal waar de misinformatie is ontstaan.”

Is factchecken dweilen met de kraan open?

“Voor een deel wel, want met het kleine aantal factcheckers in Vlaanderen kan je natuurlijk niet alle misinformatie tegengaan. We kunnen uit honderden berichten per dag maar een aantal berichten onderzoeken, maar het is wel heel nuttig om misinformatie die heel veel circuleert te ontkrachten en een tegenantwoord te bieden. Door de manier waarop we onze factchecks doen, probeer ik de lezer ook altijd handvaten te bieden om zelf kritisch naar berichten te kijken. Essentieel is de bron checken waaruit het voortkomt en je afvragen of de website waaraan een bericht gelinkt is van erkende wetenschappers is of eerder een louche complotsite. In elke factcheck leg ik uit hoe ik een onderzoek gedaan heb. Ik hoop wel dat, door het lezen van een factcheck, mensen kritischer gaan kijken en ook gaan herkennen waarop ze moeten letten wanneer ze aan zelfonderzoek willen doen. Wanneer je niet direct meegaat in een stelling of je niet onmiddellijk laat leiden door een bericht, maar tracht echt heel kritisch te zijn, kan dat een grote bijdrage leveren aan factchecken. Je moet het wel serieus nemen en steeds streven naar diepgang.”

Staat complotdenken en factchecking lijnrecht tegenover elkaar? Zit er waarheid in complotdenken?

“Sommige dingen zijn waar. Een foto kan werkelijk echt zijn, maar daarom is hetgeen erbij staat nog niet waar. Complotdenkers zien vaak veel verbanden, die er soms zijn, maar soms ook niet; die worden er dan bij verzonnen en worden in een helder en aannemelijk verhaal gegoten. Factcheckers staan niet lijnrecht tegenover complotdenkers. Wij kijken gewoon naar wat zij zeggen en kijken dan kritisch na, volgens hierboven vermelde methoden, of het klopt. Het grote verschil tussen een onderzoeksjournalist en een complotdenker is dat een onderzoeksjournalist die een straffe stelling doet ook met hele straffe bewijzen moet komen. Bij complotdenkers zijn er heel straffe stellingen, maar blijven de bewijzen vaak uit.”  

Geloof je zelf wat je factcheckt? 

(Lacht) “We beginnen altijd bij een bericht zonder te weten of het waar is of niet. Soms heb je een voorgevoel, maar dat mag niet in de weg staan om kritisch te zijn. Vaak begin je aan iets en weet je echt niet waar je zal eindigen. Ik kan pas zeggen of ik zelf iets geloof nadat een volledig onderzoek is afgerond.”

Tips van Brecht als je zelfonderzoek wil doen:

 

1. Lees een aantal factchecks en kijk welke technieken worden toegepast.

2. Gebruik de omgekeerde zoekfunctie voor afbeeldingen (om de bron te vinden).

3. Zoek actief tegenbewijzen over een stelling (je zal altijd bronnen vinden die het bericht bevestigen, maar daarom zij die niet juist).

4. Kijk kritisch naar alle feitelijke zaken die worden gezegd.

5. Neem dingen die je leest niet zomaar aan.

6. Kijk kritisch naar claims die bij een foto staan.

Wil je meer van dergelijke interviews lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning. Vond je het leuk en interessant, draag bij aan ons werk.

Naar de website

‘Vraagdeken’ voor slachtoffers onopgeloste misdaden: op zoek naar vaste locatie

INTERVIEW | 5 min. read

Naar de website

December 2018 maakte Ingrid Mulder, nabestaande en zus van Marie-Jeanne Mulder, één van de slachtoffers van de Bende van Nijvel van 9 november 1985 op de Delhaize te Aalst een Vraagdeken (foto). Een deken van meer dan tien meter bestaande uit 300 lapjes uit kledingstukken van overledenen van onopgeloste misdaden en mensen die een geliefde verloren. Dit staat symbool voor het verdriet dat nooit helemaal voorbijgaat. Dergelijke wonden kunnen niet helen als ze geen afsluiting of plaats krijgen.

In totaliteit zijn er 28 doden gevallen tussen 1982 en 1985. 35 jaar na de feiten is de zaak nog steeds onopgelost. Volgens minister Geens zou de zaak nu in de beste handen zijn en zullen de daders gevat worden nog voor de verjaring in 2025. Voor nabestaanden blijft het verdriet hangen in de schaduw, de stilte is onaanvaardbaar.

Ingrid wil nu voor het Vraagdeken een waardige vaste locatie vinden, als herdenking, maar ook om iedereen die daar nood aan heeft, zich erdoor te laten omhullen.

©Foto Misflits – Begraafplaats Aalst – Herdenkingssteen slachtoffers – Achteraan het tien meter lange Vraagdeken

Het vraagdeken is november 2018 gemaakt en je hebt het meegenomen naar verschillende plaatsen en geëxposeerd. Hoe lang heb je eraan gewerkt?

“Het deken is meegenomen naar De Witte Mars in Brussel en is tentoongesteld in De Werf in Aalst. Daarnaast hebben we het meegenomen naar Brussel, ter herdenking van de terroristische aanslag in het metrostation en ter ondersteuning van Philippe Vandenberghe die in hongerstaking is gegaan na de aanslag in Zaventem maart 2016 en ook in De Watertoren die in Aalst buurtwerking organiseert. Er zitten lapjes in van kledingstukken van dierbaren, met een diepe emotionele waarde voor de nabestaanden.”

©Foto Misflits – Detail Vraagdeken

“Deze lapjes kwamen na de oproep op Radio 2 en Social media uit alle uithoeken van het land, zelfs van mensen van wie je het niet zou verwachten. Die lappen, elk 20 op 20 centimeter, werden één voor één aan elkaar gezet. In totaal ben ik daar een zestal weken mee bezig geweest. Het zou jammer zijn mocht de oorspronkelijke bedoeling (soelaas bieden in tijden van diep verdriet) verloren gaan en blijven liggen op mijn zolder.”

Het Vraagdeken moet nu een vaste plek krijgen, als een soort monument, en dat er mensen naartoe kunnen om zichzelf een moment van rouw toe te staan

Je wil het deken een vaste plek geven, heb je al een idee waar en hoe?

“Ik wil dit absoluut doen, niet alleen omdat mijn zus één van de acht slachtoffers was van de bloederige overval in Aalst, maar ook voor alle anderen die hebben geleden en hun bijdrage hebben gedaan door een stukje herinnering van hun geliefden weg te schenken voor het deken. We moeten dit eren en blijven herdenken. Ik heb in mijn zoektocht naar een vaste plaats de burgemeester en schepen van Aalst al eens aangesproken, maar daar liepen we jammer genoeg op een dood spoor. Ik heb ook contact genomen met Philippe Vansteenkiste van V-Europe (vereniging voor slachtoffers van terreur) die het zag in een buurthuis in Brussel, maar ook daar kwam geen verder gevolg aan.”

Bij justitie lijkt het moeilijk aan te kloppen, kan de gemeente iets doen?

“Ten opzichte van justitie zijn we het als groep van nabestaanden moe om steeds via de pers te weten te komen wanneer er een nieuw onderzoek start en wat de vorderingen zijn; zoals bijvoorbeeld de opgravingen in Précot van juli 2020. Minister Geens had jaarlijkse transparantie beloofd aan alle nabestaanden. Ondertussen zijn we drie jaar verder en blijft het van daaruit heel stil. Het vreemde is dat de ene soms wel en de andere niet gecontacteerd wordt, terwijl al onze namen gekend zijn. Ik vraag me af hoe ze dit in werkelijkheid opvolgen. Een groepsmail opmaken met een stand van zaken en naar iedereen tegelijk sturen, lijkt me nu niet zo heel moeilijk. Wij begrijpen zoiets niet.”

“In de gemeente Aalst ben ik tijdens een receptie van de jaarlijkse herdenking op de begraafplaats uitgenodigd geweest om naar het kabinet te komen van burgemeester D’Haese. Maar dat is er nooit van gekomen, de interesse van die kant was niet voelbaar. Tijdens de laatste herdenking op 9 november 2020 bezocht de burgemeester van Aalst de herdenkingssteen en legde er een bloemenkrans neer; iedereen die wou kon daar ook iets neerleggen. November 2019 kaartte hij de oorverdovende stilte aan bij justitie, maar naar ons toe is hij zelf ook heel stil geweest.”

Er werd tot nu toe vaak geconcentreerd op Aalst; er waren eerder al 20 slachtoffers gemaakt. De Delhaize van Overijse en Eigenbrakel waren het slachtoffer in diezelfde periode.

Word je als nabestaande die eeuwige strijd nooit moe?

“Dat gaat in golven. Het herhaaldelijke opbotsen tegen de hoge taaie muren geven de grootste ontmoediging. Na dat korte contact op de receptie was ik het even helemaal moe, nadat ik ook daar het gevoel had een hele muur te moeten afbreken.”

“Ook de pers lijkt het verhaal moe te worden. Het is wel de druk vanuit de pers die ervoor kan zorgen dat er beweging komt bij hoger hand. Maar als de pers gemanipuleerd wordt of het opgeeft, staan wij ook nergens.”

“Waar ik nu nog voor wil vechten is een vast locatie vinden voor het Vraagdeken en ermee doen waarvoor het gemaakt werd. Wanneer dit gevoel weer opflakkert, voel ik wel  dat de vechtlust toch niet helemaal weg is.”

‘Soms ben ik het volledig moe dat ik steeds een volledige muur moet afbreken, voordat ik weer een klein stukje verder kan’

Het vraagdeken ligt momenteel op jouw zolder. Heb je dan ook het gevoel dat dat verdriet van jezelf en de anderen opgeborgen blijft?

“Ik heb het deken gemaakt om mensen hun verdriet te laten omhullen. Het gaat dus over lapjes van echte kledingstukken van overledenen en heeft een belangrijke emotionele waarde voor nabestaanden. Dat mag echt niet verloren gaan.”

“In alle lagen van de bevolking zit er verdriet en hebben mensen nood aan omhulling. Het gaat om de herdenking en om even meegedragen te worden door anderen, niet zozeer om in het verleden te blijven hangen. We horen zo vaak over herdenkingen van wereldoorlogen, maar het verdriet dat hier nog is, moet ook zijn plaats krijgen.”

“Over verdriet hangt steeds een taboe; je mag daar niet te lang over praten. De eerste weken vlak nadat iemand gestorven is, wordt dat wel aanvaard. Nadien moet je al snel weer flink zijn en vooruit kunnen. De realiteit is anders; een dierbare verliezen is een rouwproces dat soms levenslang duurt.”

Welke pistes wil je nog bewandelen om van dit Vraagdeken een monument te maken?

“Ik zou het liefst een plaats vinden waar er ruimte is om het Vraagdeken in een spiraal te zetten, zodat je er helemaal in kan gaan en in het midden even kan zitten waar niemand je ziet. Op de expo in De Werf in Aalst lagen er twee boeken bij; een emotie-boek en een boek voor justitie, waarin mensen hun grieven konden neerschrijven. Waarschijnlijk ga ik dat opnieuw doen. Daarnaast wil ik graag nog samenwerken met David Van de Steen, overlever van de Bende van Nijvel en hoofdpersonage uit de film ‘Niet Schieten’.”

Naar de foto’s

Wil je meer van dergelijke artikels lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning. Draag bij aan ons werk.

Naar de website

Waarom Misflits.be?

INTRODUCTIE | 1 min. read

Naar de website

Innovatie – Creativiteit – Experimenteel – Collaboratief – Menselijk

Misflits.be is een nieuw online medium en brengt inkijk in actuele en vergeten thema’s via artikels, onderzoek, portret & interview en creatieve beelden.

We laten de menselijke kant van berichtgeving zien. We pakken dit empathisch aan, maar checken ook feiten en berichten waarheidsgetrouw. We brengen verhalen die de lezer kunnen raken, zonder sensatiewellustig te worden.

We houden van een frisse manier om de ambacht van berichtgeving tot zijn recht te laten komen, zonder angst om te durven experimenteren of innovatief te zijn. 

We brengen onderwerpen op een begrijpelijke en creatieve manier.

This image has an empty alt attribute; its file name is Journalist-_-Riikka-Sormunen.png
©illustratie Riikka Sormunen

We zijn van mening dat we in tijden van grote onzekerheid en groeiend ongeloof in de media het voortouw moeten nemen. We moeten niet alleen berichten over feiten, maar jou als lezer ook terug zin geven om nieuws te volgen en mee te denken.

Grote mediahuizen en commerciële zenders hebben een loopje genomen met participatie, waardoor niemand vandaag meer weet wat te geloven. Als journalist mogen we ‘de kern’ van onze job niet uit het oog verliezen. Misflits.be kiest ervoor om te luisteren naar de zorgen van de burger.

Hetgeen jullie lezen wordt dus niet alleen door ons bepaald. Als lezer kan je ontevreden zijn over de aanpak en verward zijn door de informatie van traditionele media. We willen jou wakker maken om mee verantwoordelijk te zijn voor wat er gebracht wordt in de media. Misflits.be geeft jou die kans.

We waken er over dat dit ten allen tijde gebeurt op een respectvolle en constructieve manier. We geven geen gevolg aan vragen, berichten en opmerkingen die de waardigheid en het privéleven van mensen kunnen aantasten.

‘We kunnen niet heel de wereld redden, we kunnen wel onze bijdrage leveren aan het vergroten van een constructief rimpeleffect’

Draag bij aan ons werk.

Naar de website