Vrouwen in alternatieve media: potentieel voor meer diversiteit in berichtgeving

Artikel | 5 min. read

Naar de website

Een realistisch beeld krijgen op de man-vrouwverhouding in media is essentieel. Onderzoek belicht deze verhouding vooral bij traditionele media. Binnen de alternatieve berichtgeving ligt voor vrouwen nog een groot potentieel.

©Illustratie Riikka Sormunen

Om de vijf jaar vindt het internationaal onderzoek Global Media Monitoring Project (GMMP) plaats, die de representatie van vrouwen en mannen in de traditionele media weergeeft (radio, televisie, nieuws en kranten). Alternatieve media, die een tegenwicht bieden, doelen meer op het verspreiden van nieuws via internet en benaderen onderwerpen vanuit een andere invalshoek, zoals bijvoorbeeld onderzoeksjournalistiek en datajournalistiek. Een traditionele krant die online bericht, wordt niet gezien als alternatief nieuwsmedium.

Kloof gender in media stagneert

In België vertegenwoordigen vrouwelijke journalisten 33% van het medialandschap. Op dit moment evolueert het weinig. Volgens het onderzoek van het GMMP (2015) is het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke journalisten het grootst in printmedia (27% vrouwen, versus 73% mannen). Byerly (2004) wijst op het belang van vrouwen in de media, ze dragen mee aan een meer gedifferentieerd beeld van vrouwen en mannen in de media en doorbreken zo mee de status quo.

Bron: Rapport – Het profiel van de Belgische journalist in 2018

‘In journalistieke opleidingen zie je nochtans veel vrouwelijke studenten. Vrouwen gaan eerder op latere leeftijd afhaken. In datajournalistiek en onderzoeksjournalistiek zie je wel opvallend minder vrouwen die er uiteindelijk iets mee doen’, zegt Sara De Vuyst die genderbreuklijnen in de journalistiek onderzoekt op de UGent. ‘Alternatieve projecten die voorheen zijn opgestart met budgetten van het Vlaams Journalistiek Fonds (dat nu niet meer bestaat), zijn voornamelijk opgericht door jonge witte mannen.’

©Misflits – Slide Conferentie Vrouwen en media 6 maart 2020

De genderbalans herstellen

De Universiteit van Amsterdam, die geloofwaardigheid en gender in het brengen van nieuws bestudeerde, concludeert dat er een beter evenwicht moet komen en dat vrouwelijke initiatieven meer zichtbaar gemaakt moeten worden. De traditionele media geeft op dit moment een verwrongen beeld van de realiteit. 

‘De enige oplossing, op lange termijn, is dat die trend wordt doorbroken. Laat vrouwen schrijven en rapporteren over de onderwerpen die als ‘belangrijk’ worden gezien zoals politiek, internationale conflicten en economie. Maar ook over onderwerpen die vaak door mannen worden geclaimd, zoals techniek en sport. Als je daarmee het publiek kunt aantonen dat vrouwelijke journalisten daar net zo goed verslag over kunnen doen als mannen kan de vicieuze cirkel worden doorbroken’, zegt Mark Boukes, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam.

Vrouwelijke initiatieven zouden meer in de kijker moeten worden gezet, maar zij moeten zich dubbel zo hard bewijzen

Mark Boukes UAmsterdam

Dat doorbreken vraagt lef. Het publiek zal eerst deze vrouwelijke journalisten meer kritisch bekijken en twijfels zaaien over hun geloofwaardigheid. Niettemin moet de organisatie waarvoor ze werken achter hen blijven staan, en ze de kans geven om hun expertise te bewijzen. Dit vereist dat de meeste capabele personen worden aangewezen, want als vrouwelijke journalisten worden belast met een onderwerp waar ze minder kennis van hebben, kan dat de vooroordelen juist versterken. 

Stereotype onderwerpen zijn genderbepaald; vrouwen zouden meer schrijven over de ‘zachtere thema’s zoals lifestyle, mode, koken, kinderen. Politiek, economie, sport en technologie wordt overwegend meer bij mannen gezien. Ook onderzoeksjournalistiek wordt vaker geplaatst in de ‘harde journalistiek’, en dus kan je volgens het stereotype ook concluderen dat je daar minder vrouwen vindt.

Het heeft ook vaak te maken met status. Onderzoeksjournalistiek heeft meer aanzien en status en wordt dan meer geassocieerd met mannelijkheid. Ook wordt er algemeen meer beroep gedaan op mannelijke experten’, zegt De Vuyst nog.

Potentieel in alternatieve media

Wanneer je de vraag bij internationale platformen stelt, ervaren heel wat vrouwelijke journalisten dat bepaalde voorgestelde onderwerpen vaak niet door een hoofdredacteur of eindredacteur worden aanvaard of zelfs weggelachen.

‘Om die reden en vanuit frustratie zijn er vrouwen die een eigen innovatief platform aanbevelen of oprichten. Iets wat ik vaak hoorde tijdens mijn internationaal onderzoek, aan de hand van diepte-interviews, is dat de traditionele mediasector nog steeds zo vastgeroest zit in bepaalde genderpatronen dat vrouwen beslissen om eruit te stappen en hun eigen projecten oprichten’, aldus De Vuyst.

Er is nog veel ruimte open op de alternatieve markt en dat potentieel gebruiken is essentieel om een realistischer mediabeeld te krijgen. Gekendere alternatieve media opgericht door vrouwen of waar er aandacht is voor de man-vrouw balans: Charlie Magazine (ondertussen gestopt) en Vice.

Het nieuws nu is geen weerspiegeling van de samenleving. Veel mensen herkennen zich er niet meer in. In dat opzicht is er potentieel om iets te ondernemen buiten de traditionele mediasector

Sara De Vuyst UGent

Vrouwelijke thema’s onderbelicht

Newsmavens, een internationaal project dat gedurende twee jaar de media heeft onderzocht vanuit een vrouwelijk perspectief door vrouwelijke journalisten in heel Europa, wilden ontdekken wat er met het nieuws zou gebeuren als alleen vrouwen het nieuws zouden kiezen. Daarnaast keken ze naar seksisme in de Europese media. Daaruit bleek dat vrouwelijke experts minder worden geraadpleegd in het maken van nieuws. Hot topics in België waren de abortuswet, het gevecht tegen seksuele intimidatie en seksueel geweld (zie alle #metoo verhalen in 2017 – 2018). Daarnaast ook de noodzaak om opnieuw na te denken over straffen en behandeling bij seksueel geweld (naar aanleiding van de brutale moord op de 23-jarige Julie van Espen). Hoewel een lichte vooruitgang is België een trage leerling op vlak van gendergelijkheid volgens het Global Gender Equality Gap index.

Bron: Global Gender Equality Gap Index Belgium 2019

Steun zoeken bij gelijkgestemden

Om steun te vinden bij dergelijke initiatieven kan je je aansluiten bij internationale groepen of netwerken die elkaar ondersteunen in het journalistiek ondernemen. In die groepen wordt gesproken over de obstakels bij het ondernemen en seksisme, je kan daar ook tips uitwisselen met mensen die iets anders willen doen in de journalistiek. Internationaal kan je er heel wat vinden. In België zijn die groepen informeler en moeilijker vindbaar.

Een bedenking die Misflits.be zich bij dit alles nog maakt, is of je op deze manier niet nog meer eilandjes gaat creëren tussen vrouw en man?

Dit kan verder uitgezocht worden in een volgend artikel.

Geraadpleegde bronnen: GMMP report 2015 / Wetenschappelijk artikel - Masterproef van Justine Vergotte – Faculteit politieke en sociale wetenschappen UGent (2016-2017) / Global Gender Equality Index 2019 / Amsterdam School of Communication Research, University of Amsterdam, Amsterdam, The Netherlands Rapport A woman's got to write what a woman's got to write door Elena Klaas en Mark Boukes / Newsmavens: Roadmap to Women’s Rights in Europe.

Wil je meer van dergelijke artikels lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning. Draag bij aan ons werk.

Naar de website

Is factchecken dweilen met de kraan open?

INTERVIEW | 4 min. read

Naar de website

Factchecking is IN. In tijden van grote onzekerheid proberen we houvast te zoeken tussen de grote toestroom aan informatie die via verschillende mediakanalen binnenkomt. Meer en meer mensen geven aan verward te zijn en gaan dan aan zelfonderzoek doen om feiten van misinformatie te onderscheiden. Toch stellen heel wat mensen zich vragen bij die factchecking. Waar moet je op letten, waar vind je betrouwbare bronnen en hoe kan je misinformatie herkennen?

We vroegen het aan onderzoeksjournalist, Brecht Castel, die factcheckt voor Knack.

©Foto Misflits – Research: Factchecking

Wat is jouw opleiding? Welke achtergrond moet een goede factchecker hebben?

“De meeste factcheckers zijn journalisten. Social netwerk sites werken voor dit soort werk vaak samen met onafhankelijke journalisten. Zelf heb ik politieke wetenschappen gestudeerd en dan geschiedenis, dan nog een Postgraduaat internationale onderzoeksjournalistiek. Van daaruit ben ik begonnen als freelance journalist. Sinds mei 2020 ben ik vast aan de slag bij Knack waarvoor ik zowel factcheck als andere artikels schrijf.”

Welke factchecks doe je precies? En hoe gaat dat in zijn werk?

“Facebook werkt sinds een aantal jaar internationaal samen met een aantal factcheckers om labels te plaatsen bij de misinformatie die circuleert op hun netwerk. De partners voor Vlaanderen zijn Knack, DPA (Deutsche Press – Agentur) en AFP (Agence France – Presse). Facebook plaatst niet zelf de labels bij bepaalde berichten. Ze vragen dit aan journalisten in verschillende landen over heel de wereld. Ze hebben mensen nodig die de lokale context kennen, zoals onder andere de taal en de politieke situatie. Facebook werkt niet zomaar met gelijk welk mediabedrijf samen. Zij moeten IFCN (International Fact Checking Network) proof zijn. Dat betekent dat je bepaalde richtlijnen moet volgen, zoals onder andere transparantie in je financiering, dat je bronnen moet plaatsen onder elke factcheck en dat er een evenwicht moet zijn in de keuze van onderwerpen.”

“Bij Knack doen wij minstens 15 checks per maand met twee personen. We worden, in tegenstelling tot wat mensen vaak denken, op geen enkele manier beïnvloed op wat we moeten checken en wat niet. We kiezen dus volledig zelf onze onderwerpen en waarover we schrijven en ook hoe we dat gaan schrijven. Transparantie is in alle gevallen vereist. Iedereen die wil kan ook factcheckers factchecken. Door onze transparante manier van werken kan iedereen ons onderzoek nadoen en zelf nagaan of wat we schrijven klopt.”

“Er is jaarlijks een doorlichting van het factchecken door IFCN. Voldoe je dan nog aan de richtlijnen, ontvang je een IFCN – goedkeuring. Facebook betaalt Roularta om die factchecks te maken, maar als een Facebookgebruiker een label tegenkomt en er is een doorverwijzing naar een artikel van Knack, zijn die voor iedereen toegankelijk en niet geblokkeerd achter een betaalmuur.”

Hoe begin je aan zo’n factcheck?

“We hebben een tool van Facebook waarin berichten worden aangeduid als er een vermoeden is van misinformatie en die veel gedeeld worden. Zo zijn er honderden berichten per dag waar wij er dan een paar uitpikken. We kunnen ook berichten, die niet worden opgepikt door algoritmes, toevoegen in deze tool.”

“Je stelt jezelf vragen zoals; wat lijkt er te kloppen, wat denk je zelf bij een bericht dat je leest. Dan ga je niet zozeer naar reeds verschenen artikels zoeken, maar ga je eerder naar primaire bronnen op zoek; oorspronkelijke documenten, overheidsbronnen. Je probeert dan ook de persoon die de claim doet te contacteren; we vragen hen dan wat of wie de bron is. Het lukt echter niet altijd om die te pakken te krijgen. Wanneer het om een anonieme persoon gaat, kunnen we dat natuurlijk niet verifiëren. Soms gaat dat bijvoorbeeld om een foto die uit de context is gehaald, waar dan een eigen tekst aan is gegeven. Soms zijn het verzonnen dingen. Vaker zijn het dingen waar wel enige waarheid in zit, maar die dan volledig verdraaid werden en bij elkaar zijn gezet, waardoor het dan toch niet klopt. Wij proberen dit dan zo helder mogelijk neer te schrijven en aan de hand van bronnen en interviews met experts de feiten te achterhalen.”

Het vertrouwen in de overheid is soms ver te zoeken bij mensen. Hoe betrouwbaar zijn overheidsbronnen in de context van factchecking?

“Overheidsbronnen kunnen een goede primaire bron zijn, maar ook die bekijken we kritisch door er experts naar te laten kijken. Je probeert steeds zover en zoveel mogelijk alles kritisch in vraag te stellen en vanuit verschillende oogpunten te belichten. Corruptie van de overheid bewijzen is natuurlijk moeilijk. Vaak gaat onze factchecking meer over evidentere dingen zoals de verschillende verhalen over de vaccins, waarin bijvoorbeeld verschillende beweringen naast elkaar worden gelegd. We gaan zoveel mogelijk wetenschappelijke experts aan het woord laten, die er echt iets van kennen, en hen laten uitleggen waarom iets al dan niet klopt.”

Welke andere tools gebruik jij zelf nog?

“Aan de hand van open source intelligence of reverse image search ga ik op zoek naar de originele herkomst van een video of foto. Ik gebruik voor mijn factchecking meestal een combinatie van verschillende tools, praten met experts, raadplegen van wetenschappelijke literatuur en de originele bron zoeken, waarmee ik dan achterhaal waar de misinformatie is ontstaan.”

Is factchecken dweilen met de kraan open?

“Voor een deel wel, want met het kleine aantal factcheckers in Vlaanderen kan je natuurlijk niet alle misinformatie tegengaan. We kunnen uit honderden berichten per dag maar een aantal berichten onderzoeken, maar het is wel heel nuttig om misinformatie die heel veel circuleert te ontkrachten en een tegenantwoord te bieden. Door de manier waarop we onze factchecks doen, probeer ik de lezer ook altijd handvaten te bieden om zelf kritisch naar berichten te kijken. Essentieel is de bron checken waaruit het voortkomt en je afvragen of de website waaraan een bericht gelinkt is van erkende wetenschappers is of eerder een louche complotsite. In elke factcheck leg ik uit hoe ik een onderzoek gedaan heb. Ik hoop wel dat, door het lezen van een factcheck, mensen kritischer gaan kijken en ook gaan herkennen waarop ze moeten letten wanneer ze aan zelfonderzoek willen doen. Wanneer je niet direct meegaat in een stelling of je niet onmiddellijk laat leiden door een bericht, maar tracht echt heel kritisch te zijn, kan dat een grote bijdrage leveren aan factchecken. Je moet het wel serieus nemen en steeds streven naar diepgang.”

Staat complotdenken en factchecking lijnrecht tegenover elkaar? Zit er waarheid in complotdenken?

“Sommige dingen zijn waar. Een foto kan werkelijk echt zijn, maar daarom is hetgeen erbij staat nog niet waar. Complotdenkers zien vaak veel verbanden, die er soms zijn, maar soms ook niet; die worden er dan bij verzonnen en worden in een helder en aannemelijk verhaal gegoten. Factcheckers staan niet lijnrecht tegenover complotdenkers. Wij kijken gewoon naar wat zij zeggen en kijken dan kritisch na, volgens hierboven vermelde methoden, of het klopt. Het grote verschil tussen een onderzoeksjournalist en een complotdenker is dat een onderzoeksjournalist die een straffe stelling doet ook met hele straffe bewijzen moet komen. Bij complotdenkers zijn er heel straffe stellingen, maar blijven de bewijzen vaak uit.”  

Geloof je zelf wat je factcheckt? 

(Lacht) “We beginnen altijd bij een bericht zonder te weten of het waar is of niet. Soms heb je een voorgevoel, maar dat mag niet in de weg staan om kritisch te zijn. Vaak begin je aan iets en weet je echt niet waar je zal eindigen. Ik kan pas zeggen of ik zelf iets geloof nadat een volledig onderzoek is afgerond.”

Tips van Brecht als je zelfonderzoek wil doen:

 

1. Lees een aantal factchecks en kijk welke technieken worden toegepast.

2. Gebruik de omgekeerde zoekfunctie voor afbeeldingen (om de bron te vinden).

3. Zoek actief tegenbewijzen over een stelling (je zal altijd bronnen vinden die het bericht bevestigen, maar daarom zij die niet juist).

4. Kijk kritisch naar alle feitelijke zaken die worden gezegd.

5. Neem dingen die je leest niet zomaar aan.

6. Kijk kritisch naar claims die bij een foto staan.

Wil je meer van dergelijke interviews lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning. Vond je het leuk en interessant, draag bij aan ons werk.

Naar de website