SEKTEN: terrorisme onder de radar

ARTIKEL | 3 min. read

Sekten, we kennen ze veelal van films of onwerkelijke mysterieuze verhalen ergens ver weg aan de ander kant van de wereld. Vreemde groeperingen in dezelfde klederdracht. Aan het hoofd een charismatische goeroe die altijd het laatste woord heeft, en waar vreemde rituelen gebeuren met psychische problemen, seksueel misbruik, financieel en verlies van identiteit tot gevolg.

©Foto Brett Jordan – I am the path – Ik ben het pad

Maar laten we deze extreme groeperingen even beter nuanceren en omschrijven en terugbrengen naar de orde van de dag. De recente coronacrisis heeft opnieuw heel wat alarmbellen doen afgaan, en dit was toen en ook nu vooral zichtbaar bij op het eerste zicht groeperingen die wellness en gezondheid aanbieden. Niet alleen religieuze groepen hebben soms de kenmerken van een sektarische beweging, maar ook achter de muur van een brave burgerwoning kunnen mensen in een kwestbare positie in dergelijke groepen terechtkomen. Hetzij in kleinere groepjes waar men dan bijvoorbeeld via Ayahuasca (psychoactief brouwsel dat zowel als sociaal als ceremonieel spiritueel medicijn wordt gebruikt door inheemse volkeren uit het Amazonegebied) of Magic Mushrooms het genezen van de ‘zieke’ psyche belooft. Hoewel er ook veel bericht wordt over de zinvolle werking van dergelijke middelen, is er een grote voorzichtigheid geboden, omdat een professionele begeleiding hierin steeds essentieel is. Alleen kan tegenwoordig iedereen zich zomaar een sjamaan , (gezondheids)coach of mentor noemen – er is namelijk helemaal geen tot weinig controle op in België. En deze praktijken worden al helemaal niet opgevolgd wanneer het misgaat.

NIET HOE MEN ZICH NOEMT, MAAR HOE MEN ZICH GEDRAAGT

Het IACSSO (Informatie- en Adviescentrum inzake Schadelijke
Sektarische Organisaties), onderdeel van de Federale overheidsdienst Justitie, opgericht door de wet van 2 juni 1998 als gevolg van de aanbevelingen van het Parlementair Onderzoek met het oog op de beleidsvorming  ter bestrijding van de onwettige  praktijken van de sekten en van de  gevaren ervan voor de samenleving en voor het individu, inzonderheid voor de minderjarigen, maakte een praktische publieke handleiding Is dat een sekte? die de belangrijkste kenmerken ervan weergeeft.

Toch kan ook het contact met een bedenkelijke groepering schadelijk zijn, zelfs al zijn niet alle kenmerken op het eerste zicht aanwezig. Wanneer degene die in een groepering met schadelijke kenmerken terecht komt, of familie of een partner/vriend heeft die zich daarbij heeft aangesloten, en verontrustend en afgescheiden gedrag vertoont, kan dit al een eerste aanwijzing zijn dat de groep niet gezond en onbetrouwbaar is.

Soms zijn mensen onzeker over zichzelf, of door omstandigheden even de weg kwijt en op zoek naar zichzelf. Wanneer zij dan in de verkeerde handen terecht komen zijn zij als een vogel voor kat. De rekrutering binnen groeperingen met sektarische kenmerken gebeurt vaak heel onschuldig en warm, en ook subtiel en langzaam. Het is pas na een tijd, wanneer de leider van de groepering vat krijgt op je geest, soms ook je lichaam en je geld, dat er zich ernstige problemen gaan voordoen. De destructieve impact, die het vast komen te zitten in een groepering met sektarische kenmerken teweegbrengt, krijgt te weinig aandacht en is zorgwekkend. In sommige gevallen heeft een sekte zo’n sterke invloed op een individu, dat die psychisch volledig verzwakt, er daardoor moeilijk uitgeraakt en in een vicieuze cirkel terechtkomt, en zelfs zelfdoding tot gevolg heeft.

JONGE MENSEN ZIJN BELANGRIJKE DOELGROEP

De sektarische wereld speelt zich vaak af onder de radar, en veelal speelt ze in op het emotionele en psychische leven van een persoon. Wanneer sekten een dubbele functie uitoefenen op iemand zijn of haar leven, komen slachtoffers hiervan soms in een tweestrijd met zichzelf terecht. Langs de ene kant heeft men niet meer het gevoel alleen te zijn en ergens deel van uit te maken, langs de andere kant isoleert men zich stelselmatig van naasten buiten de groep (gemotiveerd door de goeroe of leider), en voelt men zich buiten de groep meer en meer onbegrepen. Daardoor krijgt men een afhankelijkssituatie, die mensen aan elkaar en aan de sekte bindt. Geheimen en persoonlijke dingen worden gedeeld, waardoor men het gevoel heeft in een vertrouwde omgeving te zijn.

Wanneer men in dergelijke omgeving opgroeit duurt het loskomen lang, ook de hulpverlening nadien (als men er al uitkomt) kan jaren aanslepen. Aangezien jonge mensen; adolescenten, maar ook kinderen (indien zij hier door gezinsleden in worden meegenomen) nog in volle ontwikkeling zijn, vormen zijn een zeer kwetsbare doelgroep, waar ook vaak op gemikt wordt. Deze zijn in die fase van hun leven manipuleerbaar, en makkelijk te misbruiken. Preventie naar deze doelgroep is dan ook essentieel, maar krijgt over het algemeen te weinig aandacht.

Goeroes met geitenwollen sokken blijken vaak wolven in schaapsvacht te zijn, dol op cash

Philippe De Baets

BESTRIJDING VAN SEKTEN GEEN PRIORITEIT IN BELGIË

Volgens de laatste politiesstudies (derde kwartaal 2021) rond sektarische bewegingen en ontsporingen in die richting, zijn er geen krachtige beleidsmaatregelen die dit onderlijnen. Zowel in België als Nederland is dit geen politieke prioriteit meer. Mede door het extremisme, het terrorisme en de aanslagen van de afgelopen jaren is in ons land onvoldoende budget vrijgemaakt om aan sektenbestrijding te doen. Daar zit de komende jaren ook weinig verandering in te komen. Maar niet allen bij ons, ook in Nederland werd het sekte meldpunt (Sektesignaal) in januari 2020 afgeschaft, omdat het ministerie van justitie de subsidie zelf heeft stopgezet. Daar leek er te weinig interesse voor het probleem. Toch blijken ook malafide wellness coaches, yoga teachers en spirituelen met slechte bedoelingen vaak over de grens hun publiek te zoeken. Het komt er dan uiteindlijk op neer dat we meer aan zelfpreventie zullen moeten gaan doen.

Volgens Philippe De Baets, die in België mee de initiatiefnemer was van de studienamiddag rond sektarische bewegingen op 16 september 2021 en meewerkte aan het boek politiestudies 2021, is het niet alleen het IACSSO die aan de alarmbel trekt. “Ook het Zwitserse Infosekta en het Franse Miviludes, experten en gespecialiseerde hulpverleners, maar evenals onderzoeksjournalisten en politici van vooral liberale en sociaal-democratische strekking drukken op de problematiek.”

Magistraten deinzen volgens De Baets terug voor deze problematiek omwille van de grondwettelijke gewaarborgde godsdienstvrijheid. De meeste sekteleden treden vrijwillig toe, maar bevonden of bevinden zich vaak in een bijzonder kwetsbare positie en hopen dat hun nieuwe omgeving soelaas zal bieden. ”Sekten maken net misbruik van deze zwakke positie om te rekruteren en ze te bombarderen met enthousiaste en warme boodschappen, maar mentale manipulatie is niet zo eenvoudig te bewijzen. In een aantal zaken werden zelfs kabinetten van toppolitici benaderd door sektarische groeperingen. Dat was onder meer het geval met Sahaya Yoga die zelfs een rechtszaak aanspande tegen het IACSSO”, vertelt De Baets nog.

De Baets benadrukt de toenemende individualisering en commercialisering van zingeving en spiritualiteit. “Eén van de voorbeelden die ik hierover uitwerkte was een kritisch stuk over ‘mindfulness’. Voor holle slogans moet vaak snel en veel harde valuta worden neergeteld in het bedrijfsleven, maar ook in de, op het eerste zicht, alternatieve milieus.”

Bronnen: eigen onderzoek rond sektarische bewegingen en machtsmisbruik / IACSSO / Cahiers Politiestudies jaargang 2021 van Gompel & Svacina.

Artikel: Sofia Van Nuffel

Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning.

Vond je het interessant? Dan kan je dit artikel waarderen meteen vrije donatie via crowdfunding.

Crowdfunding Koalect

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws uit de streek diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal

Ethiek in de zorg: thuisverpleging rond de kerktoren verdwijnt

ARTIKEL | 2 min. read

De zorgsector komt dankzij de corona crisis opnieuw onder de aandacht. Dat er tekorten waren aan personeel in de zorg is al langer gekend, maar zijn we ook nog ethisch bezig binnen deze sector? Waar moeten we op letten om zeker te zijn van kwaliteitsvolle en betrouwbare thuisverpleging? En hoe weet je als verpleegkundige of zorgkundige dat je te maken hebt met een moneymaker die kwaliteit aan zijn laars lapt?

©Foto Danie Franco- person’s hands in shallow focus

Christine Van Cante uit Opwijk is sinds 2015 kwaliteitsmanager voor Mederi, een erkende dienst voor zelfstandige thuisverpleegkundige praktijken, met een ISO 9001 Lead Auditor certificaat op zak. Ze was gedurende 24 jaar verpleegkundige, de laatste 6 jaar daarvan zorgcoördinator bij het OLV te Aalst (campus Asse). Ze gaf in 2014 les aan de Bacheloropleiding verpleegkundigen op de Erasmushogeschool te Brussel. Door haar jarenlange ervaring als zelfstandig verpleegkundige en expert in het vak, zag ze het grote personeelstekort al langer, maar ziet ze daarnaast nu ook de ethische problemen toenemen.

Vijf organisaties (het Wit-Gele Kruis, i-mens, Mederi, ZorgConnect en de VBZV (Vlaamse Beroepsvereniging voor Zelfstandig Verpleegkundigen) tekenden op 10 februari 2022 een ethisch charter voor de thuisverpleging in Vlaanderen. Daarmee trachten ze de misbruiken in de sector aan te pakken. Een deontologische code was er niet, maar werd eerder informeel toegepast. Met het charter willen zij een grote stap vooruit op vlak van kwaliteit.

“Het charter zegt dat we ons extra gaan engageren om objectief, transparant en kwalitatief om te gaan en te communiceren met patiënten, medewerkers in de thuisverpleging, zorgpartners en de overheid”, benadrukt Van Cante. “Het ethische zorgondernemerschap zal de komende tijd een grotere rol gaan spelen.”

Onethische praktijken gemeld

“Tijdens de eerste coronagolf werden huisartsen benaderd door een commerciële groep die in ruil voor het uitdelen van mondmaskers en handschoenen patiënten trachtten te krijgen”, zegt Van Cante.

“Thuisverpleegkundigen, die al jaren werkzaam zijn in instellingen, melden ons dat commerciële thuisverplegingsgroepen afspraken maken met de directie van die instellingen. Zij kunnen dan kiezen om zich daarbij aan te sluiten ofwel de samenwerking te stoppen. Het probleem hierbij is dat de verpleegkundigen hun werk niet meer onafhankelijk kunnen doen, maar die moeten dan volledig de handleiding van die commerciële praktijken volgen. Je bent dus niet meer echt zelfstandig en kan je naam van je eigen praktijk niet behouden. Wil je deze groep verlaten, dan moet je een grote som geld neerleggen. Het is dus uitkijken geblazen”, vertelt Van Cante. “Een gevolg daarvan is, en dat horen we dan nadien van familieleden van de zorgbehoevenden, dat de zorg niet meer dezelfde kwaliteit heeft. Een voorbeeld daarvan is dat mensen soms gedurende de hele nacht dezelfde bevuilde pamper aanhouden. We horen soms echt mensonterende toestanden”, aldus Van Cante.

‘Jammer genoeg zijn er commerciële thuisverplegingsgroepen die grote sommen geld neerleggen om patiënten te hebben of om bestaande praktijken op te kopen’

Rode vlaggen

Van Cante: “Het probleem is dat je als buitenstaander aanvankelijk geen verschil opmerkt tussen correcte en onethische thuisverpleging. Deze laatste maken naar buiten toe reclame dat ze heel menselijk zijn, maar daarachter schuilt een niet zo ethisch plan. Een betrouwbare verplegingspraktijk is meestal aangesloten bij de VBZV, en je kan best altijd eerst je mutualiteit bevragen als je thuisverpleging nodig hebt. Online zoeken naar thuisverpleging raad ik eerder af.”

Volgens Van Cante is in de manier waarop commerciële thuisverplegingsgroepen de zorg doen en factureren een verschil merkbaar. Men gaat bijvoorbeeld niet te veel langs bij patiënten, en als ze extra langs moeten gaan, betaal je als patiënt extra. “Ze zetten zo weinig mogelijk mensen in, maar profiteren wel van de riziv-vergoedingsnomenclatuur om op die manier zoveel mogelijk winst maken.”

Gedaan met papieren schriftjes

Om de samenwerking tussen verschillende zorgverleners transparanter en makkelijker te maken, moet nu de ID verplicht ingelezen worden. Daar wordt alle toegediende zorg verzameld. Alle beroepen in de gezondheidszorg, ook de niet-conventionele moeten zich daaraan houden. Iedereen die met patiënten werkt is verplicht een patiëntendossier bij te houden. Dat gaat elektronisch en is overal hetzelfde (zoals het rijksregisternummer, e-mail, doorverwijzingen, antecedenten, observaties (voor verpleegkundigen), …). “Iedereen die in de zorg werkt gaat ook een portfolio moeten bijhouden – dit is een register waar je onder andere levenslang leren opslaat. Er moet ook instaan met wie je samenwerkt. Dat gaat publiek consulteerbaar zijn. Men is dat momenteel nog volop aan het uitwerken, maar is nu nog niet in voegen. Binnenkort is het dus gedaan met de papieren schriftjes”, zegt Van Cante.

“De betaling voor thuisverpleegkundigen moeten ook correct zijn. Die worden voornamelijk vergoed vanuit de ziektevergoeding. Bij opdrachten voor tijdelijke ondersteuning bij bijvoorbeeld laboratoria, woonzorgcentra en huisartsen worden veel te vaak lage vergoedingen gehanteerd. Deze moeten kostendekkend zijn – zo gaat die vergoeding via het charter naar 47,25euro/uur”, vertelt Van Cante nog.

Het charter voor ‘Ethisch zorgondernemerschap in de thuisverpleging‘, kan je hier nalezen.

Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning.

Vond je het interessant? Dan kan je dit artikel waarderen meteen vrije donatie via crowdfunding.

Crowdfunding Koalect

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws uit de streek diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal

De mens achter een beleidsmaker

INTERVIEW | 3 min. read

Om een degelijk beleid te kunnen maken is het belangrijk een duidelijk zicht op, en voeling te krijgen met de realiteit van mensen die actief zijn op de werkvloer. Beleid lijkt een abstract begrip en soms bestempelen we het zelfs als ‘onbetrouwbaar’ of ‘beslissingen die gemaakt worden vanuit een ivoren toren’. Als burger weten we meestal ook niet wat een beleidsmaker drijft, wat die precies doet en met welke moeilijkheden die te maken krijgt.

Misflits sprak met Erik Van den Begin, een beleidsmaker, oorspronkelijk afkomstig uit Brussel en recent ‘op pensioen’, die geëngageerd was op verschillende fronten met een grote liefde voor het welzijn van de meest kwetsbaren uit onze maatschappij. Hij was gedurende 20 jaar directeur-beleidscoördinator voor de provincie Vlaams-Brabant, beleidsadviseur bij Het Agentschap Opgroeien (het vroegere Kind en Gezin) in Brussel en is nog steeds actief voor Oxfam wereldwinkels en Oxfam België.

©Foto Miguel Aguirre– 3d render. Chess board and pieces.

Je hebt een gevarieerde carrière achter de rug in leidinggevende functies en als mede-beleidsbepaler?

“Dat klopt. In 1998 ben ik vanuit de streekintercommunale overgestapt naar de nieuwe provincie Vlaams-Brabant (toen provincie Brabant verdeeld werd onder Vlaams, Waals-Brabant en Brussel Hoofdstedelijk gewest). Er werd toen voor de nieuwe provincie ook een nieuw leidinggevend kader samengesteld, waar ik deel van uitmaakte. Ik werkte er verder rond de beleidsdomeinen personen met een handicap en armoede. Na twee jaar ben ik directeur sociaal beleid geworden met een heel breed scala aan bevoegdheden en opdrachten zoals; welzijn en gezondheid,  integratie & inburgering, gelijke kansen, toegankelijkheid, en wonen en ontwikkelingssamenwerking. We hebben toen vooral het verschil gemaakt door het opzetten van pilootprojecten rond screening van borst- en baarmoederhalskanker.”

Dat zijn veel bevoegdheden tegelijk. Waar lag voor jou de belangrijkste focus?

“Het beleid rond integratie van Belgen met een migratieachtergrond en het onthaal – en inburgeringsbeleid van nieuwkomers is het sterkst gegroeid. We hebben toen onze rol als provinciaal bestuur opgenomen om dat centraal te organiseren, omdat gemeenten het niet zagen zitten om dat allemaal alleen te trekken. Uiteindelijk waren hiervoor een 60-tal medewerkers actief. In 2015 wou Vlaanderen dit voor alle provincies gelijktrekken en een eigen beleid voeren. Alle initiatieven zijn toen via een decreet verplicht overgenomen door wat je vandaag kent als Het Agentschap integratie en inburgering. We waren hiervoor geen vragende partij, want onze werking zat goed in elkaar en was degelijk georganiseerd. In 2018 zijn dan alle persoonsgebonden materies zoals welzijn en gezondheid en sport en cultuur ook overgedragen naar Vlaanderen.”

Ben je om die reden overgestapt naar een functie als beleidsadviseur Kind en Gezin voor Brussel?

“Ja, ik kon wel blijven binnen de provincie Vlaams-Brabant, maar aangezien er voor het welzijn voor de meest kwetsbare personen uit onze maatschappij nog zoveel te doen was, heb ik gekozen om naar Kind en Gezin Brussel te gaan, met de integratie van jongerenwelzijn (nu Het Agentschap Opgroeien). Men zocht daar een adviseur die het beleid kon ondersteunen, wat niet eenvoudig was gezien de politiek ingewikkelde context van Brussel. Je hebt daar een lasagne aan bevoegdheden (44 openbare besturen tegenover bijvoorbeeld in Antwerpen slechts 4).”

Door deze stap te nemen, ging hij ook terug naar zijn Brusselse roots, waar hij geboren en getogen is. In zijn jonge jaren was hij er actief in het jeugd- en cultureel werk met onder meer de uitbouw van een jeugdhuis. Na zijn Leuvense jaren is Van den Begin in de rand (Asse) gaan wonen.

Ook al woon ik er al lang niet meer, ik blijf Brussel toch steeds opzoeken. Het is de meest kosmopolitische en democratische stad ter wereld, die altijd blijft boeien.

Hoe begin je concreet aan zoiets als nieuwe beleidsadviseur? Wat komt daar allemaal bij kijken?

“Mijn focus bij Het Agentschap Opgroeien lag voornamelijk op de uitbouw van een geïntegreerd gezinsbeleid. Lokale teams die op het werkterrein actief zijn, geven preventieve consultaties en volgen baby’s en hun gezin verder op. Daarnaast zijn er een aantal andere organisaties actief waaronder het Huis van het kind. We botsten op de complexe armoedeproblematiek in Brussel. Slechts 2 à 3 jaar geleden vertelden de cijfers ons dat er ongeveer 1000 kinderen op straat leven in Brussel. Brussel mag dan wel één van de rijkste steden in de wereld zijn, ook in de rand is tot op vandaag nog steeds een grote tegenstelling tussen arm en rijk.”

“Bij de opstart zelf kreeg ik carte blanche. Ik bekeek vooraf alles wat er zich afspeelde op het terrein; zowel een overzicht van alle uitdagingen als wat Het Agentschap Opgroeien er in zou kunnen betekenen. Een grondige aanpak ontwikkelen rond de problematiek van deze kwetsbare kinderen was mijn eerste opdracht, net op het moment dat het via de pers sterk naar voor kwam. We hebben toen met 9 andere organisaties een methodiek ontwikkeld die werkbaar is voor de Brusselse gezinnen met complexe problematieken – hetgeen de naam Gezinsondersteuning Ketjes BXL kreeg. De hulpverleners begeleiden hier intensief én op maat de gezinnen in moeilijkheden . Er worden geen pampers of geld gegeven, maar samen structureel met de gezinnen aan oplossingen gewerkt. Dit is verder uitgebouwd via het CAW (Centrum voor Algemeen Welzijnswerk) Brussel. Door de eigen terreinwerkers, maar ook door anderen uit het werkveld, werd bevestigd dat die methodiek heel goed werkt. Alleen – en dat is tot op vandaag een schrijnend probleem – is het een klein team van slechts enkele mensen, wat veel te weinig is om die problematiek grondig aan te pakken, want we spreken hier toch wel over honderden gezinnen.”

©Foto afscheid dienst welzijn en gezondheid bij de provincie Vlaams-Brabant.

“Om als Vlaams netwerk in Brussel effectiever te zijn in het aanbieden van een goede kwalitatieve dienstverlening, hebben we een reorganisatie voorbereid. Op de valreep, net voor ik op pensioen ging in december 2021, keurde de Vlaamse regering hierrond een nieuwe regelgeving goed.”

 De cijfers gaan over enkele jaren geleden, hoe is dat vandaag?

“In het verlengde van dat initiatief is nog een onderzoekstraject gerealiseerd, samen met het kenniscentrum Welzijn Wonen Zorg Brussel met diepte-interviews en rondetafelgesprekken met gezinnen en hulpverleners uit het werkveld. Dat is uitgemond in een digitale conferentie in januari 2021, waar er beleidsaanbevelingen zijn geformuleerd, die ondertussen ook gepubliceerd en ruim verspreid werden, ook naar de bevoegde ministers. Dit ging over duurzame huisvesting, het toegankelijker maken van zorg en ondersteuning en het toetsen van kinderrechten aan beleidsbeslissingen en regelgeving. Daarnaast werkt Gezinsondersteuning ketjes BXL dapper verder. Vanuit Vlaanderen koos men er intussen ook voor om in alle gemeenten lokale gezinscoaches in te zetten. Dit initiatief is pas recent uitgerold en jammer genoeg is men hierbij opnieuw begonnen met experimentele pilootprojecten.”

Terwijl de ontwikkelde methodieken reeds bewezen hebben dat ze goed werken, heeft men vanuit Vlaanderen enkel financiële middelen ingezet op het wetenschappelijke luik in plaats van op het terrein.

“Ze hadden kunnen kiezen om de werking van de sociale diensten uit te bouwen om meer te focussen op preventie in plaats van achter de feiten aan te lopen. Het Vlaamse beleid neemt op zich wel goede initiatieven, maar nog teveel bovenop en naast mekaar. Wanneer de middelen zo beperkt zijn, moet men dringend toch meer fundamentele keuzes gaan maken. ” 

Is de sector op deze manier dan niet gedoemd om steeds ter plaatse te blijven trappelen? Het is toch niet te verwonderen dat mensen het niet meer zien zitten om in deze sector aan de slag te gaan?

“Als beleidsmakers kunnen we niet anders dan optimistisch te blijven, keihard blijven te werken en strijden. Het is een gekend verhaal dat er eerst iets heel ergs moet gebeuren om een grote ‘wake up call’ te krijgen, zoals recent het vreselijke voorval van de overleden baby in de crèche van Mariakerke. Persoonlijk weet ik wel zeker dat al de betrokken medewerkers en het management, die hun werk doen met hart en ziel, alles uit de kast zullen halen om te voorkomen dat zoiets ooit nog kan gebeuren. Maar je moet ook structureel het hele ‘kinderopvang’ gebeuren herzien met een bredere kijk. En je moet financiële prioriteiten stellen om de sector een grote boost te geven. Daarnaast moet de overheid ook structureel meer mogelijkheden voorzien om de ouders de kans te geven langer de eigen baby op te kunnen vangen. De eerste 1000 dagen zijn voor baby’s immers cruciaal.”

Is het niet moeilijk om dit werk los te laten nu je op pensioen bent en wat ga je verder nog doen?

“Ik heb mijn werk van de ene dag op de andere niet zomaar achtergelaten. Het Brusselse beleid wordt verder opgevolgd door een themateam waar alle betrokken diensten inzitten: kinderopvang, gezinsondersteuning, jeugdhulp en het groeipakket. Een beleidsmedewerker nam een deel van mijn taken over, maar ik ben niet één op één vervangen. Ik mis het wel, maar ik ga me nu terug meer engageren bij Oxfam-wereldwinkels en Oxfam-België en ondertussen ben ik ook bestuurder bij de sociale onderneming PIN (Partners In Integratie). Als lid van de algemene vergadering van het Centrum Algemeen Welzijnswerk in Brussel behoud ik ook nog de link met mijn vorige werk.”

Daarnaast heeft Van den Begin zich opgegeven als buddy voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen die in een opvangcentrum verblijven. Hij gaat hier als vrijwilliger een paar keer per maand vrijetijdsactiviteiten doen met die jongeren. “Dit geeft me veel energie en houdt me jong”, vertelt hij nog.

Dit interview kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning.

Vond je het interessant? Dan kan je dit artikel waarderen meteen vrije donatie via crowdfunding.

Crowdfunding Koalect

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws uit de streek diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal

Actieplan grensoverschrijdend gedrag in de Belgische mediasector is een feit

Artikel | 1 min. read

Sinds 2017 nemen de verhalen over grensoverschrijdend gedrag in de media toe. Het taboe om erover te praten mag dan wel stilaan overal wegvallen, een oude cultuur van het aanvaarden van grensoverschrijdend gedrag zit er nog al te vaak in. Het nieuwe actieplan dat vandaag gelanceerd werd moet daar verandering in brengen.

©Photo Michelangeloop

Enkele zware schandaalverhalen in de mediasector – want zo gaat het meestal vooraleer echte actie ondernomen wordt – hebben geleid tot een stevig actieplan. Samen met belangrijke spelers uit de mediasector heeft minister Dalle, Vlaams minister van Brussel, Jeugd en Media, dat plan vandaag voorgesteld. De Vlaamse regering maakt 100.000 euro extra vrij om het uit te voeren. De mediasector zal het moeten ondertekenen, maar het zal ook van nabij moeten worden opgevolgd, want we weten allemaal dat praktijk en theorie op papier vaak mijlenver uit elkaar liggen.

De bereidheid van leidinggevenden in de mediasector lijkt er op het eerste gezicht te zijn, nu moet het alleen nog in de praktijk worden gebracht. Onder grensoverschrijdend gedrag valt niet alleen seksueel ongepast gedrag, maar ook andere vormen van intimidatie, zoals psychisch intimiderend gedrag.

Hoe ziet het plan eruit en wat wordt er van de media verwacht?

De nadruk ligt op preventie en daarom is er veel aandacht voor de opleiding van vertrouwenspersonen en omstaanders. De sector ontwikkelde een toolbox met concrete tools op maat van de Vlaamse mediasector. Dit moet gegoten worden in een beleidsplan voor kleine en grote mediaspelers. Het is de bedoeling om een volledige cultuuromslag in de sector te bewerkstelligen. Het is ook belangrijk om omstaanders te activeren zodat ze niet alleen toekijken, maar aan de alarmbel kunnen trekken als ze grensoverschrijdend gedrag opmerken. Er is een vlaggensysteem, dat al wordt gebruikt in de podiumkunstensector, waarin duidelijk kan worden gemaakt wanneer grensoverschrijdend gedrag een rode vlag is. Er worden vertrouwenspersonen en intimiteitscoördinatoren (zorgt voor de mentale en fysieke veiligheid van de acteurs en de hele cast en crew op de set) ingezet. Ook hiervoor worden opleidingen verzorgd.

Naast het plan is er ook een engagementsverklaring van de mediaspelers om grensoverschrijdend gedrag krachtdadiger aan te pakken.

Bron: Mediarte / Kabinet van de Vlaamse minister voor Media.

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal

Doe mee aan ons tweedelig lezersonderzoek

Van wie je bent tot wat je verwacht van onafhankelijke media en waar jij samen met ons aan wil werken?

Innovatie: een trendy woord, maar wat is dat nu eigenlijk?

Artikel | 3 min. read

Er gaat geen dag voorbij of je hoort allerlei woordcombinaties met innovatie. Terwijl enkele jaren geleden het woord ook wel al viel, is het nu een must om innovatief te zijn wil je mee kunnen met de nieuwe tijd. De Vlaamse overheid promoot het voor ondernemingen en organisaties, maar hoe innoveren zij zelf?

We steken hiervoor ons licht op bij Martin Ruebens, een Assenaar die sinds 1990 werkt voor de Vlaamse overheid en doorheen zijn hele loopbaan rond trajecten werkt die vernieuwing en transformatie brengen. Hij zet in zijn manier van denken en leiding geven niet alleen een innovatieve, maar ook een eerlijke bril op.

©Foto Andreas Berheide – New ideas or transformation concept with crumpled paper balls and a crane.

“We gaven vóór de coronacrisis vooral aandacht aan het digitale innoveren, zoals het invoeren van nieuwe technologieën, nieuwe digitale communicatiemiddelen en de manier waarop we onze processen en diensten ontwerpen en vorm geven”, zegt Ruebens, die sinds september 2020 projectleider is van het netwerk ‘innovatief beleid’ bij de Vlaamse overheid. Eerder was hij secretaris-generaal van het departement kanselarij en bestuur, het kabinet dat het dichtst staat bij de minister-president.

De laatste vijf jaar heeft hij binnen dat departement vooral gewerkt rond leiderschap en innovatie. Het idee was om af te stappen van een hiërarchisch systeem en over te gaan op zelfsturende teams. In 2019 was er bij de regeringswissel ook een wissel van administraties en werd het departement opgeheven. Er werd hem toen gevraagd om een traject rond innovatie op te starten. Die rol neemt hij tot op vandaag op zich. Die vraag hing ook nauw samen met de pandemie, die geleerd heeft dat zowel de overheid als de burger ook niet altijd weten hoe om te gaan met dergelijke crisissen.

“We moeten durven afstappen van onze huidige manier van denken en leven, willen we opgewassen zijn tegen de hindernissen die nog voor ons liggen”, geeft Ruebens toe, “een eerste stap is toegeven dat niemand het eigenlijk weet, maar daar is niet iedereen zomaar toe bereid. Wanneer je alles op voorhand in plannen vastlegt, is er weinig ruimte om snel te schakelen. Je moet een zekere flexibiliteit inbouwen. Dat gaat makkelijker als je een innovatieve bril opzet.”

‘We moeten niet alleen leren uit het verleden, maar ook uit de toekomst’

“Ondanks tientallen rapporten die ervoor gewaarschuwd hebben dat we wereldwijd meer en meer te maken zullen krijgen met dergelijke crisissen, was men er toch niet op voorzien”, zegt Ruebens. Elke administratie binnen de Vlaamse overheid heeft zijn crisisbeheersplan waarin verschillende scenario’s worden beschreven worden. Dat zijn meestal plannen die in functie staan van dingen die intern verkeerd kunnen lopen. Maar nu had men plots te maken met een virus als externe factor. “Op politiek vlak laat men zich meestal drijven door de waan van de dag. Het vertrouwen in de overheden heeft daardoor een diepe deuk gekregen. Men moet als overheid snel kunnen schakelen in dergelijke crisissen.”

Terwijl er volgens Ruebens intern echt hard gewerkt wordt aan oplossingen, is dit niet zichtbaar voor de burger. De administraties van de Vlaamse overheid zijn omvangrijk en op vele domeinen tegelijk actief. Volgens Ruebens zijn er nog veel behoudsgezinde medewerkers, maar ook heel wat gedreven en gepassioneerde mensen die mee zijn met de tijd en die volgens innovatieprincipes willen werken. “Het probleem is dat onze mensen binnen de eigen administratie wel al innovatief bezig zijn, maar daarin vaak eenzaam opereren. We willen hen niet alleen met elkaar in contact brengen zodat ze elkaar kunnen inspireren, maar ook om zich sterker te voelen zodat ze binnen de eigen entiteit aan de slag kunnen gaan”, vertelt hij nog.

Ruebens haalt voor zijn innovatieve ideeën ook inspiratie uit Finland en verwijst naar een opmerkelijke aanpak van een humble governement. Dit is een nederige benadering van beleidsvorming die de regering kan helpen bij het opbouwen van echt langetermijnbeleid bij het aanpakken van ‘nare problemen’, waar men volledig afstapt van de illusie van een top-down sturing.

Om aan innovatie te doen moet je volgens Martin Ruebens verder denken dan enkel aan het verbeteren van een product of dienst. Hij geeft ons nog vier belangrijke kenmerken mee die essentieel zijn bij het innoveren en ook doorgetrokken kunnen worden naar bedrijven, organisaties en op persoonlijk vlak:

1.      Creatief en nieuwsgierig luisteren naar ideeën die in het werkveld zitten.

Je verzamelt bottom-up ideeën. Je spreekt en werkt samen met mensen die in het werkveld staan. Innoveren in de zorg bijvoorbeeld, betekent dat je moet luisteren naar de mensen die dagelijks  in de zorg staan. Als beleidsmaker moet je nieuwsgierig zijn naar de ideeën van deze mensen; de bedoeling is dat je minder gaat werken vanuit concepten en theoretische kaders. De huidige manier van beleid maken wordt daarmee uitgedaagd.

 2.      Leren van en experimenteren met het idee.

Je legt de oplossing van een maatschappelijk probleem of een dienstverlening op voorhand niet vast. Door het experimenteren met verschillende oplossingen tegelijkertijd kom je snel tot het inzicht wat er wel en niet lukt.

 3.      Je vertrekt niet alleen vanuit je eigen wijsheid, maar je zet ook een empathische bril op.

Je neemt de wijsheid van de doelgroep mee en houdt hiermee rekening in je beleidsbepaling. Je gaat met de blik van buiten naar je eigen organisatie kijken. Een doelgroep kan meedenken in het zoeken naar oplossingen van problemen in de samenleving. Een empathische bril opzetten kan er ook voor zorgen dat je soms moet behouden wat er is. Zo kan je mee bepalen hoe bepaalde beleidsthema’s over de jaren heen kunnen bewegen. We moeten niet alleen werken met de oplossingen van vandaag, maar ook kijken naar mogelijke toekomstige evoluties en welke prognoses je kan verwachten. Niet alleen leren uit het verleden, maar dus ook leren uit de toekomst. Als overheid kunnen we dat laatste nog niet zo goed.

4.     Niet alleen de overheid is aan het woord.

Ze gaan in de plaats daarvan een partnerschap aan met verschillende partijen om te kijken hoe samen een probleem opgelost kan worden.

Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning.

Vond je het interessant? Dan kan je dit artikel waarderen met een vrije donatie via crowdfunding.

Crowdfunding Koalect

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws uit de streek diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal

Stars4Media: Innovatie, partnerschap en cross-border

EXTRA MUROS | 2 min. read

Voor beginnende Newsrooms die onafhankelijke en diepere berichtgeving brengen, is niet alleen het bereiken van meer lezers en financiële ondersteuning een uitdaging. Naast al wat Misflits op het bord kreeg het afgelopen jaar, viel op dat uitwisseling en samenwerking met andere media collega’s binnen eigen land niet evident is. Wat eerst voelde als een bittere pil, heeft Misflits naar nieuwe mogelijkheden gebracht over de grens.

Jammer genoeg zijn alle subsidies voor innovatieve journalistieke projecten (via het voormalige Vlaams Journalistiek Fonds) sinds 2020 stopgezet. Afgelopen zagen we dat kleine én grote media vooral bezig zijn met het eigen kopje boven water te houden – niet te verwonderen natuurlijk – want de media in het algemeen heeft het niet gemakkelijk en krijgt heel wat destructieve kritiek. Hoewel we in een tijd leven waar grote nood is aan samenwerking en uitwisseling binnen onze sector ervaarden we met Misflits, na diverse handuitreikingen naar conculega’s in de media binnen de eigen landsgrenzen, weinig tot geen bereidheid tot uitwisseling. Als jonge start-up hadden we dat natuurlijk liever anders gezien.

Hoe meer uitdagingen, hoe meer brandstof

Regelmatig rijst de vraag of het niet moeilijk is om te overleven. Jazeker, maar we zijn gedreven en bereid om bij te leren en zullen nooit lang bij de pakken blijven zitten. Uitdagingen kan je als brandstof gebruiken om bij te sturen in een richting waar de deuren openstaan. En hoe meer uitdagingen, hoe meer brandstof! Toch is het ook een eenzame weg. Het is steeds zoeken naar nieuwe en evenwichtige oplossingen om je werk als onafhankelijk medium verder te kunnen blijven doen. Bereid zijn je comfortzone te verlaten en onbegane paden bewandelen is daarbij onvermijdelijk. Je moet nu eenmaal durven uittesten of iets werkt of niet en daar eerlijk in zijn en voortdurend bijsturen.

Buiten het belang van trouw blijven aan onze waarden, hebben we gezien dat werken met vrije donaties van lezers – om dit platform en alle inhoud mogelijk te maken – tijd en vertrouwen vraagt. We vinden het ook belangrijk om af en toe te vertellen hoe het met ons platform gaat en waar jullie nu eigenlijk aan bijdragen.

Lezers die de dagelijkse nieuwsberichten tot zich nemen en becommentariëren, realiseren zich niet altijd dat media, die ervoor kiezen onafhankelijk te blijven, bewust niet kiezen om groot sensatienieuws te brengen. De klemtoon ligt bij ons meer op diepgaande verhalen en onderbelichte thema’s dan op kwantiteit. Wie kiest voor slow journalism weet dat dit ook consequenties heeft. Dit vraagt naast een goede organisatie meestal ook een financiële opoffering. Het werk is intensief en degelijk, en om gezond te kunnen functioneren heeft het ook (onderzoeks)budget en uitwisseling met andere (media)partners nodig.

Samenwerken is key

We zijn van mening dat de duurzaamste manier om de globale missie van journalistiek waar te maken ligt in het verenigen van gelijkgestemden die bouwen aan een gemeenschappelijk doel. Te vaak werkt ieder op zijn of haar eigen eilandje (zie ook mijn persoonlijke getuigenis als freelance journalist voor de VVJ – Vlaamse Vereniging Van Journalisten). Om samen te werken is er meer openheid en transparantie nodig en minder angst om concurrent te worden van elkaar als men zijn of haar kennis deelt. Lastig binnen het traditionele medialandschap in ons kleine landje, maar dat wil niet zeggen dat we ons daarbij moeten neerleggen.

©2022 Misflits – Cover Engelstalig Magazine van ons Stars4Media avontuur.

We hadden dus hele goede redenen om ook buiten onze grenzen naar andere partnerschappen op zoek te gaan. De afgelopen vier maanden hebben we dan ook meer aandacht gegeven aan onzeExtra Muros, waar we het onszelf toestaan om af en toe onze comfortzone en grenzen te verlaten. Een diepere zoektocht heeft ons, na dit eerste jaar Misflits, ook geleerd dat je soms uit een onverwachte hoek gelijkgestemden vindt die voor dezelfde uitdagingen staan. Media die ervoor openstaan om samen te werken, kennis te delen en bereid zijn om een nieuwe werkbare structuren te onderzoeken.

Tijdens onze grensverleggende zoektocht ontmoetten we Apel-plzn.cz, een lokale en regionale nieuwsmaker uit Tsjechië. Ook zij bevonden zich in de beginfase van het opbouwen van een regionaal nieuwsplatform met een duurzame visie en kwamen voor gelijkaardige uitdagingen te staan. De aanpak bij die uitdagingen, Oost tegenover West, ligt ver uit elkaar, maar was een ideale leeromgeving om de dingen anders te leren zien en een brug te bouwen tussen verschillen. Na heel wat gesprekken en online koffietjes (mede dankzij Mevrouw Corona) beslisten we om samen een project in te dienen bij Stars4Media , een Europees innovatie- uitwisselingsprogramma die samenwerking tussen media-professionals vergemakkelijkt en media-innovatie en grensoverschrijdende samenwerking versnelt. 

‘Small independent local/regional newsrooms cooperating cross-border developing business model based on membership

Kleine onafhankelijke lokale/regionale nieuwsredacties die grensoverschrijdend samenwerken – en de ontwikkeling van een bedrijfsmodel op basis van lidmaatschap.

©Foto Website Stars4Media.eu / Misflits en Apel.cz – partners en
begunstigden voor Stars4Media Program Second edition (ENG)

Ons project werd, samen met 29 uit 100 ingediende projecten, gekozen door een internationale jury. We ontwikkelden en testten onze ideeën gedurende vier maanden uit op onze Newsrooms. Hoewel we wisten dat we hiermee een vrij unieke weg bewandelden, is een bijkomend doel om onze ervaring ook met andere onafhankelijke mediastarters te delen. De brug die we wilden bouwen tussen Oost en West is tot op vandaag een succes , en we hebben hiermee ook een mediapartner for life gevonden.

Misflits maakte een overzicht van dit bijzondere avontuur (en wat Stars4Media hier voor ons betekent heeft) in de vorm van een flipbook en een magazine. Wil je graag de printversie ontvangen? Stuur ons dan volgend bericht: Magazine ‘Stars4Media’ en je adres. Je bijdrage hiervoor is 10 euro en doe je via het Crowdfunding platform Koalect. Wil je dit en andere Misflits avonturen mee blijven volgen en (en zolang het kan) onze paywall vrije artikels lezen, schrijf je dan zeker in op onze nieuwsbrief en volg ons op social media!

Meer uitleg over het Stars4Media programma (gezien het internationale karakter van dit project is Engels de voertaal):

#Media4Europe : Business transformation of NEWS through Content Sharing, Data and Stars4Media

Partners van het Stars4Media programma zijn de Vrije Universiteit Brussel(VUB), Europe MediaLab (Fondation Euractiv), EFJ EUROPE (Europese Federatie van Journalisten) en Wanifra (World Association of Newspapers and News Publishers).

Dit programma werd medegefinancierd door de Europese Commissie.

Verslag Sofia Van NuffelFounder Misflits

Met dank aan onze partners: Lucie Sykorova, Ladislav Vaindl en Michaela Adamlova van Apel.plz.cz

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal

Doe mee aan ons tweedelig lezersonderzoek

Van wie je bent tot wat je verwacht van onafhankelijke media en waar jij samen met ons aan wil werken?

Over houvast: een jonge monnik in wording vertelt

INTERVIEW | 5 min. read

Je hoort niet vaak meer dat iemand het klooster ingaat. Nochtans is zoeken naar zichzelf en het leven geven aan een hoger doel iets van alle tijden. De zoektocht naar zingeving zit de laatste jaren in de lift. Ook meer en meer jonge mensen gaan op zoek. Het overaanbod aan mogelijkheden om zich aan te sluiten bij spirituele groeperingen, geloofsgemeenschappen of religies kunnen ervoor zorgen dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Naast de vele doemverhalen bij een sekte te zijn beland, komen er af en toe ook positieve ervaringen bovendrijven.

Dries Martens, geboren te Leuven en getogen in Asse (Vlaams-Brabant) werd afgelopen jaar dertig, een leeftijd waarbij de meesten zich settelen. Hij koos een heel ander pad en deelt een stukje van zijn weg en keuze om in een Zen boeddhistisch klooster in Frankrijk te gaan wonen.

©Foto Misflits – Dries Martens vertelt over zijn weg naar Zen,
een stroming binnen het boeddhisme

Je bent geboren in Leuven en dan naar Asse verhuisd, hoe heb je voor jezelf een leven kunnen uitbouwen?

“Ik ben geboren in Leuven en dan vrij snel naar Asse verhuisd, omdat mijn moeder daar werkte. Mijn ouders, die beiden arts waren, zijn gescheiden als ik anderhalf jaar was. Ik ben grotendeels door de vrouwen in mijn leven – moeder, grootmoeder – opgevoed en begeleid. Gescheiden ouders hebben is nu vrij standaard, maar dat was in de jaren ’90 nog niet het geval. Mijn moeder ging kangoeroewonen met mijn grootouders, wat ook een uitzondering in die tijd was. We hadden dus een vrij authentieke manier van leven. Als kind van gescheiden ouders was het voor mij belangrijk om structuur te hebben. Om die reden heb ik zelf altijd veel gehad aan leraars, zowel op school als daarbuiten. Ik was actief in een lokaal theatergezelschap en daarnaast ook in een schrijversgezelschap in Antwerpen. Wat me altijd heeft geprikkeld is hoe totaal verschillende facetten van iemand naast elkaar kunnen blijven bestaan. In mijn eigen leven heb ik die vele kanten van mezelf vaak ervaren, maar dat heeft me uiteindelijk versnipperd achtergelaten.”

Je had op jonge leeftijd de gedachte om priester te worden. Hoe is dat tot uiting gekomen?

“Ik voelde me al vrij vroeg aangetrokken tot het spirituele. Om het conflict van de versnippering die ik voelde op te lossen, dacht ik er rond mijn 17 jaar aan om priester te worden, ook omdat ik sterk gelovig was. In een kerk is het stil en hoef je je niet te bewijzen tegenover anderen. Maar ik had ook wel het gevoel dat die vorm niet helemaal paste bij mij. Ik voelde me ingesloten in een dogma dat wel veiligheid gaf, maar niet het antwoord op de actuele problemen van die tijd. Als priester kan je mensen samenbrengen – zonder dat het om jezelf draait, en dat voelde wel juist. Ook de stilte neemt dan een centrale plaats in je leven. Ik las in die periode ook het boek ‘De wereld van Sofie’, omdat ik wou weten wat de wereld dreef tot waar ze op dat moment stond. Ik graag mijn steentje bijdragen aan de fundamenten van een gezonder systeem. Poëzie was daar voor mij een natuurlijke expressievorm van, maar dieper voelde ik dat ik meer mensen wou helpen.

‘Er is een open bol, ik ben een mens en ik heb jou nodig om te overleven’

Welke leraars hebben jou het meest beïnvloed?

“Ik heb steeds het geluk gehad om leraars te ontmoeten met autoriteit zonder dat zij daar misbruik van maakten. Zo leerde ik dat het normaal is dat anderen sterker kunnen zijn dan je zelf bent. Volgens mij is er in deze tijd hoge nood aan betrouwbare autoriteitsfiguren, zowel mannen of vrouwen. Eén van mijn leraars op de August De Boeck Kunstenacademie in Asse was Lieve Van Mileghem. Voor mij betekende zij een veilige plaats waar ik mezelf kon zijn en me niet voortdurend hoefde te bewijzen. De professionele weg die zij bewandelde, heeft me geïnspireerd om haar voetsporen te volgen. Voorheen had ik filosofie gedaan, maar ik was dat moe. Ik ben dan samen met een vriend acteerlessen gaan volgen bij Herman Teirlinck, Hoger instituut voor Dramatische Kunst. Die intensieve opleiding heb ik met vallen en opstaan afgemaakt. Ik had echter niet het gevoel dat mijn ziel daar beter van werd.“

©Foto Samuel Austin Unsplash – Sky above.Earth Below. Peace within.

“In diezelfde periode had ik veel rebellie tegen al wat mannelijke autoriteit was. Ik had in feite alles, kende geen armoede, maar toch was ik niet gelukkig. Dit gevoel van ongelukkig zijn kwam grotendeels door het versnipperd gevoel binnenin. Ik had nood om een echte verbinding te voelen met andere mannen (leren vertrouwen, leren samenwerken, …). Ik denk dat heel wat jonge mannen vandaag ook nood hebben om zichzelf te ankeren en echt te leren van een figuur die sterker is dan zichzelf. Dit kan je doen door samen te zijn en te gaan werken met andere mannen en bijvoorbeeld een stiel met de handen aan te leren. Ik heb geluk gehad dat ik dat met mijn vader kon doen. Rond mijn twintigste voelde ik de noodzaak om dichter bij hem te zijn. Ik ben toen voor een tijd bij hem gaan wonen.”

Ik had in feite alles, kende ook geen armoede, maar toch was ik niet gelukkig.

Dries woont fulltime in het Kanshoji Zen Boeddhistisch klooster in Frankrijk (Dordogne). Kanshoji betekent letterlijk ‘de tempel van het licht van mededogen‘.

Het stereotiepe beeld van iemand die in het klooster gaat, is van een oude man of non. Jij bent net het tegenovergestelde – jong en dynamisch. Hoe kwam je ertoe om daarvoor te kiezen?

“Ik had oorspronkelijk het idee dat een monnik of priester een eenzame persoon was die veel alleen is en zich van alle geneugten van het leven ontbeert. Zo is dat binnen onze gemeenschap helemaal niet. Je kan bijvoorbeeld perfect trouwen en een gezin stichten, hoewel dat niet eenvoudig te versmelten is met het engagement dat je aangaat. Je streeft voortdurend bewust naar een evenwicht voor alle partijen. In een gezonde relatie kan er geen sprake zijn van egoïsme.”

Je bent in contact gekomen met de Zen stroming, waar je tot op vandaag actief bent en woont. Wat maakt dit anders dan een ‘sekte’?

“Het probleem bij gemeenschappen met sektarische kenmerken is dat dit vaak ‘geleid’ wordt door mensen die hun eigen plek niet vinden en zich machteloos voelen. Door leider of goeroe te worden, eigenen zij zich een machtspositie toe die ze makkelijk kunnen misbruiken. Vanuit die positie kunnen ze zich zekerder voelen en is een andere mens ondergeschikt. Als zoekende en kwetsbare persoon moet je goed uitkijken om niet uitgebuit te worden door zo iemand. De Kanshoji gemeenschap waar ik leef functioneert helemaal anders. Het is een plaats waar je als één gemeenschap samen met andere mensen op kan bouwen, omdat de leraars betrouwbaar zijn. Leraars blijven zelf ook leerling en staan zelf ook onder begeleiding van een leraar. Mijn meester is 77 jaar en zijn meester is op zijn beurt 95 jaar oud. Ook die man van 95 jaar heeft iemand die hem opvolgt. Er is dus niet één persoon die helemaal bovenaan staat en die geen verantwoording meer heeft af te leggen. Zolang er verantwoording afgelegd kan worden, kan machtsmisbruik moeilijker de bovenhand krijgen.”

©Foto Myôshin Roberto Di Giacomantonio -Kanshoji Zen Boeddhistisch Klooster
(Dries midden bovenaan)

“Ik was op zoek naar eenheid en een betrouwbare basis waar ik mijn leven op kon richten. In het begin van mijn studententijd ben ik een Dojo (een plek om samen zazen te zitten – de originele meditatie methode van Boeddha) tegengekomen. Ik heb toen geluk gehad. Bij Zen is er geen nood aan een regerend dogma waarin je moet geloven. Een leraar creëert condities zodat jij zelf leert zien. Er is niemand die jou gaat zeggen wat je moet doen of hoe je de dingen moet zien, maar je krijgt wel opmerkingen als je iets doet dat onaangenaam is voor de mensen rondom. Het essentiële werk dat je daar doet, is de blik naar binnen richten en van daaruit leren kijken. Iedereen kan Boeddha zijn, je hoeft daarvoor geen priester te zijn.”

Dries ervaart het niet altijd als aangenaam om daar te zijn, omdat het vaak confronterend is voor het ego. Het geeft wel de mogelijkheid om zichzelf voortdurend in vraag te stellen en hij leert elke dag bij over zichzelf en zijn omgeving.

“Ik word gedwongen om open te blijven, hetgeen voor mij een oncomfortabele positie is. Ik ben eigenlijk een persoon die van zekerheden houdt, maar één voor één leer ik die loslaten.”

Hoe (over)leven jullie financieel binnen deze gemeenschap?

“Het gebouw waar we wonen was een oud Jezuïetenklooster dat de afgelopen twintig jaar met de hand is gerenoveerd. De gemeenschap werkt op giften, maar dat geven gaat niet perse over geld – je geeft het beste van jezelf en wat je kan. In gemeenschap leven betekent dat we elkaar kunnen aanvullen in hetgeen waar we zelf goed in zijn. Ik ben 30 jaar en in een goede gezondheid, dus ik maak me op dit moment vooral nuttig met mijn fysieke kracht. De afgelopen vijf jaar heb ik vooral gebouwd, hout getransporteerd en fysiek zware taken op mij genomen. Iemand die ouder is heeft misschien wel meer centen, maar kan ook een ceremoniële functie innemen. Anders dan in de maatschappij, worden oudere mensen hier niet weggestopt in een aparte plaats, maar zijn zij een belangrijk onderdeel van de gemeenschap. Zij hebben vaak een zekere gratie en wijsheid. Dat is dan hun gift.”

“Mensen van overal kunnen er komen mediteren en degene die willen, kunnen daar voor hun verblijf betalen (zoals je voor een hotel zou doen). Dat zijn meestal mensen die meditatie een belangrijke plaats in hun leven hebben gegeven. Van de Franse staat moet ik elke maand 300 euro betalen voor mijn verblijf, maar vanuit de gemeenschap wordt dat niet verwacht.”

Ik ben vrij om te doen wat ik wil, maar ik wil daarmee geen lijden veroorzaken, niet bij mezelf en niet bij de ander. Meer genot voor mij betekent niet perse ook meer genot voor de ander.

Hoe leeft het aspect relaties en seksualiteit als Zen boeddhist?

“Zen en het dagelijkse leven zijn niet gescheiden, je neemt het mee in alles wat je doet. Je geeft al je aandacht aan waar je op dat moment mee bezig bent. Er is veel mogelijk, zolang je je er maar niet aan vasthecht. Dat wil zeggen dat je een avontuur kan beleven, maar dat je dat niet vastlegt voorheen en ook niet vasthoudt nadien. De belangrijkste wetten waar het boeddhisme naar leeft, zijn impermanentie en interafhankelijkheid. Alles gaat voorbij, maar je bent wel op elkaar aangewezen. Daarnaast zijn er een aantal basisvoorwaarden zoals niet liegen en niet aanzetten tot liegen, niet stelen, geen ongezonde seksualiteit, geen intoxicatie. In het boeddhisme wordt niet gezegd dat je geen seks mag hebben of dat het fout is. Het wordt wel als een mogelijke verslaving genoemd, wanneer het verlangen gevoed wordt en er voortdurend meer nodig is. De liefde ontdekken samen met een andere persoon kan perfect binnen deze gemeenschap, zolang je het niet als een vaststaand gegeven beschouwt. Ik kan dus bijvoorbeeld iemand heel graag zien en dan de volgende keer niet weten of dat ook nog zo zal zijn. Het wordt voortdurend afgetoetst: ‘Is het gezond voor beiden – ben ik niet enkel bezig mijn eigen pleziertjes te bevredigen, enz …’ Ik ben dus volledig vrij om te doen wat ik wil, maar zonder daarmee lijden te veroorzaken; niet bij de ander en ook niet bij mezelf. Mijn beeld op relaties is door deze zienswijze grondig veranderd.”

Veel mensen leven angstig en durven vaak ook niet loslaten, ook al voelen ze zich ergens niet helemaal goed bij. Is dat voor een Zen boeddhist dan makkelijker?

“Als je werkelijk de weg van Zen bewandelt, dan kan er niet veel meer op de planning staan. Of het nu gaat over werk, liefde, carrière of wat dan ook. Je moet heel wat innerlijk werk verrichten om makkelijker te kunnen loslaten, maar veel mensen zijn daar niet toe bereid. Verslaving en hechting nemen in de wereld nu zichtbaar een digitale proportie aan. Het lijkt alsof je moet vasthouden om niet ineen te storten, maar ineen storten is niet altijd verkeerd. We zouden ook kunnen leren om levend te sterven, elke dag opnieuw, en een betere versie worden van onszelf.”

“Ik heb een hele mooie positie achtergelaten in de academie. Ik deed dat omdat ik het gevoel had dat ik in de diepte niet echt anderen kon helpen. Ik voelde me niet vaardig genoeg als beoefenaar van wat ik aan het doen was. Ik heb mijn mijn schrijverscarrière losgelaten die ik aan het opbouwen was. Ik kon wel dingen zeggen die ik had gehoord of had geleerd van andere mensen, maar ik was die zelf niet aan het doen. Ik had het gevoel dat ik die positie niet eerbaar kon innemen en heb er toen afstand van gedaan. Ik had het gevoel dat ik bij Kanshoji  24 op 24 uur veel meer kon doen; hout draaien, schaaltjes maken, elektriciteit maken, mediteren, … . Ik heb nu alle vormen die ik maar kan zijn en daar voel ik me goed bij. Een monnik is iemand die belichaamt wat hij zegt en ik ben momenteel in opleiding daar naartoe.”

Zoals men zegt ‘Walk the talk’?

“Eerder walk without the talk … .Ik sta misschien nog niet zo ver in mijn realisatie. Maar ik heb wel het geluk dat ik in een gemeenschap leef waar iedereen kan inschatten waar hij of zij staat. Terwijl meditatie misschien eerder een soort hobby was, is dat nu meer vanuit een dieper gevoel. Mensen die echt op zoek zijn naar zichzelf kunnen op elk moment beslissen wat ze gaan doen met hun leven. Er is een grote nood aan diepgang, maar ik heb de indruk dat er niet zoveel kanalen zijn die beschikbaar zijn om daar echt een antwoord op te bieden en die ook zuiver blijven. Het is niet de bedoeling dat je naar een plek zoals hier toegaat om zelf spreker te worden om bijvoorbeeld voor een groot publiek een TED talk te organiseren en om meer beroemdheid te vergaren. Al te vaak zie je dat dat de motivatie is van mensen die naar dergelijk dingen op zoek zijn. Het leven van een monnik is eerder om te leren tevreden te zijn met weinig. We leven in een maatschappij waar bijna alles gekocht moet worden. We leven in een gigantische rijkdomsbubbel, hetgeen van ons niet noodzakelijk sterkere mensen maakt. De Millennial generatie wil graag een impact hebben en liefst direct, maar je moet bereid zijn jezelf daarin uit te wissen. Je eigen creatieve zelf zal wel zijn plekje hebben, maar los van jou, wat voor wereld wil je voor achterlaten? Kijk gewoon wat er nodig is en gebruik je gezond boerenverstand.”

Tips van Dries als je op zoek bent om je aan te sluiten bij een groepering – gemeenschap -organisatie:

1. Let op voor Charlatans, denk goed na voor je iemand, die een leraar claimt te zijn, vertrouwt.

2. Verifieer goed de organisatie – gemeenschap – groepering die jou interesseert VOOR je je engageert.

3. Check de structuur van de organisatie. Kan deze verder blijven bestaan als de leraar wegvalt? Check de tradities en waarop deze gebouwd zijn. Let op als die afhangt van één persoon (goeroe gevaar). De traditie moet sterker zijn dan één persoon.

4. Ga op zoek naar een levende link met de leraar die ook hen nog begeleidt en waaruit zij ook nog wijsheid kunnen blijven putten. Ook leraars blijven leerling!

5. Wanneer je wordt uitgenodigd om voor jezelf te denken en een vrij gevoel kan behouden, is dat een positief signaal. Ingesloten worden in dogmatisch denken kan een rode vlag zijn.

Dit interview kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning.

Vond je het interessant? Dan kan je dit artikel waarderen met een vrije donatie via crowdfunding.

Crowdfunding Koalect

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws uit de streek diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal

Over schoonheid: denken of voelen we haar?

ARTIKEL | 3 min. read

Het is ondertussen wel duidelijk: de culturele en creatieve sector zijn het ergst getroffen door de coronacrisis. Creatievelingen en artiesten die ervan moeten leven, hebben zich tevreden moeten stellen met brood, water en digitale acrobatie. Meer dan ooit komt naar voor waar de prioriteit ligt en dat betekent voor deze sectoren een zware dobber.

Maar wat doen jonge mensen, die volop toekomstplannen maken in deze sector en studeren als cultuureducator of leerkracht in het artistieke onderwijs, waar ze creatievelingen en artiesten warm moeten maken voor een creatieve loopbaan? Hoe kunnen zij, ondanks alles, toch blijven geloven in de waarde van cultuur en schoonheid?

Schoonheid is een kunst

Afgelopen najaar werd ik gecontacteerd door vier studenten van de Arteveldehogeschool die werkten aan een onderzoek voor hun paper. Al snel werd duidelijk dat zij zich door deze crisis niet in een hoekje laten duwen en gedreven op zoek gaan naar de waarde van schoonheid. Ze onderzochten voor hun bachelor in het Secundair Onderwijs – Project Kunstvakken – de vraag: “Hoe kan een verhaal/context een object/(kunst)werk mooi maken of een gevoel oproepen bij de toeschouwer?” Hier werd dieper ingegaan op schoonheid en in het bijzonder op het gevoel hierbij.

In een TED TALK van 2011 legt Richard Seymour, een Brits industrieel designer, uit hoe je op verschillende manieren naar schoonheid kan kijken of kan voelen. Door de context bij een ‘banale’ tekening te vermelden, krijgt het plots een andere betekenis. Hieruit kan je afleiden dat een context een object/(kunst)werk mooier kan maken.

TED TALK op YouTube – Richard Seymour: How beauty feels

Beauty is in the eye of the beholder

Wat als schoon aanzien wordt is dus afhankelijk van de context en het verhaal dat iemand eraan geeft. Maar ook de waarnemer of kijker is de laatste beoordelaar die een werk kan zien als mooi of niet.

Verschillende filosofen gaven daar hun eigen theorie aan. Immanuel Kant, een Duits filosoof uit de 18e eeuw zei dat er altijd een belang is bij iets mooi te vinden, zoals het gevoel van behagen als we aan een object denken (esthetisch oordeel). Dat is natuurlijk afhankelijk van de voorkeuren en ervaringen van de toeschouwer. Niet iedereen krijgt hetzelfde gevoel bij het zien van een object/(kunst)werk. Daartegenover staat het kennisoordeel, dat gaat over de daadwerkelijke eigenschappen van het object/(kunst)werk.

David Hume, een Schots filosoof van dezelfde tijdsperiode, het best gekend voor zijn zeer invloedrijk systeem van filosofisch scepticisme en naturalisme, zei dat schoonheid geen kenmerk van het object zelf is, maar door de ogen van de waarnemer zijn bestaansrecht krijgt. Een object/(kunst)werk esthetisch beoordelen is belangeloos en door de context die achteraf gegeven wordt bij een bepaald object/(kunst)werk kan het perspectief plots veranderen.

©Foto Misflits – Schoonheid kan zich soms schuilhouden in een klein hoekje
©Foto Misflits – voorbeeld van een object met context – ‘toiletpapier in tijden van Corona’

Volgens Roger Scruton, een Engels conservatief filosoof, die vorig jaar overleed, is schoonheid altijd afhankelijk van de ervaring die de toeschouwer krijgt of van de ervaring die de toeschouwer zich herinnert.

Er kan geconcludeerd worden dat een context of verhaal een object/(kunst)werk mooi kan maken of een gevoel kan oproepen.

Bekijk een werk zonder de achterliggende waarde of historie erachter te ontdekken. Bekijk het werk nogmaals, deze keer met die extra informatie. Heeft de informatie meer schoonheid in het werk gelegd? De vier studenten roepen op om zelf op onderzoek te gaan en dit voor jezelf te bepalen, want at the end of the day zit ‘Beauty in the eye of the beholder’.

Een kort stukje uit het interview dat ze met me deden over schoonheid, de context, algemeen en binnen mijn vakgebied ‘schrijven’

Artikel: Sofia Van Nuffel

Foto’s: Misflits

Studenten die dit vraagstuk onderzochten: Debeuf Jana, Priem Jana, Simons Cassandra & Van Brussel Lies.

Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning.

Vond je het interessant? Dan kan je dit artikel waarderen met een vrije donatie via crowdfunding.

Crowdfunding Koalect

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws uit de streek diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal

Waarom we soms liever niet weten

INTERVIEW | 4 min. read

Het interview vertrekt van een quote van Simone de Beauvoir, een Franse filosoof en feminist: ‘De grootste plaag van de mensheid is niet onwetendheid, maar de weigering om te weten.’(Origineel – Le principal fléau de l’humanité n’est pas l’ignorance, mais le refus de savoir ) en plaatsen we binnen de huidige tijdsgeest.

Waarom zijn we als mens zo hardleers en moet er eerst een bom ontploffen voor we enige voet uit onze comfortzone zetten om actie te ondernemen en empathie te kunnen voelen voor onze medemens? Waarom kiezen mensen ervoor om zich af te sluiten voor wat er zich voor hen afspeelt, terwijl er binnen de samenleving ook een grote dorst is naar waarheid en solidariteit. Is het vanuit een gebrek aan empathie, laksheid of een gevoel van onvermogen? Is er een logische verklaring voor liever niet te willen weten?

We vroegen het aan Larissa Steenhaut, master in de klinische psychologie en psychotherapeute met praktijkervaring in menselijk gedrag en trauma.

©Foto Oscar Keys UnsplashWoman covered with blindfold

Je bent klinisch psycholoog, maar ook traumatherapeute. Kan je dat even kaderen?

“Momenteel werk ik in een instelling waar ik jongeren met gedrags –en emotionele moeilijkheden ondersteun. Daar ben ik gekoppeld aan twee leefgroepen van meisjes tussen 12 en 18 jaar. Een groot deel van hen werd in deze instelling geplaatst door de jeugdrechter omwille van een verontrustende thuissituatie. Daarnaast werk ik als psychotherapeute en EMDR-therapeute in een privépraktijk voor zowel jongeren als volwassenen. In beide settings werk ik vooral rond trauma. Specifiek aan traumatherapie is dat dit uit drie fasen bestaat; de stabilisatiefase – brengt focus op het hier en nu, het versterken van de resources en het veiligheidsgevoel, de verwerkingsfase – confrontatie met het trauma, en de integratiefase – traumatische ervaringen een plaats geven binnen het dagelijkse leven.”

Komen er in deze tijd meer trauma’s bij?

“In de praktijk krijgen we in elk geval wel meer aanmeldingen. Mensen die een trauma hebben opgelopen, leven meestal voor een groot stuk in het verleden. Dit komt onder andere door flashbacks, nachtmerries en herbelevingen die zich blijven opdringen. Mensen die iets ergs hebben meegemaakt, gaan dit in eerste instantie zelf trachten een plaats te geven door zich te focussen op dingen die buiten henzelf liggen. Door de Corona crisis is er veel afleiding weggevallen, waardoor er heel wat problemen naar boven kunnen komen. Op het moment dat men het gevoel heeft dat men het niet meer alleen aankan, gaat men dus makkelijker een afspraak maken. Wat ik vooral in mijn praktijk ervaar, is intra-familiaal geweld; dat is geweld tussen volwassenen waarbij het kind of de jongere dan ook getuige of slachtoffer is. Childfocus heeft 125% meer dossiers opgestart, waarbij de seksuele integriteit van jonge kinderen aangetast werd. Ook dat is een probleem dat meer en meer voorkomt. ”

Komen problemen meer aan het licht doordat mensen gedwongen worden door de lockdown meer ‘naar binnen’ te gaan?

“Mensen worden prikkelbaarder en door de maatregelen wordt hen de controle afgenomen, hetgeen zorgt voor een groter gevoel van machteloosheid. Dat kan ook een voedingsbodem voor depressie zijn. We halen onze energie wel vaak uit sociale contacten en onze interesses of hobby’s. Veel mensen blijven ook gewoon goed verder doen, maar Corona heeft het iedereen zoveel moeilijker gemaakt. Toch merkte ik op dat er ook heel wat mensen met trauma zijn die eigenlijk wel tot rust kwamen toen alles stil viel. Dit heeft te maken met de sociale druk die wegviel om steeds te moeten meedoen. Hierdoor moesten ze naar de buitenwereld geen masker meer opzetten. Dit gegeven is vaak eerder een geruststelling, omdat ze dan minder geconfronteerd werden met de belemmerende effecten van het trauma. Terwijl er anders meer een gevoel van eenzaamheid en onbegrip leefde, valt dit sommigen minder zwaar, omdat iedereen het nu op zijn manier moeilijk heeft.”

© Quote van Simone de Beauvoir  –  Franse filosoof en feminist (1908-1986) 

De quote van Simone de Beauvoir is tijdloos. Mensen willen soms bepaalde dingen liever niet weten. Hoe zou dat komen volgens jou?

“Vaak willen mensen de waarheid niet onder ogen zien, omdat het te moeilijk of te zwaar is, of dat het teveel van hen vraagt. Er is angst dat deze waarheid hen zou kunnen schaden. Sommige mensen blokken het af, omdat ze bang zijn om in te storten. Het bewust dragen van oogkleppen laat negativiteit niet toe, op deze manier beschermen ze zichzelf. Als we als mens bang zijn dat er iets ergs zou kunnen gebeuren, gaan we situaties liever vermijden. Uit de praktijk zien we nochtans wel dat meer te weten komen over die angst eigenlijk net de spanningen kan doen zakken. Wanneer je dan de dingen zelf gaat invullen, wordt het op termijn vaak destructiever.”

“Als psychotherapeut en psycholoog werken we heel vaak rond angsten en trachten we cliënten zich zo veilig mogelijk te laten voelen. Ik merk in de praktijk wel dat wanneer je in de buurt komt van een moeilijkheid of trauma mensen zich makkelijk gaan afsluiten. Je ziet hen dan dissociëren (zichzelf psychisch gedeeltelijk afscheiden van wat er met hen of om hen heen gebeurt). Dat is iets wat ze tijdens het trauma of moeilijke situatie hebben moeten doen om te kunnen blijven functioneren. We pakken dit proces steeds heel geleidelijk en respectvol aan. Het geven van psycho-educatie over trauma,  het opbouwen van een vertrouwensrelatie en het installeren van veiligheid spelen hierbij een essentiële rol. Ik merk dat als mensen zich bewust worden dat hun reacties juist normale reacties zijn op abnormale gebeurtenissen, dit toch vaak rust kan brengen.”

Als je rondkijkt zie je meer en meer psychische problemen, welke leeftijdsgroep treft dit het meest?

“Ik merk dat er zich veel jongeren en tieners aanmelden die worstelen met depressiviteit, slecht slapen en zelfmoordgedachten. Het is ook normaal dat het vooral die leeftijdsgroep treft, omdat zij volop in ontwikkeling zijn en door de vele maatregelen worden belemmerd. Zonder connectie met bijvoorbeeld leeftijdsgenoten ervaren ze een leegte en het voortdurend veranderen van wat mag en niet mag heeft daar ook een belangrijke invloed op. Je merkt ook vaak chaos in hun hoofd. Hoewel de pandemie voor niemand een fijne ervaring is, zijn het vooral de jongere mensen die nog niet de manieren hebben gevonden om er mee om te gaan, volwassenen slagen hier meestal wat beter in. Jongeren zouden nu het meeste moeten kunnen terugvallen op hun gezin, maar waar de thuissituatie niet goed loopt door bijvoorbeeld agressie of misbruik, kan dit wel problematische gevolgen hebben. Die beschermende factor is hier heel belangrijk.”

Hoe komt het dat mensen zich toch liever isoleren en terugtrekken in de comfortzone dan zich solidair op te stellen om zelf een bijdrage te leveren. Is het gebrek aan empathie, laksheid of een gevoel van onvermogen?

“Het is moeilijker om na te denken over anderen, wanneer je je zelf niet goed in je vel voelt. Als je zelf het gevoel hebt dat je een slachtoffer bent, is het moeilijk om empathie te tonen voor anderen en iets te ondernemen. De media speelt daar een hele grote rol in. De angst die via dat kanaal verspreid wordt, werkt vaak verlammend. Het feit dat je geen controle hebt over heel de situatie, geeft het gevoel dat je niets kan doen en gewoon alles moet ondergaan. De media betrekt mensen vooral bij wat er niet wordt gedaan, maar de nadruk zou, volgens mij, meer moeten liggen op de goede zaken die kunnen voortkomen uit solidariteit. Maatregelen die steeds verstrengd worden, werken heel demotiverend en het wordt heel lastig als je voelt dat je meer geeft dan krijgt; mensen gaan zich er bijgevolg ook naar gedragen. Het samenwerken en iets bijdragen moet meer beloond worden en positief in de verf gezet worden. We mogen ook niet onderschatten wat angst doet met mensen. Het is bewezen dat angst de intellectuele capaciteit minimaliseert. Angst sluit hogere breinregio’s af (zoals plannen, creativiteit, het inschatten van lange termijn gevolgen), waardoor mensen ook niet meer kunnen redeneren op hun maximale capaciteit. Dus het feit dat mensen vooral binnen eigen huis, tuin en keuken gaan kijken, heeft hiermee te maken. Op deze manier kan men ook niet kijken naar wat goed is voor iedereen en gaat men zich minder solidair opstellen.”

‘We hebben nood aan een empathie-pandemie’

“Empathie is iets dat aan de basis ligt voor alles wat goed is in de maatschappij en deze laat functioneren; vertrouwen, altruïsme, liefde, goede doelen, hebben allemaal te maken met empathie. Het feit dat mensen minder empathisch worden ligt aan de basis van veel problemen; zoals sociale problemen, misdaad, racisme, kindermisbruik. Het is heel belangrijk om bij stil te staan en je ook eens te verplaatsen in de situatie van iemand anders. Niet makkelijk, want wat goed is voor de groep is niet altijd goed voor het individu. We moeten veel opofferen voor een ander, maar als mensen dan zien dat anderen zich daar niet aan houden, krijg je natuurlijk veel weerstand. Als we samenwerken komen we verder, momenteel is het jammer genoeg nog meer ieder voor zich. Empathie is nochtans noodzakelijk om te kunnen groeien als samenleving.”

Praktische tips van Larissa om makkelijker door deze periode heen te geraken:

 

1. Het is essentieel om een gevoel van controle te hebben over de kleine dingen en de focus te verleggen naar wat je wél kan doen en waar je wél controle over hebt, hoe klein die dingen ook zijn. Het gaat je helaas niet gelukkig maken als je enkel kijkt naar wat je wordt afgenomen, dat gaat het machteloze gevoel alleen maar vergroten.

2. Je kan overwegen om eens iets anders te gaan doen dan wat je gewend bent en zo je sleur doorbreken. Ook buiten komen is belangrijk en je niet opsluiten is essentieel. Buitenlucht en in de natuur gaan in tijden van lockdown kan wonderen doen.

3. Het DELEN van smart. In contact blijven met elkaar, maar dan niet op een oppervlakkige manier. Eens meer vragen ‘ hoe gaat het nu écht met jou?’ Mensen trekken zo snel conclusies over anderen zonder te kijken wat erachter zit. Dus regelmatig de ‘happy face’ eens afzetten en dit ook delen met mensen die je vertrouwt. Het kan weer een nieuwe connectie brengen wanneer je ook eens met elkaar deelt wat minder goed gaat. Het kan een opluchting zijn als je beseft dat ook anderen zich niet altijd goed voelen. Je veroordeelt jezelf daardoor dan minder streng en dan denk je minder dat er iets mis is met jou.

4. Een boekje aanleggen waarin je dagelijks 3 dingen opschrijft die goed zijn. Het vraagt een actie van de mens om zich te verzetten tegen negatief denken. Voor het slapen over die positieve dingen nadenken, kan de oogkleppen afdoen en een frisse blik geven.

5. BOEKTIP voor inspiratie: ‘Born for love’ van Bruce Perry en Maia Szalavits is een eye opener en aanrader voor deze tijdsgeest. Het verklaart veel over het gedrag van mensen en helpt om situaties op een andere manier te bekijken.

Dit interview kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning.

Vond je het interessant? Dan kan je dit artikel waarderen met een vrije donatie via crowdfunding.

Crowdfunding Koalect

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws uit de streek diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal

Watersnood in Vlaams-Brabant Deel 2

ONDERZOEK | 6 min. read

Toen inwoners uit Vlaams-Brabantse gemeenten op 20 mei 2020 de individuele waterkraan moesten dichtdraaien, bleek dat water op andere plaatsen in hun gemeente vrijelijk kon wegvloeien. Aanzienlijke verschillen in het waterbeheer duiden erop dat gelijkschakeling van het waterbeleid en handhaving dringend nodig zijn.

©Foto Louis Lammertyn

Tijdens de waterschaarste van afgelopen voorjaar kwamen tegenstrijdigheden in het gemeentelijke waterbeheer duidelijk naar de oppervlakte. De droge kranen en extra strenge droogtemaatregelen waren bij de overheid de doorslag om het Vlaamse waterbeleid onder de loep te nemen en werk te maken van structurele plannen.

Bewuster omgaan met water

Verzuchtingen van de burger

Inwoners van verschillende Vlaams-Brabantse gemeenten delen op sociale media volop hun onbegrip bij het waterbeheer binnen de eigen gemeente. Meestal gaat dit over bemalingswater (water opgepompt bij bouwwerven om een project bouwklaar te maken) dat rechtstreeks in de riolering wordt geloosd, maar ook over het besproeien van gemeentelijke sportvelden, grasvelden en té groene voortuinen tijdens perioden van droogte. Deze frustraties worden alleen maar groter wanneer strenge droogtemaatregelen worden opgelegd. Er lijkt weinig actie te komen en nog minder controle op overtredingen. Het vertrouwen in de eigen gemeente lijkt op zo’n moment helemaal zoek.

Begin juni 2020 verscheen in de pers dat inwoners uit Sint-Amandsberg (Gent) het beu waren dat er zoveel werfwater wegstroomde in de riool. Burgers hebben toen zelf een tankwagen gehuurd en duizenden liters water gered en verdeeld. Ook in Merchtem (Vlaams-Brabant) voelden buurtbewoners zich geroepen om zelf het heft in handen te nemen bij het ondergaan van deze waterverspilling. Het besef van de waarde van water begint op dergelijke momenten pas echt door te dringen.

1.Foto van een inwoner uit Merchtem op social media op 30 mei 2020 – Waterbron bemalingswater ter beschikking gesteld door en voor buurtbewoners
3.Foto van een inwoner uit Merchtem op social media op 31 mei 2020 – De vaten worden groter
2.Foto van een inwoner uit Merchtem op social media op 31 mei- Buurtbewoners vangen opgepompt werfwater op in lege bidons
4.Foto van een inwoner uit Merchtem op social media op 3 juni – De eerste tankwagen van de gemeente gesignaleerd

België behoort volgens de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) tot de slechtste landen wat betreft de balans tussen waterbevoorrading en de vraag naar water. Ze verzamelen data van Europese lidstaten die deze gegevens gebruikt om de belangrijkste trends in de lidstaten te analyseren. De laatst gepubliceerde gegevens bij OESO voor België hebben betrekking op 2013 of het laatste beschikbare jaar. Gegevens van vóór 2009 zijn niet in aanmerking genomen. Hieronder zie je dat het OESO gemiddelde (groene balk) 9.8% is, terwijl het voor België 31% (rode balk) is. We gebruiken dus een aanzienlijk aandeel van de beschikbare waterhoeveelheden. Spanje (33.6%) en Israël (50.2%) scoren nog hoger.

Bron: OESO – Zoetwateronttrekkingen en zoetwatervoorraden. De intensiteit van het gebruik van zoetwaterbronnen (of waterstress) heeft betrekking op de bruto-onttrekkingen van zoet water aan grond- of oppervlaktewateren, uitgedrukt in % van de totale beschikbare hernieuwbare zoetwaterbronnen (inclusief de instroom van water uit buurlanden)

België heeft maar een beperkte waterbeschikbaarheid per inwoner omwille van hoge bevolkingsdichtheid, hoog gebruik voor de industrie, intense landbouw en veeteelt. Zoals je hieronder kan zien is de waarde voor België 65.4 m³ (rode balk), en het OESO gemiddelde 116.2 m³ (groene balk). Landen die nog lager scoren zijn: Estland, Polen , Slovakije, Tsjechië, Hongarije, Duitsland en Denemarken.

Bron: OESO – De zoetwateronttrekking voor de openbare voorziening wordt uitgedrukt in kubieke meter per hoofd (capita) van de bevolking per jaar

Heel wat burgers, veelal groene initiatieven en gemeenteraadsleden die sterk begaan zijn met de waterproblematiek kaarten het al langer aan. Het waterbeleid staat in veel gemeenten nog ver achterop.

Ook experts slaan voor deze problematiek al langer op tafel. Het lijkt haast onwerkelijk, omdat België toch meestal aanzien wordt als een land waar het veel regent en overstroomt. Maar de hele waterkringloop zit complex in elkaar en vraagt op vele fronten grondige bijsturing. ‘Toen afgelopen voorjaar enkele dagen geen water uit de kraan kwam in Overijse, is de bom ontploft’, zegt Marijke Huysmans, Hoogleraar grondwaterhydrologie bij de VUB. ‘Ik krijg regelmatig berichten en mails van gemeenten en burgers die vragen hoe en wat ze nu al kunnen doen. Er is vanuit gemeenten en burgers wel vraag naar duidelijke handvaten. Bij deze complexe materie gaat het vaak eerder over onwetendheid dan over slechte wil.’

Hieronder zoomen we beknopt in op enkele Vlaams-Brabantse gemeenten die gemene delers en verschillen tonen in aanpak. Niet alle gemeenten die voor dit onderzoek werden benaderd hebben gereageerd. Via gemeenteraadsverslagen die openbaar te raadplegen zijn via de website van je eigen gemeente, kan je zelf heel wat informatie over de stand van zaken rond dit thema terugvinden.

Aanpak hangt af van prioriteiten gemeente

Meldingen en klachten omtrent waterbeheer gericht aan de gemeente, worden meestal wel besproken op een gemeenteraad, maar concrete actie en terugkoppeling wordt niet altijd ondernomen. Terwijl sommige gemeenten er al langer aandacht aan geven, zijn andere gemeenten nog niet begonnen aan de opmaak van een droogte -of hemelwaterplan (brengt de situatie in kaart van wat men doet met het hemelwater en de aanpak bij droogte). Sommige gemeenten wachten ook liever op structurele richtlijnen van hogere hand.

Naar aanleiding van wat er zich afspeelde in Vlaams-Brabant zag je op gemeenteraden van eind mei of eind juni 2020 dat de droogte vaak last-minute als extra agendapunt werd toegevoegd. Dit werd dan in de meeste gevallen besproken binnen het kader van aanpassingen van het reglement rond bemalingswater bij het uitreiken van bouwvergunningen, omdat hierover de meeste klachten kwamen.

De gemeente Overijse, die ook aandeelhouder van De Watergroep is en vorige lente een van de ergst getroffen gemeenten was van de wateronderbrekingen, beschikt over een snel werkend crisisplan bij watersnood (zie deel 1). Zij zouden voor een deel van de gemeente reeds over een basishemelwaterplan beschikken. Zij hebben verschillende waterstations die vernieuwd moeten worden en werken momenteel aan een gloednieuw waterproductiecentrum op een zeer hoge locatie, hetgeen technisch gezien ideaal gelegen is.

Zemst was de tweede gemeente die beschikte over een hemelwaterplan. Er komt nu een tweede hemelwaterplan aan waarbij klimaatadaptatie centraal staat. De waterbemalingsregels werden ook aangepast. Verder hebben ze concrete onthardingsplannen op verschillende vlakken en een bomenplan en zijn bezig met een gebiedsvisie Open Ruimte in Zemst (ORIZ) dat met groen en blauw in de gemeente bezig is.

Een gemeente is dikwijls verblind door de kleur van de eigen bril waardoor men kijkt en denkt teveel op korte termijn

Fred Van Santfoort

Grimbergen nam het verbruik van grond -en leidingwater in zijn gemeenteraad van 28 mei op in het kader van het onderhoud van zijn voetbalterreinen. Een aantal buurtbewoners meldden op 4 mei via een brief dat in maart en april gedurende verschillende weken volop grondwater opgepompt werd ter besproeiing van de voetbalvelden in Humbeek. Het gemeentebestuur ging hiermee in overtreding met wat Vlaams Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Koen Van Den Heuvel in 2019 op vraag van buurtbewoners eerder had meegedeeld: “Iedereen die grondwater oppompt, dient over een omgevingsvergunning te beschikken. De enige uitzonderingen zijn voor huishoudelijk gebruik van maximum 500 m³ per jaar en voor handpompen.” Voor KFC BorgtHumbeek was er geen grondwater-vergunning gekend voor de velden aan de Nachtegaallaan. Dit oppompen werd pas op 15 april stopgezet na herhaaldelijke vraag. Er werd toen overgeschakeld naar leidingwater via een standpijp voor het vullen van buffervaten om het pas ingezaaide hoofdveld te kunnen vrijwaren. Tussen 15 april en 13 mei kwam een 1.500 m³ water (1.500.000 liter) kostbaar drinkwater op de groene grasvelden terecht. Voor het leidingwaterverbruik op de andere voetbalvelden had men geen cijfers, maar samengeteld zou in die periode hiervoor een grote hoeveelheid leidingwater zijn verbruikt. De geloofwaardigheid om de weken daaropvolgend bij de burger beperkende maatregelen op te leggen bij het watergebruik kreeg een flinke knauw. Via openbaarheid van bestuur kregen we hierop de volgende uitleg:

‘Door het vervroegd stopzetten van de voetbalcompetitie in maart 2020, werd er door de gemeente proactief gehandeld en werden de voetbalvelden al begin april bezaaid. Normaal is dit pas half mei en mag men de velden niet betreden tot half juli. In april was de temperatuur sterk gestegen, was er veel zonlicht en schrale wind. Door de aanhoudende droogte moesten de velden beregend worden om de kiemende zaadjes en investeringen niet verloren te laten gaan. Na 3 weken waren de zaden jonge grasplantjes geworden en kon de frequentie van het beregenen verminderd worden. Naar aanleiding van een Collegebeslissing van 4 mei 2020 werd er dan een afsprakennota opgesteld betreffende het sproeien van voetbalterreinen.’

De gemeente liet ook weten dat zij momenteel wel bezig zijn met de opmaak van een nieuw klimaatplan. Dit plan zou een luik bevatten over klimaatadaptatie met onder andere; risico- en kwetsbaarheidsanalyse, prioritering en een voorstel van maatregelen. De gemeente werkt hiervoor samen met ZES en Sumaqua. Dit volledige proces is participatief met de bedoeling om zoveel mogelijk betrokken actoren maximaal te informeren over deze problematiek, dus ook hun inwoners. Ook bronbemaling en hergebruik van grondwater zou hierin worden opgenomen. De dienst vergunningen legt in afwachting van de Vlaamse wetgeving wel reeds infiltratie en hergebruik op waar dat mogelijk is.

Volgens het gemeenteraadsverslag van 25 juni van Steenokkerzeel zouden er ook meldingen geweest zijn van het besproeien van voetbalvelden met grondwater. ‘De voetbalclubs werden gecontacteerd en werden gewezen op de voorwaarden in hun vergunning met betrekking tot het gebruik van grondwater, alsook op de besluiten van de gouverneur’, meldt Annelien Symons, afdelingshoofd grondgebiedzaken. Een nieuw reglement rond waterbemaling ging in de gemeente in voegen op 1 juli 2020. Het aantal bemalingsaanvragen zou over het algemeen beperkt zijn.

Kampenhout, die rond bronbemaling al een reglement had, heeft deze bij de droogtemaatregelen onmiddellijk verstrengd; retourbemaling (opgepompt grondwater dat in de nabijheid weer in de bodem wordt teruggebracht) waar mogelijk, een extra buffer van 10.000 liter in plaats van minimum 1000 liter voorzien, werken met een sonde-gestuurde bemaling (apparaat dat ervoor zorgt dat de pomp alleen maar werkt als het nodig is) geldend gedurende de meest droogtegevoelige periode (april tot en met september).

Water is geen verworvenheid die gegeven is voor een eeuwigheid

Schepen Vilvoorde

In Vilvoorde was er tijdens de droogte actieve vraag om bemalingswater te kunnen gebruiken. Het bleek niet zo makkelijk om dit praktisch te kunnen opnemen in de vergunning en het water ter beschikking te stellen. Uiteindelijk waren er twee werven waar men water kon nemen. ‘We hebben het toen niet aan de grote klok willen hangen, omdat wij in onze industriestad met het bijkomend probleem zitten van vervuild grondwater door de zware industrie van vroeger’, zegt Barbara de Bakker (Groen), Schepen van mobiliteit, ruimtelijke ordening, natuur en milieu. Naar de volgende zomer toe willen zij de voorwaarden van oppompen van grondwater aanscherpen. ‘Zo zal de bouwheer verplicht worden een staalafname van het water te laten analyseren. Dit zou dan mee moeten worden opgenomen in de vergunningsvoorwaarden.’

©Foto Barbara de Bakker – Vilvoorde maakt gebruik van water uit het bufferbekken tijdens de droogte. Hiervan kon onder andere de groendienst gebruik maken, omdat zij als bedrijf geen gebruik mogen maken van bemalingswater. De VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) heeft de gemeente hiervoor zelf gecontacteerd en toegang geboden zolang het nodig was en de watertafel het toeliet

De gemeente Opwijk heeft dan weer wél gebruik kunnen maken van opgepompt werfwater voor zijn groendienst. Dit werd bekomen onder druk van INZET , een lokaal en niet-partijgebonden initiatief. Op één plaats heeft men een groot vat gezet waar de buren water konden komen halen (vanuit het bouwproject zelf), maar dit systematisch doen zag de gemeente niet direct mogelijk. De beslissing om een droogteplan op te maken werd, ondanks dat het al een aantal keer op de agenda gebracht werd, uitgesteld tot na de zomer. ‘We dachten dat we daar, na overleg met de landbouwraad, middenstandsraad en andere organisaties om zuiniger om te gaan met water, onmiddellijk al mee zouden kunnen starten. We zagen niet in waarom we zouden moeten wachten‘, zegt Bert De Wel van de oppositiepartij Groen en gemeenteraadslid. De gemeente is voor het opstellen van droogteplannen liever zeker, met duidelijke richtlijnen van de overheid. ‘Aangezien burgemeester Inez De Coninck (n-va) in het Vlaams parlement zit, kan ze wel goed opvolgen wat er vanuit het Vlaamse gewest precies gevraagd zal worden‘, zegt De Wel nog.

Gemeenten blijken traag, wat dit soort problemen betreft, en waterhuishouding staat vaak helemaal achteraan op de agenda. ‘Een gemeente is dikwijls verblind door de kleur van de eigen bril waardoor men kijkt en denkt teveel op korte termijn’, zegt Fred Van Santfoort, bestuurder bij Noordlicht (een burgercoöperatie die werkt aan klimaatproblematiek). ‘Op sommige plaatsen wordt er eindelijk aan gedacht om water mee op te nemen in het luik adaptatie binnen de klimaatactieplannen, maar dan gaat het vaak over verkoeling brengen in de openbare ruimte. Belangrijke punten zoals ontharden, regenwater infiltreren in plaats van afvoeren, regenwater hergebruiken, bemalingswater op bouwwerven nuttig gebruiken kregen bij de meeste gemeenten nooit echt de aandacht die nodig is.

Wachten op de overheid

De technische dienst van de gemeente Meise is recent gestart met de opmaak van een hemelwaterplan. ‘Wij verwachten van de overheid wel meer inhoudelijke verduidelijking rond hemelwaterplannen en droogteplannen en voorbeelden van lastenboeken. Daarnaast zouden we graag een aanpassing zien in het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunnning ( Vlarem II), zodat niet alle gemeenten initiatieven moeten nemen om strengere voorwaarden op te leggen aan bronbemalingen’, zegt Leo vander Kerken, hoofd van de milieudienst. Ook de Provincie zou volgens hem initiatieven kunnen nemen in de richting van standaardteksten en goede voorbeelden, zoals een keuzelijst van mogelijke bijzondere voorwaarden waaruit in functie van de situatie dan gekozen kan worden.

In Hoeilaart hebben ze bij de laatste bemalingsprojecten het opgepompte water aangeboden aan de bewoners. Er is toen massaal water afgehaald aan de pompinstallatie. ‘We zorgen ervoor dat bemalingswater, indien geloosd, terecht komt in onze beken en niet in onze riolering. Een techniek zoals retourbemaling is niet altijd mogelijk in gebieden met een zeer hoge grondwaterstand, zoals in Hoeilaart in de vallei het geval is’, zegt Marc vanderlinden, Schepen van Infrastructuurprojecten, Wonen, Patrimonium en Begraafplaatsen. Hoeilaart heeft zijn eigen waterwinning en draait dus op zijn eentje. De oplossing is om noodverbindingen te hebben met buurgemeenten die kunnen opengezet worden bij problemen. Zij hebben momenteel twee kleine verbindingen met de watertoren van Jezus-Eik en de watertoren van Maleizen. Er dienen verdere investeringen uitgevoerd te worden om de verbindingen tussen de verschillende watertorens beter te maken. ‘De overheid zou de kosten van de waterfactuur laag moeten houden, zodat de nodige investeringen terwijl kunnen plaatsvinden’, zegt de Schepen nog.

©Foto Louis Lammertyn – Watertoren Witherendreef Jezus-Eik

Hemelwaterplannen en droogteplannen

In het antwoord op een parlementaire vraag van 3 juni 2020 werd duidelijk dat van de 300 Vlaamse gemeenten slechts 22 gemeenten een hemelwaterplan hadden, de meeste recente cijfers waarover de VMM toen beschikte. Op dit moment zouden er volgens de VMM 71 gemeenten de opmaak van een HWDP (hemelwater -en droogteplan) hebben aangevat of gefinaliseerd. De volgende bevraging naar de stand van zaken van opmaak van een basis -en detailhemelwaterplan zou starten op 21 april. ‘Dat sommige besturen geen hemelwaterplan hebben geeft weer hoe laag het thema water/droogte op de agenda stond. Dit toont aan dat de aanpak van de structurele droogteproblematiek waarmee Vlaanderen kampt en waar de Minister via de Blue Deal volop werk van maakt hard nodig is‘, zegt de woordvoerder van het Kabinet Zuhal Demir.

De overheid maakt op dit moment volop werk van een stevig waterbeleid. Met haar Blue Deal zal dit impact hebben op alle spelers die hierin belangrijk zijn: industrie, landbouwers, bouwsector, lokale overheden, maar ook u en ik, als gewone watergebruikers. Deze plannen moeten op heel veel lagen en niveaus in onze samenleving doorsijpelen en dat vraagt tijd, net zoals bij water. ‘Tegen 2024 zullen lokale overheden verplicht worden om hemelwaterplannen -en droogteplannen (HWDP) op te maken’, voegt de woordvoerder toe.

Een bezorgdheid van gemeenten is de kostprijs die hieraan vasthangt. Dit gaat het lokaal bestuursniveau extra geld kosten, zonder dat daar onmiddellijk een rechtstreekse financiële opbrengst voor dit bestuursniveau tegenover staat.

Toegang tot watergerelateerde subsidies zal vanaf 2024 worden gekoppeld aan het beschikken over een dergelijk plan.
Binnen de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) is een project opgestart dat uitvoering zal geven aan deze opdracht. Dit project heeft volgende outputs: De opmaak van een blauwdruk voor een hemelwater -en droogteplan;
de opmaak van een goedkeuringsprocedure voor de vaststelling van een hemel-water -en droogteplan; aanpassen van de wetgeving zodat het ontvangen van watergerelateerde subsidies afhankelijk wordt gemaakt van een hemelwater- en droogteplan en de opmaak van een voorstel tot subsidieregeling voor acties uit de hemelwater- en droogteplannen.

Bron: Rapport CIW Methodiek – Hemelwaterplannen 2017 – Overzicht hemelwaterplan, detailwaterplan, uitvoeringsplan. Er gaat heel wat planningswerk vooraf aan de uitvoering.

De Provincie ondersteunt de opmaak van het hemelwaterplannen wel al sinds 1 januari 2017. In het persbericht van 15 februari van de provincie Vlaams-Brabant stond dat de gemeente Kortenberg een provinciale toelage kreeg van 20.712 euro voor het opstellen van een hemelwaterplan. De gemeente Kortenberg is al de vijfde gemeente in Vlaams-Brabant die de subsidie aanvraagt. Herent, Zemst, Kortenaken en Leuven ontvingen al langer subsidie voor een afgewerkt hemelwaterplan. De subsidie bedraagt (eenmalig) 6 euro per hectare plangebied, met een maximum van 90% van de werkelijke studiekost voor de opmaak van (minstens) een (basis)hemelwaterplan. De Provincie meldt dat er op dit ogenblik een 25-tal andere gemeenten bezig zijn met de opmaak van een hemelwaterplan. Vier hiervan zullen binnenkort een subsidieaanvraag indienen. ‘Wie de uitvoering van de acties uit de hemelwaterplannen financiert, hangt af van het type actie en wie ervoor verantwoordelijk is. Elke actiehouder is zelf verantwoordelijk om hierin prioriteiten te stellen en de nodige budgetten te voorzien’, aldus de beleidsadviseur van de Gouverneur.

Aan het opmaken van hemelwater -en droogteplannen gaat een grondige studie vooraf die heel wat tijd vraagt. Wanneer de overheid dit binnen 3 jaar zal verplichten, moet dat het gemeentelijke waterbeleid een grote sprong voorwaarts laten maken.

Vorig deel gemist?

Deel 1 | 26 februari, 2021 | vertelt wat er precies gebeurde in mei 2020 tijdens de strenge droogtemaatregelen en wat het aandeel van burgers en de watermaatschappij was in de week van Hemelvaart. Hier gaan we dieper in detail en antwoorden zoeken op vragen die burgers zich stellen.

Geraadpleegde bronnen: Marijke Huysmans - Hoogleraar grondwaterhydrologie VUB / Parlementaire documenten / Gemeenteraadsleden / Gemeenteraadsverslagen gemeenten / Lokale burgerinitiatieven / De burger.

Onderzoek en artikels : Sofia Van Nuffel

Foto’s: Louis Lammertyn, MyDS Myriam De Smet & burgers

Met bijzondere dank aan enkele wakkere burgers

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Ga naar overzicht onderzoek Watersnood in Vlaams-Brabant

Lees ook Deel 1 Watersnood in Vlaams-Brabant

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Wil je bijdragen en mee het nieuws uit de streek diverser maken? Dat kan via Koalect crowdfunding of doneren via QR – Paypal.

Crowdfunding Koalect

Donaties via QR – Paypal