Uitgelicht

Waarom Misflits.be?

INTRODUCTIE | 1 min. read

Naar de website

Innovatie – Creativiteit – Experimenteel – Collaboratief – Menselijk

Misflits.be is een nieuw online medium en brengt inkijk in actuele en vergeten thema’s via artikels, onderzoek, portret & interview en creatieve beelden.

We laten de menselijke kant van berichtgeving zien. We pakken dit empathisch aan, maar checken ook feiten en berichten waarheidsgetrouw. We brengen verhalen die de lezer kunnen raken, zonder sensatiewellustig te worden.

We houden van een frisse manier om de ambacht van berichtgeving tot zijn recht te laten komen, zonder angst om te durven experimenteren of innovatief te zijn. 

We brengen onderwerpen op een begrijpelijke en creatieve manier.

This image has an empty alt attribute; its file name is Journalist-_-Riikka-Sormunen.png
©illustratie Riikka Sormunen

We zijn van mening dat we in tijden van grote onzekerheid en groeiend ongeloof in de media het voortouw moeten nemen. We moeten niet alleen berichten over feiten, maar jou als lezer ook terug zin geven om nieuws te volgen en mee te denken.

Grote mediahuizen en commerciële zenders hebben een loopje genomen met participatie, waardoor niemand vandaag meer weet wat te geloven. Als journalist mogen we ‘de kern’ van onze job niet uit het oog verliezen. Misflits.be kiest ervoor om te luisteren naar de zorgen van de burger.

Hetgeen jullie lezen wordt dus niet alleen door ons bepaald. Als lezer kan je ontevreden zijn over de aanpak en verward zijn door de informatie van traditionele media. We willen jou wakker maken om mee verantwoordelijk te zijn voor wat er gebracht wordt in de media. Misflits.be geeft jou die kans.

We waken er over dat dit ten allen tijde gebeurt op een respectvolle en constructieve manier. We geven geen gevolg aan vragen, berichten en opmerkingen die de waardigheid en het privéleven van mensen kunnen aantasten.

‘We kunnen niet heel de wereld redden, we kunnen wel onze bijdrage leveren aan het vergroten van een constructief rimpeleffect’

Draag bij aan ons werk.

Naar de website

Stars4Media: Innovatie, Partnerschap en Cross Border

EXTRA MUROS | 2 min. read

Naar de website

Een grote uitdaging voor beginnende, onafhankelijke Newsrooms die kwaliteitsberichtgeving willen brengen is het bereiken van het juiste publiek en financiële ondersteuning. En voor dat laatste werden jammer genoeg alle subsidies voor innovatieve journalistieke projecten (via het voormalige Vlaams Journalistiek Fonds) afgeschaft. Terwijl je zo bezig bent als onafhankelijk opstartende Newsroom valt het op dat andere kleine of grote media vooral het eigen kopje boven water tracht te houden en dat je van collega-media weinig tot geen uitwisseling of ondersteuning kan verwachten in eigen land.

Lezers die de dagelijkse nieuwsberichtgeving tot zich nemen en becommentariëren realiseren zich soms niet dat Newsrooms, die ervoor kiezen onafhankelijk te blijven niet zozeer gaan kiezen voor sensatienieuws, maar eerder voor diepgaandere en tragere berichtgeving en dat deze manier van verhalen maken ook consequenties heeft. Dit vraagt onder andere om een goede organisatie, een degelijk werk – en onderzoekbudget en ook hulp en expertise van andere (media)professionals.

Moeilijk om het kopje boven water te houden of vol te houden?

Jazeker, maar een innovator/ondernemer gaat nooit lang bij de pakken blijven zitten en steeds zoeken naar nieuwe, duurzame oplossingen en onbegane paden gaan bewandelen. Na al een tijdje dapper content te hebben gemaakt en onderzoek te hebben gedaan, heeft ons geleerd dat je soms, uit een onverwachte hoek, gelijkgestemden vindt die voor dezelfde uitdagingen staan en die ervoor openstaan om samen iets te ondernemen en te ontwikkelen.

Zeldzaam, ja, dat wel. Maar wij hebben geluk!

De laatste maanden hebben we met Misflits gezien dat, fondsen werven van het publiek om dit platform en alle content verder mogelijk te maken, heel wat tijd en vertrouwen vraagt. Een reden te meer om ook buiten onze bekende grenzen te gaan rondspeuren. Precies om díe reden zullen we de komende maanden meer aandacht geven aan onze Misflits Extra Muros pagina waar we verhalen brengen buiten de grenzen (van onze comfortzone).

©Foto Website Stars4Media.eu / Misflits en Apel.cz – partners en
begunstigden voor Stars4Media Program Second edition (ENG)

Tijdens de -Cross Border- zoektocht ontmoetten we een gelijkgestemde partner Apel-plzn.cz uit Tsjechië die een parallelle weg heeft afgelegd, volop in beginfase is en ook voor gelijkaardige uitdagingen komt te staan. We zien ook dat de brug tussen Oost en West op vlak van dealen met de nodige uitdagingen ver uit elkaar ligt. Na heel wat gesprekken en online koffietjes (mede dankzij Mevrouw Corona) beslisten we om samen een aanvraag in te dienen bij Stars4Media (een innovatie- uitwisselingsprogramma die samenwerking tussen media- professionals vergemakkelijkt en media-innovatie en grensoverschrijdende samenwerking versnelt). 

‘Small independent local/regional newsrooms cooperating cross border – developing business model based on membership

Kleine onafhankelijke lokale/regionale nieuwsredacties die grensoverschrijdend samenwerken – en de ontwikkeling van een bedrijfsmodel op basis van lidmaatschap

… is onze uitdaging waarvoor we samen met nog 29 andere initiatieven uit 100 applicaties werden gekozen. We zullen dit uittesten met onze eigen Newsrooms als proeftuin. Nadien willen we graag dat onze bevindingen voor andere kleine onafhankelijke mediastarters in de toekomst kunnen dienen. We zijn ook heel benieuwd naar het resultaat van de brug die we willen bouwen tussen Oost en West. De voertaal voor dit project is voornamelijk Engels.

De YouTube link naar de conferentie van 6 oktober 2021 te Brussel die het hele kader rond het Stars4Media programma verder uitlegt:

Media4Europe Conferentie Brussel 6 oktober 2021

Partners van het Stars4Media programma zijn de Vrije Universiteit Brussel(VUB), Europe MediaLab (Fondation Euractiv), EFJ EUROPE (Europese Federatie van Journalisten) en de Wanifra (World Association of Newspapers and News Publishers).

Het programma wordt medegefinancierd door de Europese Commissie.

Sofia Van NuffelFounder Misflits

Met dank aan: Sven Kox, Lucie Sykorova, Ladislav Vaindl, Michaela Adamlova

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Over schoonheid: denken of voelen we haar?

ARTIKEL | 3 min. read

Het is ondertussen wel duidelijk: de culturele en creatieve sector zijn het ergst getroffen door de coronacrisis. Creatievelingen en artiesten die ervan moeten leven, hebben zich tevreden moeten stellen met brood, water en digitale acrobatie. Meer dan ooit komt naar voor waar de prioriteit ligt en dat betekent voor deze sectoren een zware dobber.

Maar wat doen jonge mensen, die volop toekomstplannen maken in deze sector en studeren als cultuureducator of leerkracht in het artistieke onderwijs, waar ze creatievelingen en artiesten warm moeten maken voor een creatieve loopbaan? Hoe kunnen zij, ondanks alles, toch blijven geloven in de waarde van cultuur en schoonheid?

Schoonheid is een kunst

Afgelopen najaar werd ik gecontacteerd door vier studenten van de Arteveldehogeschool die werkten aan een onderzoek voor hun paper. Al snel werd duidelijk dat zij zich door deze crisis niet in een hoekje laten duwen en gedreven op zoek gaan naar de waarde van schoonheid. Ze onderzochten voor hun bachelor in het Secundair Onderwijs – Project Kunstvakken – de vraag: “Hoe kan een verhaal/context een object/(kunst)werk mooi maken of een gevoel oproepen bij de toeschouwer?” Hier werd dieper ingegaan op schoonheid en in het bijzonder op het gevoel hierbij.

In een TED TALK van 2011 legt Richard Seymour, een Brits industrieel designer, uit hoe je op verschillende manieren naar schoonheid kan kijken of kan voelen. Door de context bij een ‘banale’ tekening te vermelden, krijgt het plots een andere betekenis. Hieruit kan je afleiden dat een context een object/(kunst)werk mooier kan maken.

TED TALK op YouTube – Richard Seymour: How beauty feels

Beauty is in the eye of the beholder

Wat als schoon aanzien wordt is dus afhankelijk van de context en het verhaal dat iemand eraan geeft. Maar ook de waarnemer of kijker is de laatste beoordelaar die een werk kan zien als mooi of niet.

Verschillende filosofen gaven daar hun eigen theorie aan. Immanuel Kant, een Duits filosoof uit de 18e eeuw zei dat er altijd een belang is bij iets mooi te vinden, zoals het gevoel van behagen als we aan een object denken (esthetisch oordeel). Dat is natuurlijk afhankelijk van de voorkeuren en ervaringen van de toeschouwer. Niet iedereen krijgt hetzelfde gevoel bij het zien van een object/(kunst)werk. Daartegenover staat het kennisoordeel, dat gaat over de daadwerkelijke eigenschappen van het object/(kunst)werk.

David Hume, een Schots filosoof van dezelfde tijdsperiode, het best gekend voor zijn zeer invloedrijk systeem van filosofisch scepticisme en naturalisme, zei dat schoonheid geen kenmerk van het object zelf is, maar door de ogen van de waarnemer zijn bestaansrecht krijgt. Een object/(kunst)werk esthetisch beoordelen is belangeloos en door de context die achteraf gegeven wordt bij een bepaald object/(kunst)werk kan het perspectief plots veranderen.

©Foto Misflits – Schoonheid kan zich soms in een klein hoekje schuilhouden
©Foto Misflits – Een object met context – Toiletpapier in tijden van Corona

Volgens Roger Scruton, een Engels conservatief filosoof, die vorig jaar overleed, is schoonheid altijd afhankelijk van de ervaring die de toeschouwer krijgt of van de ervaring die de toeschouwer zich herinnert.

Er kan geconcludeerd worden dat een context of verhaal een object/(kunst)werk mooi kan maken of een gevoel kan oproepen.

Bekijk een werk zonder de achterliggende waarde of historie erachter te ontdekken. Bekijk het werk nogmaals, deze keer met die extra informatie. Heeft de informatie meer schoonheid in het werk gelegd? De vier studenten roepen op om zelf op onderzoek te gaan en dit voor jezelf te bepalen, want at the end of the day zit ‘Beauty in the eye of the beholder’.

Een kort stukje uit het interview dat ze met me deden over schoonheid, de context, algemeen en binnen mijn vakgebied ‘schrijven’

Artikel: Sofia Van Nuffel

Foto’s: Misflits

Studenten die dit vraagstuk onderzochten: Debeuf Jana, Priem Jana, Simons Cassandra & Van Brussel Lies.

Wil je meer van dergelijke artikels lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder financiële ondersteuning. Draag bij aan ons werk.

Naar de website

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Waarom we soms liever niet weten

INTERVIEW | 4 min. read

Naar de website

Het interview vertrekt van een quote van Simone de Beauvoir, een Franse filosoof en feminist: ‘De grootste plaag van de mensheid is niet onwetendheid, maar de weigering om te weten.’(Origineel – Le principal fléau de l’humanité n’est pas l’ignorance, mais le refus de savoir ) en plaatsen we binnen de huidige tijdsgeest.

Waarom zijn we als mens zo hardleers en moet er eerst een bom ontploffen voor we enige voet uit onze comfortzone zetten om actie te ondernemen en empathie te kunnen voelen voor onze medemens? Waarom kiezen mensen ervoor om zich af te sluiten voor wat er zich voor hen afspeelt, terwijl er binnen de samenleving ook een grote dorst is naar waarheid en solidariteit. Is het vanuit een gebrek aan empathie, laksheid of een gevoel van onvermogen? Is er een logische verklaring voor liever niet te willen weten?

We vroegen het aan Larissa Steenhaut, master in de klinische psychologie en psychotherapeute met praktijkervaring in menselijk gedrag en trauma.

©Foto Oscar Keys UnsplashWoman covered with blindfold

Je bent klinisch psycholoog, maar ook traumatherapeute. Kan je dat even kaderen?

“Momenteel werk ik in een instelling waar ik jongeren met gedrags –en emotionele moeilijkheden ondersteun. Daar ben ik gekoppeld aan twee leefgroepen van meisjes tussen 12 en 18 jaar. Een groot deel van hen werd in deze instelling geplaatst door de jeugdrechter omwille van een verontrustende thuissituatie. Daarnaast werk ik als psychotherapeute en EMDR-therapeute in een privépraktijk voor zowel jongeren als volwassenen. In beide settings werk ik vooral rond trauma. Specifiek aan traumatherapie is dat dit uit drie fasen bestaat; de stabilisatiefase – brengt focus op het hier en nu, het versterken van de resources en het veiligheidsgevoel, de verwerkingsfase – confrontatie met het trauma, en de integratiefase – traumatische ervaringen een plaats geven binnen het dagelijkse leven.”

Komen er in deze tijd meer trauma’s bij?

“In de praktijk krijgen we in elk geval wel meer aanmeldingen. Mensen die een trauma hebben opgelopen, leven meestal voor een groot stuk in het verleden. Dit komt onder andere door flashbacks, nachtmerries en herbelevingen die zich blijven opdringen. Mensen die iets ergs hebben meegemaakt, gaan dit in eerste instantie zelf trachten een plaats te geven door zich te focussen op dingen die buiten henzelf liggen. Door de Corona crisis is er veel afleiding weggevallen, waardoor er heel wat problemen naar boven kunnen komen. Op het moment dat men het gevoel heeft dat men het niet meer alleen aankan, gaat men dus makkelijker een afspraak maken. Wat ik vooral in mijn praktijk ervaar, is intra-familiaal geweld; dat is geweld tussen volwassenen waarbij het kind of de jongere dan ook getuige of slachtoffer is. Childfocus heeft 125% meer dossiers opgestart, waarbij de seksuele integriteit van jonge kinderen aangetast werd. Ook dat is een probleem dat meer en meer voorkomt. ”

Komen problemen meer aan het licht doordat mensen gedwongen worden door de lockdown meer ‘naar binnen’ te gaan?

“Mensen worden prikkelbaarder en door de maatregelen wordt hen de controle afgenomen, hetgeen zorgt voor een groter gevoel van machteloosheid. Dat kan ook een voedingsbodem voor depressie zijn. We halen onze energie wel vaak uit sociale contacten en onze interesses of hobby’s. Veel mensen blijven ook gewoon goed verder doen, maar Corona heeft het iedereen zoveel moeilijker gemaakt. Toch merkte ik op dat er ook heel wat mensen met trauma zijn die eigenlijk wel tot rust kwamen toen alles stil viel. Dit heeft te maken met de sociale druk die wegviel om steeds te moeten meedoen. Hierdoor moesten ze naar de buitenwereld geen masker meer opzetten. Dit gegeven is vaak eerder een geruststelling, omdat ze dan minder geconfronteerd werden met de belemmerende effecten van het trauma. Terwijl er anders meer een gevoel van eenzaamheid en onbegrip leefde, valt dit sommigen minder zwaar, omdat iedereen het nu op zijn manier moeilijk heeft.”

© Quote van Simone de Beauvoir  –  Franse filosoof en feminist (1908-1986) 

De quote van Simone de Beauvoir is tijdloos. Mensen willen soms bepaalde dingen liever niet weten. Hoe zou dat komen volgens jou?

“Vaak willen mensen de waarheid niet onder ogen zien, omdat het te moeilijk of te zwaar is, of dat het teveel van hen vraagt. Er is angst dat deze waarheid hen zou kunnen schaden. Sommige mensen blokken het af, omdat ze bang zijn om in te storten. Het bewust dragen van oogkleppen laat negativiteit niet toe, op deze manier beschermen ze zichzelf. Als we als mens bang zijn dat er iets ergs zou kunnen gebeuren, gaan we situaties liever vermijden. Uit de praktijk zien we nochtans wel dat meer te weten komen over die angst eigenlijk net de spanningen kan doen zakken. Wanneer je dan de dingen zelf gaat invullen, wordt het op termijn vaak destructiever.”

“Als psychotherapeut en psycholoog werken we heel vaak rond angsten en trachten we cliënten zich zo veilig mogelijk te laten voelen. Ik merk in de praktijk wel dat wanneer je in de buurt komt van een moeilijkheid of trauma mensen zich makkelijk gaan afsluiten. Je ziet hen dan dissociëren (zichzelf psychisch gedeeltelijk afscheiden van wat er met hen of om hen heen gebeurt). Dat is iets wat ze tijdens het trauma of moeilijke situatie hebben moeten doen om te kunnen blijven functioneren. We pakken dit proces steeds heel geleidelijk en respectvol aan. Het geven van psycho-educatie over trauma,  het opbouwen van een vertrouwensrelatie en het installeren van veiligheid spelen hierbij een essentiële rol. Ik merk dat als mensen zich bewust worden dat hun reacties juist normale reacties zijn op abnormale gebeurtenissen, dit toch vaak rust kan brengen.”

Als je rondkijkt zie je meer en meer psychische problemen, welke leeftijdsgroep treft dit het meest?

“Ik merk dat er zich veel jongeren en tieners aanmelden die worstelen met depressiviteit, slecht slapen en zelfmoordgedachten. Het is ook normaal dat het vooral die leeftijdsgroep treft, omdat zij volop in ontwikkeling zijn en door de vele maatregelen worden belemmerd. Zonder connectie met bijvoorbeeld leeftijdsgenoten ervaren ze een leegte en het voortdurend veranderen van wat mag en niet mag heeft daar ook een belangrijke invloed op. Je merkt ook vaak chaos in hun hoofd. Hoewel de pandemie voor niemand een fijne ervaring is, zijn het vooral de jongere mensen die nog niet de manieren hebben gevonden om er mee om te gaan, volwassenen slagen hier meestal wat beter in. Jongeren zouden nu het meeste moeten kunnen terugvallen op hun gezin, maar waar de thuissituatie niet goed loopt door bijvoorbeeld agressie of misbruik, kan dit wel problematische gevolgen hebben. Die beschermende factor is hier heel belangrijk.”

Hoe komt het dat mensen zich toch liever isoleren en terugtrekken in de comfortzone dan zich solidair op te stellen om zelf een bijdrage te leveren. Is het gebrek aan empathie, laksheid of een gevoel van onvermogen?

“Het is moeilijker om na te denken over anderen, wanneer je je zelf niet goed in je vel voelt. Als je zelf het gevoel hebt dat je een slachtoffer bent, is het moeilijk om empathie te tonen voor anderen en iets te ondernemen. De media speelt daar een hele grote rol in. De angst die via dat kanaal verspreid wordt, werkt vaak verlammend. Het feit dat je geen controle hebt over heel de situatie, geeft het gevoel dat je niets kan doen en gewoon alles moet ondergaan. De media betrekt mensen vooral bij wat er niet wordt gedaan, maar de nadruk zou, volgens mij, meer moeten liggen op de goede zaken die kunnen voortkomen uit solidariteit. Maatregelen die steeds verstrengd worden, werken heel demotiverend en het wordt heel lastig als je voelt dat je meer geeft dan krijgt; mensen gaan zich er bijgevolg ook naar gedragen. Het samenwerken en iets bijdragen moet meer beloond worden en positief in de verf gezet worden. We mogen ook niet onderschatten wat angst doet met mensen. Het is bewezen dat angst de intellectuele capaciteit minimaliseert. Angst sluit hogere breinregio’s af (zoals plannen, creativiteit, het inschatten van lange termijn gevolgen), waardoor mensen ook niet meer kunnen redeneren op hun maximale capaciteit. Dus het feit dat mensen vooral binnen eigen huis, tuin en keuken gaan kijken, heeft hiermee te maken. Op deze manier kan men ook niet kijken naar wat goed is voor iedereen en gaat men zich minder solidair opstellen.”

‘We hebben nood aan een empathie-pandemie’

“Empathie is iets dat aan de basis ligt voor alles wat goed is in de maatschappij en deze laat functioneren; vertrouwen, altruïsme, liefde, goede doelen, hebben allemaal te maken met empathie. Het feit dat mensen minder empathisch worden ligt aan de basis van veel problemen; zoals sociale problemen, misdaad, racisme, kindermisbruik. Het is heel belangrijk om bij stil te staan en je ook eens te verplaatsen in de situatie van iemand anders. Niet makkelijk, want wat goed is voor de groep is niet altijd goed voor het individu. We moeten veel opofferen voor een ander, maar als mensen dan zien dat anderen zich daar niet aan houden, krijg je natuurlijk veel weerstand. Als we samenwerken komen we verder, momenteel is het jammer genoeg nog meer ieder voor zich. Empathie is nochtans noodzakelijk om te kunnen groeien als samenleving.”

Praktische tips van Larissa om makkelijker door deze periode heen te geraken:

 

1. Het is essentieel om een gevoel van controle te hebben over de kleine dingen en de focus te verleggen naar wat je wél kan doen en waar je wél controle over hebt, hoe klein die dingen ook zijn. Het gaat je helaas niet gelukkig maken als je enkel kijkt naar wat je wordt afgenomen, dat gaat het machteloze gevoel alleen maar vergroten.

2. Je kan overwegen om eens iets anders te gaan doen dan wat je gewend bent en zo je sleur doorbreken. Ook buiten komen is belangrijk en je niet opsluiten is essentieel. Buitenlucht en in de natuur gaan in tijden van lockdown kan wonderen doen.

3. Het DELEN van smart. In contact blijven met elkaar, maar dan niet op een oppervlakkige manier. Eens meer vragen ‘ hoe gaat het nu écht met jou?’ Mensen trekken zo snel conclusies over anderen zonder te kijken wat erachter zit. Dus regelmatig de ‘happy face’ eens afzetten en dit ook delen met mensen die je vertrouwt. Het kan weer een nieuwe connectie brengen wanneer je ook eens met elkaar deelt wat minder goed gaat. Het kan een opluchting zijn als je beseft dat ook anderen zich niet altijd goed voelen. Je veroordeelt jezelf daardoor dan minder streng en dan denk je minder dat er iets mis is met jou.

4. Een boekje aanleggen waarin je dagelijks 3 dingen opschrijft die goed zijn. Het vraagt een actie van de mens om zich te verzetten tegen negatief denken. Voor het slapen over die positieve dingen nadenken, kan de oogkleppen afdoen en een frisse blik geven.

5. BOEKTIP voor inspiratie: ‘Born for love’ van Bruce Perry en Maia Szalavits is een eye opener en aanrader voor deze tijdsgeest. Het verklaart veel over het gedrag van mensen en helpt om situaties op een andere manier te bekijken.

Wil je meer van dergelijke interviews lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning. Vond je het leuk en interessant, draag bij aan ons werk.

Naar de website

Watersnood in Vlaams-Brabant Deel 2

ONDERZOEK | 8 min. read

Toen inwoners uit Vlaams-Brabantse gemeenten op 20 mei 2020 de individuele waterkraan moesten dichtdraaien, bleek dat water op andere plaatsen in hun gemeente vrijelijk kon wegvloeien. Aanzienlijke verschillen in het waterbeheer duiden erop dat gelijkschakeling van het waterbeleid en handhaving dringend nodig zijn.

©Foto Louis Lammertyn

Tijdens de waterschaarste van afgelopen voorjaar kwamen tegenstrijdigheden in het gemeentelijke waterbeheer duidelijk naar de oppervlakte. De droge kranen en extra strenge droogtemaatregelen waren bij de overheid de doorslag om het Vlaamse waterbeleid onder de loep te nemen en werk te maken van structurele plannen.

Bewuster omgaan met water

Verzuchtingen van de burger

Inwoners van verschillende Vlaams-Brabantse gemeenten delen op sociale media volop hun onbegrip bij het waterbeheer binnen de eigen gemeente. Meestal gaat dit over bemalingswater (water opgepompt bij bouwwerven om een project bouwklaar te maken) dat rechtstreeks in de riolering wordt geloosd, maar ook over het besproeien van gemeentelijke sportvelden, grasvelden en té groene voortuinen tijdens perioden van droogte. Deze frustraties worden alleen maar groter wanneer strenge droogtemaatregelen worden opgelegd. Er lijkt weinig actie te komen en nog minder controle op overtredingen. Het vertrouwen in de eigen gemeente lijkt op zo’n moment helemaal zoek.

Begin juni 2020 verscheen in de pers dat inwoners uit Sint-Amandsberg (Gent) het beu waren dat er zoveel werfwater wegstroomde in de riool. Burgers hebben toen zelf een tankwagen gehuurd en duizenden liters water gered en verdeeld. Ook in Merchtem (Vlaams-Brabant) voelden buurtbewoners zich geroepen om zelf het heft in handen te nemen bij het ondergaan van deze waterverspilling. Het besef van de waarde van water begint op dergelijke momenten pas echt door te dringen.

1.Foto van een inwoner uit Merchtem op social media op 30 mei 2020 – Waterbron bemalingswater ter beschikking gesteld door en voor buurtbewoners
3.Foto van een inwoner uit Merchtem op social media op 31 mei 2020 – De vaten worden groter
2.Foto van een inwoner uit Merchtem op social media op 31 mei- Buurtbewoners vangen opgepompt werfwater op in lege bidons
4.Foto van een inwoner uit Merchtem op social media op 3 juni – De eerste tankwagen van de gemeente gesignaleerd

België behoort volgens de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) tot de slechtste landen wat betreft de balans tussen waterbevoorrading en de vraag naar water. Ze verzamelen data van Europese lidstaten die deze gegevens gebruikt om de belangrijkste trends in de lidstaten te analyseren. De laatst gepubliceerde gegevens bij OESO voor België hebben betrekking op 2013 of het laatste beschikbare jaar. Gegevens van vóór 2009 zijn niet in aanmerking genomen. Hieronder zie je dat het OESO gemiddelde (groene balk) 9.8% is, terwijl het voor België 31% (rode balk) is. We gebruiken dus een aanzienlijk aandeel van de beschikbare waterhoeveelheden. Spanje (33.6%) en Israël (50.2%) scoren nog hoger.

Bron: OESO – Zoetwateronttrekkingen en zoetwatervoorraden. De intensiteit van het gebruik van zoetwaterbronnen (of waterstress) heeft betrekking op de bruto-onttrekkingen van zoet water aan grond- of oppervlaktewateren, uitgedrukt in % van de totale beschikbare hernieuwbare zoetwaterbronnen (inclusief de instroom van water uit buurlanden)

België heeft maar een beperkte waterbeschikbaarheid per inwoner omwille van hoge bevolkingsdichtheid, hoog gebruik voor de industrie, intense landbouw en veeteelt. Zoals je hieronder kan zien is de waarde voor België 65.4 m³ (rode balk), en het OESO gemiddelde 116.2 m³ (groene balk). Landen die nog lager scoren zijn: Estland, Polen , Slovakije, Tsjechië, Hongarije, Duitsland en Denemarken.

Bron: OESO – De zoetwateronttrekking voor de openbare voorziening wordt uitgedrukt in kubieke meter per hoofd (capita) van de bevolking per jaar

Heel wat burgers, veelal groene initiatieven en gemeenteraadsleden die sterk begaan zijn met de waterproblematiek kaarten het al langer aan. Het waterbeleid staat in veel gemeenten nog ver achterop.

Ook experts slaan voor deze problematiek al langer op tafel. Het lijkt haast onwerkelijk, omdat België toch meestal aanzien wordt als een land waar het veel regent en overstroomt. Maar de hele waterkringloop zit complex in elkaar en vraagt op vele fronten grondige bijsturing. ‘Toen afgelopen voorjaar enkele dagen geen water uit de kraan kwam in Overijse, is de bom ontploft’, zegt Marijke Huysmans, Hoogleraar grondwaterhydrologie bij de VUB. ‘Ik krijg regelmatig berichten en mails van gemeenten en burgers die vragen hoe en wat ze nu al kunnen doen. Er is vanuit gemeenten en burgers wel vraag naar duidelijke handvaten. Bij deze complexe materie gaat het vaak eerder over onwetendheid dan over slechte wil.’

Hieronder zoomen we beknopt in op enkele Vlaams-Brabantse gemeenten die gemene delers en verschillen tonen in aanpak. Niet alle gemeenten die voor dit onderzoek werden benaderd hebben gereageerd. Via gemeenteraadsverslagen die openbaar te raadplegen zijn via de website van je eigen gemeente, kan je zelf heel wat informatie over de stand van zaken rond dit thema terugvinden.

Aanpak hangt af van prioriteiten gemeente

Meldingen en klachten omtrent waterbeheer gericht aan de gemeente, worden meestal wel besproken op een gemeenteraad, maar concrete actie en terugkoppeling wordt niet altijd ondernomen. Terwijl sommige gemeenten er al langer aandacht aan geven, zijn andere gemeenten nog niet begonnen aan de opmaak van een droogte -of hemelwaterplan (brengt de situatie in kaart van wat men doet met het hemelwater en de aanpak bij droogte). Sommige gemeenten wachten ook liever op structurele richtlijnen van hogere hand.

Naar aanleiding van wat er zich afspeelde in Vlaams-Brabant zag je op gemeenteraden van eind mei of eind juni 2020 dat de droogte vaak last-minute als extra agendapunt werd toegevoegd. Dit werd dan in de meeste gevallen besproken binnen het kader van aanpassingen van het reglement rond bemalingswater bij het uitreiken van bouwvergunningen, omdat hierover de meeste klachten kwamen.

De gemeente Overijse, die ook aandeelhouder van De Watergroep is en vorige lente een van de ergst getroffen gemeenten was van de wateronderbrekingen, beschikt over een snel werkend crisisplan bij watersnood (zie deel 1). Zij zouden voor een deel van de gemeente reeds over een basishemelwaterplan beschikken. Zij hebben verschillende waterstations die vernieuwd moeten worden en werken momenteel aan een gloednieuw waterproductiecentrum op een zeer hoge locatie, hetgeen technisch gezien ideaal gelegen is.

Zemst was de tweede gemeente die beschikte over een hemelwaterplan. Er komt nu een tweede hemelwaterplan aan waarbij klimaatadaptatie centraal staat. De waterbemalingsregels werden ook aangepast. Verder hebben ze concrete onthardingsplannen op verschillende vlakken en een bomenplan en zijn bezig met een gebiedsvisie Open Ruimte in Zemst (ORIZ) dat met groen en blauw in de gemeente bezig is.

Een gemeente is dikwijls verblind door de kleur van de eigen bril waardoor men kijkt en denkt teveel op korte termijn

Fred Van Santfoort

Grimbergen nam het verbruik van grond -en leidingwater in zijn gemeenteraad van 28 mei op in het kader van het onderhoud van zijn voetbalterreinen. Een aantal buurtbewoners meldden op 4 mei via een brief dat in maart en april gedurende verschillende weken volop grondwater opgepompt werd ter besproeiing van de voetbalvelden in Humbeek. Het gemeentebestuur ging hiermee in overtreding met wat Vlaams Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Koen Van Den Heuvel in 2019 op vraag van buurtbewoners eerder had meegedeeld: “Iedereen die grondwater oppompt, dient over een omgevingsvergunning te beschikken. De enige uitzonderingen zijn voor huishoudelijk gebruik van maximum 500 m³ per jaar en voor handpompen.” Voor KFC BorgtHumbeek was er geen grondwater-vergunning gekend voor de velden aan de Nachtegaallaan. Dit oppompen werd pas op 15 april stopgezet na herhaaldelijke vraag. Er werd toen overgeschakeld naar leidingwater via een standpijp voor het vullen van buffervaten om het pas ingezaaide hoofdveld te kunnen vrijwaren. Tussen 15 april en 13 mei kwam een 1.500 m³ water (1.500.000 liter) kostbaar drinkwater op de groene grasvelden terecht. Voor het leidingwaterverbruik op de andere voetbalvelden had men geen cijfers, maar samengeteld zou in die periode hiervoor een grote hoeveelheid leidingwater zijn verbruikt. De geloofwaardigheid om de weken daaropvolgend bij de burger beperkende maatregelen op te leggen bij het watergebruik kreeg een flinke knauw. Via openbaarheid van bestuur kregen we hierop de volgende uitleg:

‘Door het vervroegd stopzetten van de voetbalcompetitie in maart 2020, werd er door de gemeente proactief gehandeld en werden de voetbalvelden al begin april bezaaid. Normaal is dit pas half mei en mag men de velden niet betreden tot half juli. In april was de temperatuur sterk gestegen, was er veel zonlicht en schrale wind. Door de aanhoudende droogte moesten de velden beregend worden om de kiemende zaadjes en investeringen niet verloren te laten gaan. Na 3 weken waren de zaden jonge grasplantjes geworden en kon de frequentie van het beregenen verminderd worden. Naar aanleiding van een Collegebeslissing van 4 mei 2020 werd er dan een afsprakennota opgesteld betreffende het sproeien van voetbalterreinen.’

De gemeente liet ook weten dat zij momenteel wel bezig zijn met de opmaak van een nieuw klimaatplan. Dit plan zou een luik bevatten over klimaatadaptatie met onder andere; risico- en kwetsbaarheidsanalyse, prioritering en een voorstel van maatregelen. De gemeente werkt hiervoor samen met ZES en Sumaqua. Dit volledige proces is participatief met de bedoeling om zoveel mogelijk betrokken actoren maximaal te informeren over deze problematiek, dus ook hun inwoners. Ook bronbemaling en hergebruik van grondwater zou hierin worden opgenomen. De dienst vergunningen legt in afwachting van de Vlaamse wetgeving wel reeds infiltratie en hergebruik op waar dat mogelijk is.

Volgens het gemeenteraadsverslag van 25 juni van Steenokkerzeel zouden er ook meldingen geweest zijn van het besproeien van voetbalvelden met grondwater. ‘De voetbalclubs werden gecontacteerd en werden gewezen op de voorwaarden in hun vergunning met betrekking tot het gebruik van grondwater, alsook op de besluiten van de gouverneur’, meldt Annelien Symons, afdelingshoofd grondgebiedzaken. Een nieuw reglement rond waterbemaling ging in de gemeente in voegen op 1 juli 2020. Het aantal bemalingsaanvragen zou over het algemeen beperkt zijn.

Kampenhout, die rond bronbemaling al een reglement had, heeft deze bij de droogtemaatregelen onmiddellijk verstrengd; retourbemaling (opgepompt grondwater dat in de nabijheid weer in de bodem wordt teruggebracht) waar mogelijk, een extra buffer van 10.000 liter in plaats van minimum 1000 liter voorzien, werken met een sonde-gestuurde bemaling (apparaat dat ervoor zorgt dat de pomp alleen maar werkt als het nodig is) geldend gedurende de meest droogtegevoelige periode (april tot en met september).

Water is geen verworvenheid die gegeven is voor een eeuwigheid

Schepen Vilvoorde

In Vilvoorde was er tijdens de droogte actieve vraag om bemalingswater te kunnen gebruiken. Het bleek niet zo makkelijk om dit praktisch te kunnen opnemen in de vergunning en het water ter beschikking te stellen. Uiteindelijk waren er twee werven waar men water kon nemen. ‘We hebben het toen niet aan de grote klok willen hangen, omdat wij in onze industriestad met het bijkomend probleem zitten van vervuild grondwater door de zware industrie van vroeger’, zegt Barbara de Bakker (Groen), Schepen van mobiliteit, ruimtelijke ordening, natuur en milieu. Naar de volgende zomer toe willen zij de voorwaarden van oppompen van grondwater aanscherpen. ‘Zo zal de bouwheer verplicht worden een staalafname van het water te laten analyseren. Dit zou dan mee moeten worden opgenomen in de vergunningsvoorwaarden.’

©Foto Barbara de Bakker – Vilvoorde maakt gebruik van water uit het bufferbekken tijdens de droogte. Hiervan kon onder andere de groendienst gebruik maken, omdat zij als bedrijf geen gebruik mogen maken van bemalingswater. De VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) heeft de gemeente hiervoor zelf gecontacteerd en toegang geboden zolang het nodig was en de watertafel het toeliet

De gemeente Opwijk heeft dan weer wél gebruik kunnen maken van opgepompt werfwater voor zijn groendienst. Dit werd bekomen onder druk van INZET , een lokaal en niet-partijgebonden initiatief. Op één plaats heeft men een groot vat gezet waar de buren water konden komen halen (vanuit het bouwproject zelf), maar dit systematisch doen zag de gemeente niet direct mogelijk. De beslissing om een droogteplan op te maken werd, ondanks dat het al een aantal keer op de agenda gebracht werd, uitgesteld tot na de zomer. ‘We dachten dat we daar, na overleg met de landbouwraad, middenstandsraad en andere organisaties om zuiniger om te gaan met water, onmiddellijk al mee zouden kunnen starten. We zagen niet in waarom we zouden moeten wachten‘, zegt Bert De Wel van de oppositiepartij Groen en gemeenteraadslid. De gemeente is voor het opstellen van droogteplannen liever zeker, met duidelijke richtlijnen van de overheid. ‘Aangezien burgemeester Inez De Coninck (n-va) in het Vlaams parlement zit, kan ze wel goed opvolgen wat er vanuit het Vlaamse gewest precies gevraagd zal worden‘, zegt De Wel nog.

Gemeenten blijken traag, wat dit soort problemen betreft, en waterhuishouding staat vaak helemaal achteraan op de agenda. ‘Een gemeente is dikwijls verblind door de kleur van de eigen bril waardoor men kijkt en denkt teveel op korte termijn’, zegt Fred Van Santfoort, bestuurder bij Noordlicht (een burgercoöperatie die werkt aan klimaatproblematiek). ‘Op sommige plaatsen wordt er eindelijk aan gedacht om water mee op te nemen in het luik adaptatie binnen de klimaatactieplannen, maar dan gaat het vaak over verkoeling brengen in de openbare ruimte. Belangrijke punten zoals ontharden, regenwater infiltreren in plaats van afvoeren, regenwater hergebruiken, bemalingswater op bouwwerven nuttig gebruiken kregen bij de meeste gemeenten nooit echt de aandacht die nodig is.

Wachten op de overheid

De technische dienst van de gemeente Meise is recent gestart met de opmaak van een hemelwaterplan. ‘Wij verwachten van de overheid wel meer inhoudelijke verduidelijking rond hemelwaterplannen en droogteplannen en voorbeelden van lastenboeken. Daarnaast zouden we graag een aanpassing zien in het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunnning ( Vlarem II), zodat niet alle gemeenten initiatieven moeten nemen om strengere voorwaarden op te leggen aan bronbemalingen’, zegt Leo vander Kerken, hoofd van de milieudienst. Ook de Provincie zou volgens hem initiatieven kunnen nemen in de richting van standaardteksten en goede voorbeelden, zoals een keuzelijst van mogelijke bijzondere voorwaarden waaruit in functie van de situatie dan gekozen kan worden.

In Hoeilaart hebben ze bij de laatste bemalingsprojecten het opgepompte water aangeboden aan de bewoners. Er is toen massaal water afgehaald aan de pompinstallatie. ‘We zorgen ervoor dat bemalingswater, indien geloosd, terecht komt in onze beken en niet in onze riolering. Een techniek zoals retourbemaling is niet altijd mogelijk in gebieden met een zeer hoge grondwaterstand, zoals in Hoeilaart in de vallei het geval is’, zegt Marc vanderlinden, Schepen van Infrastructuurprojecten, Wonen, Patrimonium en Begraafplaatsen. Hoeilaart heeft zijn eigen waterwinning en draait dus op zijn eentje. De oplossing is om noodverbindingen te hebben met buurgemeenten die kunnen opengezet worden bij problemen. Zij hebben momenteel twee kleine verbindingen met de watertoren van Jezus-Eik en de watertoren van Maleizen. Er dienen verdere investeringen uitgevoerd te worden om de verbindingen tussen de verschillende watertorens beter te maken. ‘De overheid zou de kosten van de waterfactuur laag moeten houden, zodat de nodige investeringen terwijl kunnen plaatsvinden’, zegt de Schepen nog.

©Foto Louis Lammertyn – Watertoren Witherendreef Jezus-Eik

Hemelwaterplannen en droogteplannen

In het antwoord op een parlementaire vraag van 3 juni 2020 werd duidelijk dat van de 300 Vlaamse gemeenten slechts 22 gemeenten een hemelwaterplan hadden, de meeste recente cijfers waarover de VMM toen beschikte. Op dit moment zouden er volgens de VMM 71 gemeenten de opmaak van een HWDP (hemelwater -en droogteplan) hebben aangevat of gefinaliseerd. De volgende bevraging naar de stand van zaken van opmaak van een basis -en detailhemelwaterplan zou starten op 21 april. ‘Dat sommige besturen geen hemelwaterplan hebben geeft weer hoe laag het thema water/droogte op de agenda stond. Dit toont aan dat de aanpak van de structurele droogteproblematiek waarmee Vlaanderen kampt en waar de Minister via de Blue Deal volop werk van maakt hard nodig is‘, zegt de woordvoerder van het Kabinet Zuhal Demir.

De overheid maakt op dit moment volop werk van een stevig waterbeleid. Met haar Blue Deal zal dit impact hebben op alle spelers die hierin belangrijk zijn: industrie, landbouwers, bouwsector, lokale overheden, maar ook u en ik, als gewone watergebruikers. Deze plannen moeten op heel veel lagen en niveaus in onze samenleving doorsijpelen en dat vraagt tijd, net zoals bij water. ‘Tegen 2024 zullen lokale overheden verplicht worden om hemelwaterplannen -en droogteplannen (HWDP) op te maken’, voegt de woordvoerder toe.

Een bezorgdheid van gemeenten is de kostprijs die hieraan vasthangt. Dit gaat het lokaal bestuursniveau extra geld kosten, zonder dat daar onmiddellijk een rechtstreekse financiële opbrengst voor dit bestuursniveau tegenover staat.

Toegang tot watergerelateerde subsidies zal vanaf 2024 worden gekoppeld aan het beschikken over een dergelijk plan.
Binnen de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) is een project opgestart dat uitvoering zal geven aan deze opdracht. Dit project heeft volgende outputs: De opmaak van een blauwdruk voor een hemelwater -en droogteplan;
de opmaak van een goedkeuringsprocedure voor de vaststelling van een hemel-water -en droogteplan; aanpassen van de wetgeving zodat het ontvangen van watergerelateerde subsidies afhankelijk wordt gemaakt van een hemelwater- en droogteplan en de opmaak van een voorstel tot subsidieregeling voor acties uit de hemelwater- en droogteplannen.

Bron: Rapport CIW Methodiek – Hemelwaterplannen 2017 – Overzicht hemelwaterplan, detailwaterplan, uitvoeringsplan. Er gaat heel wat planningswerk vooraf aan de uitvoering.

De Provincie ondersteunt de opmaak van het hemelwaterplannen wel al sinds 1 januari 2017. In het persbericht van 15 februari van de provincie Vlaams-Brabant stond dat de gemeente Kortenberg een provinciale toelage kreeg van 20.712 euro voor het opstellen van een hemelwaterplan. De gemeente Kortenberg is al de vijfde gemeente in Vlaams-Brabant die de subsidie aanvraagt. Herent, Zemst, Kortenaken en Leuven ontvingen al langer subsidie voor een afgewerkt hemelwaterplan. De subsidie bedraagt (eenmalig) €6/ha plangebied, met een maximum van 90% van de werkelijke studiekost voor de opmaak van (minstens) een (basis)hemelwaterplan. De Provincie meldt dat er op dit ogenblik een 25-tal andere gemeenten bezig zijn met de opmaak van een hemelwaterplan. Vier hiervan zullen binnenkort een subsidieaanvraag indienen. ‘Wie de uitvoering van de acties uit de hemelwaterplannen financiert, hangt af van het type actie en wie ervoor verantwoordelijk is. Elke actiehouder is zelf verantwoordelijk om hierin prioriteiten te stellen en de nodige budgetten te voorzien’, aldus de beleidsadviseur van de Gouverneur.

Aan het opmaken van hemelwater -en droogteplannen gaat een grondige studie vooraf die heel wat tijd vraagt. Wanneer de overheid dit binnen 3 jaar zal verplichten, moet dat het gemeentelijke waterbeleid een grote sprong voorwaarts laten maken.

Vorig deel gemist?

Deel 1 | 26 februari, 2021 | vertelt wat er precies gebeurde in mei 2020 tijdens de strenge droogtemaatregelen en wat het aandeel van burgers en de watermaatschappij was in de week van Hemelvaart. Hier gaan we dieper in detail en antwoorden zoeken op vragen die burgers zich stellen.

Geraadpleegde bronnen: Marijke Huysmans - Hoogleraar grondwaterhydrologie VUB / Parlementaire documenten / Gemeenteraadsleden / Gemeenteraadsverslagen gemeenten / Lokale burgerinitiatieven / De burger.

Onderzoek en artikels : Sofia Van Nuffel

Foto’s: Louis Lammertyn, MyDS Myriam De Smet & burgers

Met bijzondere dank aan enkele wakkere burgers

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Ga naar overzicht onderzoek Watersnood in Vlaams-Brabant

Naar de website

Naar BEELD pagina

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Watersnood in Vlaams-Brabant Deel 1

ONDERZOEK | 6 min. read

Wat veroorzaakte de watersnood in Vlaams-Brabantse gemeenten in de week van 20 mei 2020? Waarom werden strenge droogtemaatregelen opgelegd? Welke rol speelden de watermaatschappij en inwoners hierin? En waarom lijken eindfacturen voor water steeds te stijgen? De burger verwacht een onberispelijke waterbevoorrading, maar de watersnood tijdens het afgelopen voorjaar toont aan dat dat niet zo vanzelfsprekend is.

©Foto Louis Lammertyn

Aanvankelijk werd op 20 mei 2020 een oproep gedaan om in 11 Vlaams-Brabantse gemeenten zuinig om te springen met water, maar al snel bleek dat de geïmpacteerde regio groter was en werd de oproep uitgebreid met drie gemeenten, waaronder Overijse, die het hardst getroffen werd met onderbrekingen in de drinkwatertoevoer. Op 22 mei heeft de provinciegouverneur een verbod uitgevaardigd op het niet-essentieel gebruik van drinkwater in 42 Vlaams-Brabantse gemeenten. De belangrijkste oorzaaken waren een combinatie van vroege droogte, piekverbruik, de lockdown, en een waterproductiecentrum dat niet over een volle capaciteit kon beschikken.

Samenloop van omstandigheden

Renovatiewerken waterproductiecentrum

Het waterproductiecentrum Geuzenhoek – Huldenberg werd in september 2019 uit dienst genomen en was het volledige jaar 2020 niet beschikbaar door grote renovatiewerken. Bij deze uitdienstname werden niet onmiddellijk vervangende voorzieningen genomen, omdat De Watergroep rekende op de indienstname van een grote waterlevering van water-link in Zemst, die gepland was tegen 1 juni 2020. De werken aan deze verbinding met water-link werden door de aannemer opgeschort omwille van Covid-19. Deze verbinding werd uiteindelijk eind september 2020 in dienst genomen. Zodra de aangepaste planning duidelijk werd, in april 2020, heeft De Watergroep voorbereidingen getroffen om zelf extra capaciteit (extra productieputten) in te zetten tegen juni 2020, maar deze was nog niet beschikbaar.

©Foto’s Louis Lammertyn – Huldenberg waterproductiecentrum in aanbouw

Op 17 mei was er onderbreking in de zones Lubbeek – Kumtich (Tienen), Duisburg (Tervuren) en Langdorp (Aarschot). Deze problemen konden opgevangen worden door herschakelingen in het net en aanpassingen van de pompsturingen. Op 18 mei waren de acute problemen verholpen, maar er dreigde een ernstigere crisis voor het reservoir van Meerbeek.

Het geproduceerde volume kon de verbruiken niet aan en het waterpeil daalde snel. Met blijvende verbruiksvolumes zou het reservoir leeg komen tijdens het lange Hemelvaart-weekend, waardoor de 11 gemeenten in het leveringsgebied Noord-West-Vlaams-Brabant potentieel zonder water zouden komen te zitten. Het betrof de gemeenten Kortenberg, Kampenhout, Steenokkerzeel, Vilvoorde, Zemst, Grimbergen, Meise, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel, Merchtem en Opwijk. Er werd toen beslist om het ter beschikking komen van de extra capaciteit te versnellen en waar mogelijk herschakelingen te doen om de druk op het reservoir van Meerbeek te verminderen. De opeenvolgende dagen van onvoorziene piekverbruiken zorgden ervoor dat over het hele gebied Mid-Oost een leegloop van reservoirs ontstond. De productiecapaciteit was ontoereikend om dit op te vangen. Er waren op dat moment geen verdere herschakelingen mogelijk zonder dat die elders nog grotere problemen zouden veroorzaken.

Bron: De Watergroep – Indeling kritisch gebied Mid-Oost 22 mei 2020. Rode Zone Acute bevoorradingsproblemen. Oranje zone kritische bevoorrading, maar niet acuut

In Tervuren, Hoeilaart, Aarschot (Rillaar, Langdorp) en Tienen (Kumtich) stelden zich lokale problemen waar enkele (voornamelijk hoger gelegen) huizen zonder water kwamen te zitten. Dit vertaalde zich in een 40-tal meldingen in de vier gemeenten samen. In Overijse waren er lokaal en tijdelijk onderbrekingen op 21 en 22 mei, samen goed voor een 250-tal meldingen.

Volgens Sven Willekens (Open vld), Schepen van openbare werken, infrastructuur en financiën en lokaal afgevaardigde van De Watergroep in Overijse, was heel de crisis in de gemeente een storm in een glas water. ‘We zijn heel laat verwittigd door De Watergroep. Wat er precies aan de hand was, is niet goed doorgestroomd tot bij het gemeentebestuur en hierdoor is een noodprocedure opgestart.‘ De crisiscel werd onmiddellijk ingezet zoals dat gebeurt bij een grote ramp; met politie, straten die worden afgezet, mensen die dringend uit vakantie moeten komen, 10.000 flessen water die worden besteld en inwoners die naar de brandweerkazerne komen voor een overlevingspakket. Hier werden er 82 afhalingen geregistreerd.

Uiteindelijk waren er in Overijse maar enkele straten die gedurende een namiddag of voormiddag geen water hadden. Schepen Willekens vertelt dat het een incident was waarvan er op jaarbasis een tiental zijn. ‘VRT en VTM zijn ter plaatse geweest. Zij hebben toen interviews gedaan aan een historische watertoren, die al 10 jaar niet meer werkt, met een persoon die toevallig naast die watertoren woont en dus niets te maken heeft met heel deze zaak. Ik begrijp wel dat nieuws gemaakt moet worden, maar dit was overdreven’, voegt de Schepen nog toe.

Achteraf kan je ermee lachen en zeggen dat het een goede test is geweest

Schepen Overijse

Het is niet de eerste keer dat een ernstig waterbevoorradingsprobleem in de streek zich voordoet. 15 jaar geleden, tussen 18 en 22 juni 2005 is er op één nacht 70 percent boven het daggemiddelde verbruikt. Via een parlementaire vraag werd toen gepolsd naar de oorzaken. Er was toen een lange periode van droogte voorafgaand aan dat weekend en een piekverbruik (te wijten aan gelijkaardige oorzaken door particulieren als afgelopen voorjaar). Men had geen harde bewijzen van extreem verbruik bij de agrarische sector. De waterproductie van de vier productiecentra in de regio was daar niet op voorzien. De opvolging van dit onderzoek is enkel nog terug te vinden in een papieren archief.

Het ging toen om bevoorradingsproblemen in het Hageland tussen Aarschot en Diest. ‘Door het hoge verbruik geraakten de reserves in de watertorens van Meensel-Kiezegem, Bekkevoort en Betekom en in de reservoirs van Houwaart en Zichem uitgeput. De bergings- en toevoercapaciteit in deze regio werd aansluitend uitgebouwd door het versterken van de toevoerleiding van Houwaart naar Meensel-Kiezegem, een nieuwe pompinstallatie in Houwaart en de bouw van een nieuwe watertoren in Meensel-Kiezegem die driemaal de capaciteit heeft van de oude watertoren’, vertelt de woordvoerder van De Watergroep.

Piekverbruiken

Vanaf zaterdag 16 mei 2020 waren er aanhoudend ongeziene piekverbruiken in Vlaanderen. Gedurende zes opeenvolgende dagen waren er in de waterproductiezone Mid-Oost (leveringsgebied Vlaams-Brabant ten noordoosten van Brussel) verbruiken die hoger lagen dan de piekcapaciteit. De capaciteit van de drinkwaterproductie plus leveringen bedraagt 140.345 m3 per dag.

Bron: De Watergroep – Dagen in 2019 en 2020 boven het verbruik van de maximale dagcapaciteit van 140.000 m3

Dit maximum werd in 2018 nooit overschreden, in 2019 werd dit vier keer beperkt overschreden. Vanaf 16 mei 2020 werd dit voor zes opeenvolgende dagen ruimschoots overschreden. Dit piekverbruik kwam ongezien vroeg op het jaar op een moment dat De Watergroep nog niet op volle productiecapaciteit zat.

Bron: De Watergroep – Evolutie drinkwaterverbruik Zone Mid-Ost 2020

Hieronder zie je de evolutie van het totaal huishoudelijk gebruik bij 14 Vlaams-Brabantse gemeenten van 2016 tot 2019. De stijging in een aantal gemeenten vanaf 2018 heeft te maken met het feit dat 11 gemeenten uit de Vlaamse Rand begin 2018 de overstap hebben gemaakt van I.W.V.B./Vivaqua naar De Watergroep. Sommige daarvan werden voorheen al gedeeltelijk door De Watergroep bevoorraad.

Bron: De Watergroep

Dit komt overeen met de globale trend in het waterverbruik: die is licht dalend door gebruik van alternatieve bronnen zoals regenwater en toestellen die minder water verbruiken. Parallel daarmee zien we wel alsmaar hogere piekverbruiken bij lange droge en warme periodes in de zomer (als de regenwaterputten leeg staan). Ookal werd de watercapaciteit sterk verhoogd, dan nog was het onvoldoende om gedurende meerdere opeenvolgende dagen piekverbruiken boven de 140.000 m3 met voldoende leveringszekerheid op te vangen.

Hoge waterfacturen: Lockdown en zwembaden

Een opmerking die burgers vaak maken, is de stijging van eindafrekeningen van de waterfactuur. Voor sommigen is de eindafrekening te complex om te begrijpen of om zelf te controleren. Ook de lekken, en bijgevolg ook waterwerken en onderbrekingen, brengen veel onbegrip bij de burger.

Een waterfactuur is integraal waarin 3 componenten worden aangerekend; productie en levering van drinkwater, afvoer van afvalwater en zuivering van afvalwater), met daarbij telkens een vastrecht (met korting op basis van het aantal gedomicilieerden) en twee tariefschijven (basistarief en comforttarief). Het lijkt een behoorlijk complex verhaal, maar de hoge mate van detail op de factuur, geeft de mogelijkheid om te zien op welke componenten de eventuele stijging van de waterfactuur zich bevindt‘, verduidelijkt de woordvoerder van De Watergroep.

De lichte stijging op het basis en comforttarief heeft te maken met de nieuwe tariefstructuur voor de waterfactuur die sinds begin 2016 in voegen is in heel Vlaanderen.

Een hoge eindafrekening heeft wel degelijk te maken met een hoger verbruik

Kathleen De Schepper, woordvoerder bij De Watergroep

Voor de dagelijkse opvolging van het verbruik baseert De Watergroep zich op productiecijfers, aangevuld met de aan- en verkopen. Jaarstatistieken zijn gebaseerd op het geëxtrapoleerd verbruik op basis van de waterfactuur, die op haar beurt in de regel gebaseerd is op een indexopname. ‘Zodra we in de toekomst de digitale watermeters hebben uitgerold, zullen we verbruikscijfers in real time kunnen opvolgen’, vult de woordvoerder aan. ‘Dit jaar starten we een nieuw proefproject met digitale watermeters in samenwerking met alle andere watermaatschappijen. Als de resultaten goed zijn, starten we vanaf 2023 met een grootschalige uitrol.’

Vanuit De Watergroep is het investeringsbudget zowel voor productie, opslag, toevoer als distributie de voorbije jaren meer dan verdubbeld (gemiddeld 110 miljoen euro per jaar), enerzijds om de infrastructuur te moderniseren, maar anderzijds ook om bijkomende capaciteit uit te bouwen. Daarnaast werd er een intensief programma opgezet om lekverlies op korte termijn te reduceren, waarbij ambitieuze doelstellingen werden gedefinieerd.

‘De tijdelijke en lokale onderbrekingen van de waterlevering afgelopen mei waren te wijten aan overmacht, waar geen financiële compensatie tegenover staat. We hebben wel aan de betrokken gemeenten nooddrinkwater ter beschikking gesteld, zodat de betrokken bewoners hiermee konden worden bevoorraad’, antwoordt de woordvoerder wanneer we polsen naar een compensatie bij de onderbrekingen van mei 2020.

©Foto Louis Lammertyn

Omwille van Corona waren veel mensen thuis; meer telewerk, kinderen die meer thuis zijn, gezinnen die minder op reis gaan, waardoor je normaal elders water gaat gebruiken, tellen zeker mee bij het hoge waterverbruik. Bij bedrijven is het verbruik eerder naar beneden gegaan. Daarnaast is de aankoop van zwembaden aanzienlijk toegenomen. ‘Een niet te onderschatten rol zijn de grote opblaasbare zwembaden die je aan actieprijzen kon kopen in de supermarkt, waar je makkelijk zes tot tien kubieke meter water in moet doen. Als je dat vergelijkt met een jaarverbruik van een gemiddeld gezin, is dat een behoorlijk percentage. Zwembaden met een minder goed filtersysteem moet je ook regelmatiger verversen’, zegt de woordvoerder nog.

Sinds 2017 heeft Faba, de federatie van algemene bouwaannemers, een eigen groepering van zwembadbouwers. Zij schreven in een persbericht dat 2019 een recordstijging van 27% kende voor het aanleggen van zwembaden. De eerste maanden van 2020 zouden ze al een stijging van 21% in hun orderboekje hebben genoteerd. Zij beschikken echter niet over concreet cijfermateriaal om deze percentages te staven, maar baseren zich hiervoor op enquêtes afgenomen bij hun leden, voornamelijk bouwondernemingen. Ook STATBEL (statistieken België) van de FOD Economie en Testaankoop hebben geen cijfers of zicht op deze trend.

Een onafhankelijk regionaal persbureau en partner van RINGTV promootte in Vlaams-Brabant, ten midden van de droogteperiode waar iedereen gevraagd werd om extra waakzaam te zijn op het verbruik van water, het verhuren van grote zwembadcontainers van wel zes op twee meter en 1,20 meter diep. Na contactopname met datzelfde persbureau voor meer uitleg, kwam er geen commentaar.

In een vervolg zoomen we dieper in op het huidige waterbeheer binnen verschillende Vlaams-Brabantse gemeenten. Hoe gaan ze hier mee om op korte en lange termijn? En krijgen ze hierbij voldoende ondersteuning van de overheid? Lees Deel 2.

Geraadpleegde bronnen: De Watergroep / STATBEL FOD Economie / FABA / Testaankoop / Gemeenten / De burger 

Onderzoek en artikel : Sofia Van Nuffel

Foto’s: Louis Lammertyn & MyDS Myriam De Smet

Met bijzondere dank aan enkele wakkere burgers

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Ga naar overzicht onderzoek Watersnood in Vlaams-Brabant

Naar de website

Naar BEELD pagina

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf hier in.

Watersnood in Vlaams-Brabant Overzicht

ONDERZOEK | 1 min. read

Water, water, de rest komt later

Kranen en regenputten zonder water. Geen fictie, maar een realiteit die zich herhaalt. Vlaams-Brabantse gemeenten mochten het afgelopen voorjaar aan de lijve ondervinden. Een incident dat niet alleen vragen oproept bij onze dagelijkse omgang met water, maar ook bij het gemeentelijke en Vlaamse waterbeleid.

©Foto Louis Lammertyn

Kort samengevat | 20 mei 2020. Inwoners van Vlaamse-Brabantse gemeenten kregen een dwingende oproep om het watergebruik streng te beperken. Desondanks lag het waterverbruik in deze periode abnormaal hoog. Burgers waren ongerust, want bij enkele gemeenten kwam er zelfs enkele dagen amper water uit de kraan. Regenwaterputten waren op vele plaatsen leeg. De Watergroep kon niet over de volle capaciteit beschikken door de renovatie van een waterproductiecentrum. De verkoop en verhuur van privé-zwembaden werd tegelijk volop gepromoot en de waterfactuur was volgens de burger veel te hoog. Inwoners meldden waterverspilling bij bouwwerven. Sportvelden en voortuinen bleven veel te groen. Bij gemeenten komt de actie tegen droogte niet of te traag op gang. Minister Zuhal Demir was verontwaardigd en besliste om na vier jaar droogte het waterbeleid op agendapunt nummer één te zetten. Een kluwen aan contradicties dat steeds meer vragen doet rijzen bij het individuele, gemeentelijke en Vlaamse waterbeheer en vroeg om een onderzoek.

Deel 1 | 26 februari, 2021 | vertelt wat er precies gebeurde in mei 2020 tijdens de strenge droogtemaatregelen en wat het aandeel van burgers en de watermaatschappij was in de week van Hemelvaart. Hier gaan we dieper in detail en antwoorden zoeken op vragen die vele burgers zich stellen.

Deel 2 | 10 maart, 2021 | zoomt dieper in op het huidige waterbeheer binnen verschillende Vlaams-Brabantse gemeenten. Hoe gaan ze hier op korte en lange termijn mee om? En krijgen ze hierbij voldoende ondersteuning van de overheid?

Onderzoek en artikels : Sofia Van Nuffel

Foto’s: Louis Lammertyn, MyDS Myriam De Smet & burgers

Met bijzondere dank aan enkele wakkere burgers

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Naar de website

Naar BEELD pagina

Op de hoogte blijven via de nieuwsbrief? Schrijf je hier in.

Vrouwen in alternatieve media: potentieel voor meer diversiteit in berichtgeving

Artikel | 5 min. read

Naar de website

Een realistisch beeld krijgen op de man-vrouwverhouding in media is essentieel. Onderzoek belicht deze verhouding vooral bij traditionele media. Binnen de alternatieve berichtgeving ligt voor vrouwen nog een groot potentieel.

©Illustratie Riikka Sormunen

Om de vijf jaar vindt het internationaal onderzoek Global Media Monitoring Project (GMMP) plaats, die de representatie van vrouwen en mannen in de traditionele media weergeeft (radio, televisie, nieuws en kranten). Alternatieve media, die een tegenwicht bieden, doelen meer op het verspreiden van nieuws via internet en benaderen onderwerpen vanuit een andere invalshoek, zoals bijvoorbeeld onderzoeksjournalistiek en datajournalistiek. Een traditionele krant die online bericht, wordt niet gezien als alternatief nieuwsmedium.

Kloof gender in media stagneert

In België vertegenwoordigen vrouwelijke journalisten 33% van het medialandschap. Op dit moment evolueert het weinig. Volgens het onderzoek van het GMMP (2015) is het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke journalisten het grootst in printmedia (27% vrouwen, versus 73% mannen). Byerly (2004) wijst op het belang van vrouwen in de media, ze dragen mee aan een meer gedifferentieerd beeld van vrouwen en mannen in de media en doorbreken zo mee de status quo.

Bron: Rapport – Het profiel van de Belgische journalist in 2018

‘In journalistieke opleidingen zie je nochtans veel vrouwelijke studenten. Vrouwen gaan eerder op latere leeftijd afhaken. In datajournalistiek en onderzoeksjournalistiek zie je wel opvallend minder vrouwen die er uiteindelijk iets mee doen’, zegt Sara De Vuyst die genderbreuklijnen in de journalistiek onderzoekt op de UGent. ‘Alternatieve projecten die voorheen zijn opgestart met budgetten van het Vlaams Journalistiek Fonds (dat nu niet meer bestaat), zijn voornamelijk opgericht door jonge witte mannen.’

©Misflits – Slide Conferentie Vrouwen en media 6 maart 2020

De genderbalans herstellen

De Universiteit van Amsterdam, die geloofwaardigheid en gender in het brengen van nieuws bestudeerde, concludeert dat er een beter evenwicht moet komen en dat vrouwelijke initiatieven meer zichtbaar gemaakt moeten worden. De traditionele media geeft op dit moment een verwrongen beeld van de realiteit. 

‘De enige oplossing, op lange termijn, is dat die trend wordt doorbroken. Laat vrouwen schrijven en rapporteren over de onderwerpen die als ‘belangrijk’ worden gezien zoals politiek, internationale conflicten en economie. Maar ook over onderwerpen die vaak door mannen worden geclaimd, zoals techniek en sport. Als je daarmee het publiek kunt aantonen dat vrouwelijke journalisten daar net zo goed verslag over kunnen doen als mannen kan de vicieuze cirkel worden doorbroken’, zegt Mark Boukes, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam.

Vrouwelijke initiatieven zouden meer in de kijker moeten worden gezet, maar zij moeten zich dubbel zo hard bewijzen

Mark Boukes UAmsterdam

Dat doorbreken vraagt lef. Het publiek zal eerst deze vrouwelijke journalisten meer kritisch bekijken en twijfels zaaien over hun geloofwaardigheid. Niettemin moet de organisatie waarvoor ze werken achter hen blijven staan, en ze de kans geven om hun expertise te bewijzen. Dit vereist dat de meeste capabele personen worden aangewezen, want als vrouwelijke journalisten worden belast met een onderwerp waar ze minder kennis van hebben, kan dat de vooroordelen juist versterken. 

Stereotype onderwerpen zijn genderbepaald; vrouwen zouden meer schrijven over de ‘zachtere thema’s zoals lifestyle, mode, koken, kinderen. Politiek, economie, sport en technologie wordt overwegend meer bij mannen gezien. Ook onderzoeksjournalistiek wordt vaker geplaatst in de ‘harde journalistiek’, en dus kan je volgens het stereotype ook concluderen dat je daar minder vrouwen vindt.

Het heeft ook vaak te maken met status. Onderzoeksjournalistiek heeft meer aanzien en status en wordt dan meer geassocieerd met mannelijkheid. Ook wordt er algemeen meer beroep gedaan op mannelijke experten’, zegt De Vuyst nog.

Potentieel in alternatieve media

Wanneer je de vraag bij internationale platformen stelt, ervaren heel wat vrouwelijke journalisten dat bepaalde voorgestelde onderwerpen vaak niet door een hoofdredacteur of eindredacteur worden aanvaard of zelfs weggelachen.

‘Om die reden en vanuit frustratie zijn er vrouwen die een eigen innovatief platform aanbevelen of oprichten. Iets wat ik vaak hoorde tijdens mijn internationaal onderzoek, aan de hand van diepte-interviews, is dat de traditionele mediasector nog steeds zo vastgeroest zit in bepaalde genderpatronen dat vrouwen beslissen om eruit te stappen en hun eigen projecten oprichten’, aldus De Vuyst.

Er is nog veel ruimte open op de alternatieve markt en dat potentieel gebruiken is essentieel om een realistischer mediabeeld te krijgen. Gekendere alternatieve media opgericht door vrouwen of waar er aandacht is voor de man-vrouw balans: Charlie Magazine (ondertussen gestopt) en Vice.

Het nieuws nu is geen weerspiegeling van de samenleving. Veel mensen herkennen zich er niet meer in. In dat opzicht is er potentieel om iets te ondernemen buiten de traditionele mediasector

Sara De Vuyst UGent

Vrouwelijke thema’s onderbelicht

Newsmavens, een internationaal project dat gedurende twee jaar de media heeft onderzocht vanuit een vrouwelijk perspectief door vrouwelijke journalisten in heel Europa, wilden ontdekken wat er met het nieuws zou gebeuren als alleen vrouwen het nieuws zouden kiezen. Daarnaast keken ze naar seksisme in de Europese media. Daaruit bleek dat vrouwelijke experts minder worden geraadpleegd in het maken van nieuws. Hot topics in België waren de abortuswet, het gevecht tegen seksuele intimidatie en seksueel geweld (zie alle #metoo verhalen in 2017 – 2018). Daarnaast ook de noodzaak om opnieuw na te denken over straffen en behandeling bij seksueel geweld (naar aanleiding van de brutale moord op de 23-jarige Julie van Espen). Hoewel een lichte vooruitgang is België een trage leerling op vlak van gendergelijkheid volgens het Global Gender Equality Gap index.

Bron: Global Gender Equality Gap Index Belgium 2019

Steun zoeken bij gelijkgestemden

Om steun te vinden bij dergelijke initiatieven kan je je aansluiten bij internationale groepen of netwerken die elkaar ondersteunen in het journalistiek ondernemen. In die groepen wordt gesproken over de obstakels bij het ondernemen en seksisme, je kan daar ook tips uitwisselen met mensen die iets anders willen doen in de journalistiek. Internationaal kan je er heel wat vinden. In België zijn die groepen informeler en moeilijker vindbaar.

Een bedenking die Misflits.be zich bij dit alles nog maakt, is of je op deze manier niet nog meer eilandjes gaat creëren tussen vrouw en man?

Dit kan verder uitgezocht worden in een volgend artikel.

Geraadpleegde bronnen: GMMP report 2015 / Wetenschappelijk artikel - Masterproef van Justine Vergotte – Faculteit politieke en sociale wetenschappen UGent (2016-2017) / Global Gender Equality Index 2019 / Amsterdam School of Communication Research, University of Amsterdam, Amsterdam, The Netherlands Rapport A woman's got to write what a woman's got to write door Elena Klaas en Mark Boukes / Newsmavens: Roadmap to Women’s Rights in Europe.

Wil je meer van dergelijke artikels lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning. Draag bij aan ons werk.

Naar de website

Is factchecken dweilen met de kraan open?

INTERVIEW | 4 min. read

Naar de website

Factchecking is IN. In tijden van grote onzekerheid proberen we houvast te zoeken tussen de grote toestroom aan informatie die via verschillende mediakanalen binnenkomt. Meer en meer mensen geven aan verward te zijn en gaan dan aan zelfonderzoek doen om feiten van misinformatie te onderscheiden. Toch stellen heel wat mensen zich vragen bij die factchecking. Waar moet je op letten, waar vind je betrouwbare bronnen en hoe kan je misinformatie herkennen?

We vroegen het aan onderzoeksjournalist, Brecht Castel, die factcheckt voor Knack.

©Foto Misflits – Research: Factchecking

Wat is jouw opleiding? Welke achtergrond moet een goede factchecker hebben?

“De meeste factcheckers zijn journalisten. Social netwerk sites werken voor dit soort werk vaak samen met onafhankelijke journalisten. Zelf heb ik politieke wetenschappen gestudeerd en dan geschiedenis, dan nog een Postgraduaat internationale onderzoeksjournalistiek. Van daaruit ben ik begonnen als freelance journalist. Sinds mei 2020 ben ik vast aan de slag bij Knack waarvoor ik zowel factcheck als andere artikels schrijf.”

Welke factchecks doe je precies? En hoe gaat dat in zijn werk?

“Facebook werkt sinds een aantal jaar internationaal samen met een aantal factcheckers om labels te plaatsen bij de misinformatie die circuleert op hun netwerk. De partners voor Vlaanderen zijn Knack, DPA (Deutsche Press – Agentur) en AFP (Agence France – Presse). Facebook plaatst niet zelf de labels bij bepaalde berichten. Ze vragen dit aan journalisten in verschillende landen over heel de wereld. Ze hebben mensen nodig die de lokale context kennen, zoals onder andere de taal en de politieke situatie. Facebook werkt niet zomaar met gelijk welk mediabedrijf samen. Zij moeten IFCN (International Fact Checking Network) proof zijn. Dat betekent dat je bepaalde richtlijnen moet volgen, zoals onder andere transparantie in je financiering, dat je bronnen moet plaatsen onder elke factcheck en dat er een evenwicht moet zijn in de keuze van onderwerpen.”

“Bij Knack doen wij minstens 15 checks per maand met twee personen. We worden, in tegenstelling tot wat mensen vaak denken, op geen enkele manier beïnvloed op wat we moeten checken en wat niet. We kiezen dus volledig zelf onze onderwerpen en waarover we schrijven en ook hoe we dat gaan schrijven. Transparantie is in alle gevallen vereist. Iedereen die wil kan ook factcheckers factchecken. Door onze transparante manier van werken kan iedereen ons onderzoek nadoen en zelf nagaan of wat we schrijven klopt.”

“Er is jaarlijks een doorlichting van het factchecken door IFCN. Voldoe je dan nog aan de richtlijnen, ontvang je een IFCN – goedkeuring. Facebook betaalt Roularta om die factchecks te maken, maar als een Facebookgebruiker een label tegenkomt en er is een doorverwijzing naar een artikel van Knack, zijn die voor iedereen toegankelijk en niet geblokkeerd achter een betaalmuur.”

Hoe begin je aan zo’n factcheck?

“We hebben een tool van Facebook waarin berichten worden aangeduid als er een vermoeden is van misinformatie en die veel gedeeld worden. Zo zijn er honderden berichten per dag waar wij er dan een paar uitpikken. We kunnen ook berichten, die niet worden opgepikt door algoritmes, toevoegen in deze tool.”

“Je stelt jezelf vragen zoals; wat lijkt er te kloppen, wat denk je zelf bij een bericht dat je leest. Dan ga je niet zozeer naar reeds verschenen artikels zoeken, maar ga je eerder naar primaire bronnen op zoek; oorspronkelijke documenten, overheidsbronnen. Je probeert dan ook de persoon die de claim doet te contacteren; we vragen hen dan wat of wie de bron is. Het lukt echter niet altijd om die te pakken te krijgen. Wanneer het om een anonieme persoon gaat, kunnen we dat natuurlijk niet verifiëren. Soms gaat dat bijvoorbeeld om een foto die uit de context is gehaald, waar dan een eigen tekst aan is gegeven. Soms zijn het verzonnen dingen. Vaker zijn het dingen waar wel enige waarheid in zit, maar die dan volledig verdraaid werden en bij elkaar zijn gezet, waardoor het dan toch niet klopt. Wij proberen dit dan zo helder mogelijk neer te schrijven en aan de hand van bronnen en interviews met experts de feiten te achterhalen.”

Het vertrouwen in de overheid is soms ver te zoeken bij mensen. Hoe betrouwbaar zijn overheidsbronnen in de context van factchecking?

“Overheidsbronnen kunnen een goede primaire bron zijn, maar ook die bekijken we kritisch door er experts naar te laten kijken. Je probeert steeds zover en zoveel mogelijk alles kritisch in vraag te stellen en vanuit verschillende oogpunten te belichten. Corruptie van de overheid bewijzen is natuurlijk moeilijk. Vaak gaat onze factchecking meer over evidentere dingen zoals de verschillende verhalen over de vaccins, waarin bijvoorbeeld verschillende beweringen naast elkaar worden gelegd. We gaan zoveel mogelijk wetenschappelijke experts aan het woord laten, die er echt iets van kennen, en hen laten uitleggen waarom iets al dan niet klopt.”

Welke andere tools gebruik jij zelf nog?

“Aan de hand van open source intelligence of reverse image search ga ik op zoek naar de originele herkomst van een video of foto. Ik gebruik voor mijn factchecking meestal een combinatie van verschillende tools, praten met experts, raadplegen van wetenschappelijke literatuur en de originele bron zoeken, waarmee ik dan achterhaal waar de misinformatie is ontstaan.”

Is factchecken dweilen met de kraan open?

“Voor een deel wel, want met het kleine aantal factcheckers in Vlaanderen kan je natuurlijk niet alle misinformatie tegengaan. We kunnen uit honderden berichten per dag maar een aantal berichten onderzoeken, maar het is wel heel nuttig om misinformatie die heel veel circuleert te ontkrachten en een tegenantwoord te bieden. Door de manier waarop we onze factchecks doen, probeer ik de lezer ook altijd handvaten te bieden om zelf kritisch naar berichten te kijken. Essentieel is de bron checken waaruit het voortkomt en je afvragen of de website waaraan een bericht gelinkt is van erkende wetenschappers is of eerder een louche complotsite. In elke factcheck leg ik uit hoe ik een onderzoek gedaan heb. Ik hoop wel dat, door het lezen van een factcheck, mensen kritischer gaan kijken en ook gaan herkennen waarop ze moeten letten wanneer ze aan zelfonderzoek willen doen. Wanneer je niet direct meegaat in een stelling of je niet onmiddellijk laat leiden door een bericht, maar tracht echt heel kritisch te zijn, kan dat een grote bijdrage leveren aan factchecken. Je moet het wel serieus nemen en steeds streven naar diepgang.”

Staat complotdenken en factchecking lijnrecht tegenover elkaar? Zit er waarheid in complotdenken?

“Sommige dingen zijn waar. Een foto kan werkelijk echt zijn, maar daarom is hetgeen erbij staat nog niet waar. Complotdenkers zien vaak veel verbanden, die er soms zijn, maar soms ook niet; die worden er dan bij verzonnen en worden in een helder en aannemelijk verhaal gegoten. Factcheckers staan niet lijnrecht tegenover complotdenkers. Wij kijken gewoon naar wat zij zeggen en kijken dan kritisch na, volgens hierboven vermelde methoden, of het klopt. Het grote verschil tussen een onderzoeksjournalist en een complotdenker is dat een onderzoeksjournalist die een straffe stelling doet ook met hele straffe bewijzen moet komen. Bij complotdenkers zijn er heel straffe stellingen, maar blijven de bewijzen vaak uit.”  

Geloof je zelf wat je factcheckt? 

(Lacht) “We beginnen altijd bij een bericht zonder te weten of het waar is of niet. Soms heb je een voorgevoel, maar dat mag niet in de weg staan om kritisch te zijn. Vaak begin je aan iets en weet je echt niet waar je zal eindigen. Ik kan pas zeggen of ik zelf iets geloof nadat een volledig onderzoek is afgerond.”

Tips van Brecht als je zelfonderzoek wil doen:

 

1. Lees een aantal factchecks en kijk welke technieken worden toegepast.

2. Gebruik de omgekeerde zoekfunctie voor afbeeldingen (om de bron te vinden).

3. Zoek actief tegenbewijzen over een stelling (je zal altijd bronnen vinden die het bericht bevestigen, maar daarom zij die niet juist).

4. Kijk kritisch naar alle feitelijke zaken die worden gezegd.

5. Neem dingen die je leest niet zomaar aan.

6. Kijk kritisch naar claims die bij een foto staan.

Wil je meer van dergelijke interviews lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning. Vond je het leuk en interessant, draag bij aan ons werk.

Naar de website

35 jaar Bende van Nijvel

ARTIKEL | 2 min. read

Naar de website

Voor de nabestaanden niet alleen koud, ook té stil

en vergeten lectuur

De coronacrisis overschaduwt stil leed dat minder en minder recht van spreken lijkt te hebben.

©Foto Misflits.be – Detail van tien meter lange ‘VRAAGDEKEN’ – Lees het interview met nabestaande Ingrid Mulder, zus van Marie-Jeanne die vermoord werd op 9 november 1985 door de Bende van Nijvel.

Voor de nabestaanden van slachtoffers van de Bende van Nijvel lijkt er maar geen einde in zicht te komen. Nochtans beweert Minister Geens de daders van het bergenhoge dossier te zullen kunnen vatten nog voor de verjaring in 2025. Na de hellelange koude is er nu ook een doodse stilte gevallen en weten nabestaanden niet wat onderzoekers op dit moment ondernemen.

Het moet een dikke drie jaar geleden zijn dat de nabestaanden van de slachtoffers van de Bende van Nijvel werden bijeengeroepen. Van de beloofde transparantie over de stand van zaken in het onderzoek is niets meer gekomen. Ook de opgravingen in juli 2020 in Pécrot hebben zij via de algemene pers moeten vernemen. Dat vertelt Ingrid Mulder, zus van overleden Marie-Jeanne, die samen met Ingrids’ twee kinderen in de Delhaize in Aalst waren toen de Bende toesloeg in november 1985. Voor de herdenking dit jaar in Aalst stond burgemeester D’Haese een moment stil bij de herdenkingssteen op de gemeentelijke begraafplaats. De stilte bij justitie en bij de gemeente tegenover de nabestaanden is oorverdovend.

©Foto Misflits.be – Herdenkingssteen en Vraagdeken lapjes van kledingstukken van slachtoffers op de begraafplaats in Aalst ter nagedachtenis van de overval 9 november 1985 Delhaize Aalst.

Ondertussen is het drie jaar geleden dat de prachtige verfilming van Stijn Coninx van het boek ‘Niet schieten’ werd vertoond. Een film die de belevingswereld van slachtoffers en nabestaanden liet zien en die bij vele kijkers hard binnenkwam.

Mag je na zoveel tijd als nabestaande nog zoveel uitleg of aandacht vragen? Voor hen die het van dichtbij meemaakten blijft de hopeloosheid hangen en verandert er niets. Een huwelijk kan je na 35 jaar herdenken met koraal. Hoe kan je een onopgeloste misdaad na 35 jaar herdenken? Met stilte?

Cover van het boek De Bende (een documentaire) van Paul Ponsaers en Gilbert Dupont – EPO Uitgeverij

Hoewel het als buitenstaander op fictie of horror lijkt die je je moeilijk voor de geest kan halen, is het voor nabestaanden een wonde die moeilijk geneest. Tenzij je een fervent volger bent van de verhalen en forums omtrent het dossier, is het voor anderen haast onmogelijk om de aanloop van de gebeurtenissen voorafgaand op hetgene de traditionele pers schreef te weten te komen. In 1988 maakten gerechtelijk verslaggever van La Dernière Heure, Gibert Dupont en Paul Ponsaers, emeritus hoogleraar criminologie aan de UGent ‘De Bende’ een documentaire in boekvorm van 313 pagina’s. In het voorwoord beschreven ze toen al het moeizame aanslepen van het onderzoek gedurende de eerste vijf jaar. Nu zijn we dertig jaar verder.

Het boek (een documentaire) beschrijft in detail het begin van de tijdlijn van de eerste moorden tot vijf jaar later. Beide schrijvers hebben zich niet willen beperken tot het uitwerken van één specifieke hypothese met bewijzen. Het is onderverdeeld in vier delen; feiten die in verband staan met de Bende van Nijvel (waarom, wanneer, hoe), de piste die gevolgd werd door de onderzoekers in Nijvel, daarna in Charleroi. Deel drie gaat nader in op het Dendermondse onderzoek. Het laatst deel in dit boek handelt over het onderzoek zelf waar kritische kanttekeningen werden gezet bij de manier waarop het onderzoek gevoerd en niet gevoerd werd.

Het boek ‘De Bende’ kan je gratis downloaden via EPO-Uitgeverij.

Lees het interview met Ingrid Mulder, zus van één van de slachtoffers van de overval op de Delhaize in Aalst op 9 november 1985, die eerbetoon wil doen aan alle slachtoffers van onopgeloste misdaden, terreur en diep verdriet.

Wil je meer van dergelijke artikels lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning. Draag bij aan ons werk.

Naar de website

‘Vraagdeken’ voor slachtoffers onopgeloste misdaden: op zoek naar vaste locatie

INTERVIEW | 5 min. read

Naar de website

December 2018 maakte Ingrid Mulder, nabestaande en zus van Marie-Jeanne Mulder, één van de slachtoffers van de Bende van Nijvel van 9 november 1985 op de Delhaize te Aalst een Vraagdeken (foto). Een deken van meer dan tien meter bestaande uit 300 lapjes uit kledingstukken van overledenen van onopgeloste misdaden en mensen die een geliefde verloren. Dit staat symbool voor het verdriet dat nooit helemaal voorbijgaat. Dergelijke wonden kunnen niet helen als ze geen afsluiting of plaats krijgen.

In totaliteit zijn er 28 doden gevallen tussen 1982 en 1985. 35 jaar na de feiten is de zaak nog steeds onopgelost. Volgens minister Geens zou de zaak nu in de beste handen zijn en zullen de daders gevat worden nog voor de verjaring in 2025. Voor nabestaanden blijft het verdriet hangen in de schaduw, de stilte is onaanvaardbaar.

Ingrid wil nu voor het Vraagdeken een waardige vaste locatie vinden, als herdenking, maar ook om iedereen die daar nood aan heeft, zich erdoor te laten omhullen.

©Foto Misflits – Begraafplaats Aalst – Herdenkingssteen slachtoffers – Achteraan het tien meter lange Vraagdeken

Het vraagdeken is november 2018 gemaakt en je hebt het meegenomen naar verschillende plaatsen en geëxposeerd. Hoe lang heb je eraan gewerkt?

“Het deken is meegenomen naar De Witte Mars in Brussel en is tentoongesteld in De Werf in Aalst. Daarnaast hebben we het meegenomen naar Brussel, ter herdenking van de terroristische aanslag in het metrostation en ter ondersteuning van Philippe Vandenberghe die in hongerstaking is gegaan na de aanslag in Zaventem maart 2016 en ook in De Watertoren die in Aalst buurtwerking organiseert. Er zitten lapjes in van kledingstukken van dierbaren, met een diepe emotionele waarde voor de nabestaanden.”

©Foto Misflits – Detail Vraagdeken

“Deze lapjes kwamen na de oproep op Radio 2 en Social media uit alle uithoeken van het land, zelfs van mensen van wie je het niet zou verwachten. Die lappen, elk 20 op 20 centimeter, werden één voor één aan elkaar gezet. In totaal ben ik daar een zestal weken mee bezig geweest. Het zou jammer zijn mocht de oorspronkelijke bedoeling (soelaas bieden in tijden van diep verdriet) verloren gaan en blijven liggen op mijn zolder.”

Het Vraagdeken moet nu een vaste plek krijgen, als een soort monument, en dat er mensen naartoe kunnen om zichzelf een moment van rouw toe te staan

Je wil het deken een vaste plek geven, heb je al een idee waar en hoe?

“Ik wil dit absoluut doen, niet alleen omdat mijn zus één van de acht slachtoffers was van de bloederige overval in Aalst, maar ook voor alle anderen die hebben geleden en hun bijdrage hebben gedaan door een stukje herinnering van hun geliefden weg te schenken voor het deken. We moeten dit eren en blijven herdenken. Ik heb in mijn zoektocht naar een vaste plaats de burgemeester en schepen van Aalst al eens aangesproken, maar daar liepen we jammer genoeg op een dood spoor. Ik heb ook contact genomen met Philippe Vansteenkiste van V-Europe (vereniging voor slachtoffers van terreur) die het zag in een buurthuis in Brussel, maar ook daar kwam geen verder gevolg aan.”

Bij justitie lijkt het moeilijk aan te kloppen, kan de gemeente iets doen?

“Ten opzichte van justitie zijn we het als groep van nabestaanden moe om steeds via de pers te weten te komen wanneer er een nieuw onderzoek start en wat de vorderingen zijn; zoals bijvoorbeeld de opgravingen in Précot van juli 2020. Minister Geens had jaarlijkse transparantie beloofd aan alle nabestaanden. Ondertussen zijn we drie jaar verder en blijft het van daaruit heel stil. Het vreemde is dat de ene soms wel en de andere niet gecontacteerd wordt, terwijl al onze namen gekend zijn. Ik vraag me af hoe ze dit in werkelijkheid opvolgen. Een groepsmail opmaken met een stand van zaken en naar iedereen tegelijk sturen, lijkt me nu niet zo heel moeilijk. Wij begrijpen zoiets niet.”

“In de gemeente Aalst ben ik tijdens een receptie van de jaarlijkse herdenking op de begraafplaats uitgenodigd geweest om naar het kabinet te komen van burgemeester D’Haese. Maar dat is er nooit van gekomen, de interesse van die kant was niet voelbaar. Tijdens de laatste herdenking op 9 november 2020 bezocht de burgemeester van Aalst de herdenkingssteen en legde er een bloemenkrans neer; iedereen die wou kon daar ook iets neerleggen. November 2019 kaartte hij de oorverdovende stilte aan bij justitie, maar naar ons toe is hij zelf ook heel stil geweest.”

Er werd tot nu toe vaak geconcentreerd op Aalst; er waren eerder al 20 slachtoffers gemaakt. De Delhaize van Overijse en Eigenbrakel waren het slachtoffer in diezelfde periode.

Word je als nabestaande die eeuwige strijd nooit moe?

“Dat gaat in golven. Het herhaaldelijke opbotsen tegen de hoge taaie muren geven de grootste ontmoediging. Na dat korte contact op de receptie was ik het even helemaal moe, nadat ik ook daar het gevoel had een hele muur te moeten afbreken.”

“Ook de pers lijkt het verhaal moe te worden. Het is wel de druk vanuit de pers die ervoor kan zorgen dat er beweging komt bij hoger hand. Maar als de pers gemanipuleerd wordt of het opgeeft, staan wij ook nergens.”

“Waar ik nu nog voor wil vechten is een vast locatie vinden voor het Vraagdeken en ermee doen waarvoor het gemaakt werd. Wanneer dit gevoel weer opflakkert, voel ik wel  dat de vechtlust toch niet helemaal weg is.”

‘Soms ben ik het volledig moe dat ik steeds een volledige muur moet afbreken, voordat ik weer een klein stukje verder kan’

Het vraagdeken ligt momenteel op jouw zolder. Heb je dan ook het gevoel dat dat verdriet van jezelf en de anderen opgeborgen blijft?

“Ik heb het deken gemaakt om mensen hun verdriet te laten omhullen. Het gaat dus over lapjes van echte kledingstukken van overledenen en heeft een belangrijke emotionele waarde voor nabestaanden. Dat mag echt niet verloren gaan.”

“In alle lagen van de bevolking zit er verdriet en hebben mensen nood aan omhulling. Het gaat om de herdenking en om even meegedragen te worden door anderen, niet zozeer om in het verleden te blijven hangen. We horen zo vaak over herdenkingen van wereldoorlogen, maar het verdriet dat hier nog is, moet ook zijn plaats krijgen.”

“Over verdriet hangt steeds een taboe; je mag daar niet te lang over praten. De eerste weken vlak nadat iemand gestorven is, wordt dat wel aanvaard. Nadien moet je al snel weer flink zijn en vooruit kunnen. De realiteit is anders; een dierbare verliezen is een rouwproces dat soms levenslang duurt.”

Welke pistes wil je nog bewandelen om van dit Vraagdeken een monument te maken?

“Ik zou het liefst een plaats vinden waar er ruimte is om het Vraagdeken in een spiraal te zetten, zodat je er helemaal in kan gaan en in het midden even kan zitten waar niemand je ziet. Op de expo in De Werf in Aalst lagen er twee boeken bij; een emotie-boek en een boek voor justitie, waarin mensen hun grieven konden neerschrijven. Waarschijnlijk ga ik dat opnieuw doen. Daarnaast wil ik graag nog samenwerken met David Van de Steen, overlever van de Bende van Nijvel en hoofdpersonage uit de film ‘Niet Schieten’.”

Naar de foto’s

Wil je meer van dergelijke artikels lezen? Laat het ons weten via info@misflits.be . Dit artikel kwam tot stand zonder enige financiële ondersteuning. Draag bij aan ons werk.

Naar de website